Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4

Voorwaarden (tijdelijk) briefadres

Onderdeel van Beleidsregels Briefadres Gemeente Maashorst

In geval van aangifte op basis van artikel 2 lid 2, 3 en 4 worden indien nodig bewijsstukken gevraagd naast de volledig ingevulde aangifte, maar alleen bij twijfel over de aangifte. Indien er sprake is van aangifte op basis van artikel 2 lid 1 sub a t/m f worden standaard aanvullende stukken gevraagd. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres door de gemeente gevraagde bewijsstukken te overleggen. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt als minimaal vereiste stukken verstaan: Een geldig identiteitsbewijs; De schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachte periode dat het briefadres noodzakelijk is; Een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel