De commissie regelt zelf haar wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement.
De commissie kan zich hierbij, binnen de grenzen van artikel 10 verordening, naar eigen inzicht laten bijstaan door extra adviseurs. Dit betreft o.a. disciplines als cultuur- en bouwhistorie, landschapsarchitectuur, landgoederen of beeldende kunst. Afhankelijk van het initiatief of de aanvraag die moet worden beoordeeld, nemen de extra adviseurs deel aan de vergadering. Hun deskundigheid wordt gehoord en gewaardeerd, maar zij hebben geen stemrecht.
De commissie is bevoegd, ook ongevraagd, ten behoeve van de omgevingskwaliteit van de gemeente haar inzichten en eventuele voorstellen hierover met het college te delen.