Bij het afgeven van een indicatie voor hulp bij het huishouden nemen we de volgende afwegingen mee.
Het afwegingskader van hoofdstuk 3. van deze beleidsregels is van toepassing. Dat betekent onder meer dat algemeen toegankelijke voorzieningen en algemene voorzieningen in beginsel voorrang hebben op maatwerkvoorzieningen.
Verder vormen het Normenkader HHM (bijlage 3.) en de Richtlijn gebruikelijke hulp (bijlage 1.) de basis waarmee Huishoudelijke Ondersteuning kan worden geïndiceerd als maatwerkvoorziening via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015). Het doel van dit Normenkader is het bieden van een duidelijk en objectief normenkader dat de rechtszekerheid van inwoners vergroot en de individuele dienstverlening verbetert. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een kader, waarbij indien nodig alle basisactiviteiten kunnen worden geïndiceerd. Deze worden samen met cliënt in kaart gebracht in een ondersteuningsplan. Van de normen wordt afgeweken als de situatie van de cliënt hier aanleiding toe geeft. Uitgangspunt is dat de hulpvraag van de cliënt centraal staat, rekening houdend met onder andere de gezondheids- en leefsituatie. Het gaat te allen tijde om het leveren van maatwerk. Zo wordt een passende bijdrage geleverd aan de zelfredzaamheid van de cliënt, zonder dat hierbij de verantwoordelijkheid voor het eigen huishouden van de cliënt wordt overgenomen.
Voor de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp zie 3.11 en bijlage 1, Richtlijn gebruikelijke hulp.