Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015

1.. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Algemene wet bestuursrecht en de Verzamelverordening P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015. 2.. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Startkwalificatie: een afgeronde havo- of vwo-opleiding of een basisberoepsopleiding mbo-2; dat wil zeggen niveau 2 van de kwalificatiestructuur, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs; Baangarantie: een schriftelijke overeenkomst tussen een werkgever en het college of een werkzoekende, waarbij wordt afgesproken dat de werkgever onder bepaalde voorwaarden zal overgaan tot het aanbieden van een (voortgezet) dienstverband aan de werkzoekende. Dit gaat meestal gepaard met de inzet van een voorziening; Arrangement: een door het college samengesteld pakket van een of meerdere voorzieningen dat kan worden ingezet om een plaatsing van een werkzoekende bij een werkgever te bewerkstelligen. Duurzaam vrijwilligerswerk: vrijwilligerswerk dat over een periode van 6 maanden of langer wordt verricht; Loonwaarde: de economische waarde van het werk dat iemand verricht of kan verrichten, in geld uitgedrukt; Proeftijd: een bijzonder beding in de arbeidsovereenkomst dat wordt geregeld in artikel 7:652 B.W. Het betreft de periode van maximaal twee maanden direct na de indiensttreding van de werknemer. Binnen de proeftijd kan zowel werkgever als werknemer op elk moment besluiten de arbeidsovereenkomst te beëindigen zonder opzegtermijn; Scholingsverplichting: de verplichting die voortvloeit uit de uitsluitingsgrond zoals opgenomen in artikel 13 lid twee onderdeel c van de P-wet. Het uitgangspunt is dat alle personen jonger dan 27 jaar naar school gaan, tenzij het college van mening is dat terugkeer naar school redelijkerwijs niet kan worden verwacht. Gedeelde verwijtbaarheid: hiervan is sprake wanneer het verzuim dat verband houdt met deschending van de inlichtingenplicht, deels valt toe te rekenen aan het handelen of het verzuim van het college; Hoogwaardige handhaving: het stelsel van preventieve en repressieve maatregelen gericht op het voorkomen of ontmoedigen van misbruik of oneigenlijk gebruik van bijstand; Signaalsturing: de werkwijze waarbij op grond van signalen een onderzoek wordt gedaan naar de rechtmatigheid van een uitkering of verstrekking; Risicosturing: het gericht inzetten van controlecapaciteit bij het handhavingsbeleid op basis van risicoprofielen; Informatiegestuurd handhaven: een onderdeel van risicosturing dat wordt ingezet door meerdere bestanden te koppelen waardoor gerichter gezocht kan worden naar uitkeringsfraude en risicogevallen; Themacontrole: een onderdeel van risicosturing dat bestaat uit een thematisch onderzoek naar groepen cliënten waarbij het vermoeden bestaat op een verhoogd risico van onrechtmatig gedrag (bijvoorbeeld cliënten die parttime werkzaam zijn in de horeca); Brutering: het verhogen van de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen; Onderhoudsplichtige: degene die een financiële bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan de bijstandsgerechtigde en/of de ten laste komende kinderen dient te voldoen op grond van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of een rechterlijke uitspraak; NVVK: Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren; Verzamelverordening: de Verzamelverordening P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015; Belemmering richting werk: Een significante drempel voor een persoon om aan het werk te gaan. Veelal heeft dit een psychische, sociale of medische oorzaak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel