Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die ‘niet in staat zijn zelfstandig een gestructureerd huishouden te voeren’ (artikel 1.1.1 Wmo 2015 en artikel 2.1.1 Wmo 2015). In de Wmo 2015 is geen concrete definitie gegeven van een gestructureerd huishouden. In dit Normenkader verstaan we daaronder: ‘een schoon en leefbaar huis’.
Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die ‘niet in staat zijn zelfstandig een gestructureerd huishouden te voeren’ (artikel 1.1.1 Wmo 2015 en artikel 2.1.1 Wmo 2015). In de Wmo 2015 is geen concrete definitie gegeven van een gestructureerd huishouden. In dit Normenkader verstaan we daaronder: ‘een schoon en leefbaar huis’.
Resultaatgebieden Normenkader
- - Een schoon en leefbaar huis
Een huis is ‘schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen’. Schoon staat daarbij voor: ‘een basis-hygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen’. Leefbaar staat voor: ‘opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen’.
Afbakening schoon en leefbaar huis
De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft beperken zich tot de binnenzijde van de woning : ‘de inwoner moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap’.
De afbakening van activiteiten die onder de voorziening vallen en welke niet: ‘het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van Huishoudelijke Ondersteuning’. Tuinonderhoud wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is (CRvB 22-02-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:885).
Het gaat hierbij om het droog, nat, schoon en stofvrij maken en houden van de woning. Het reinigen van de ramen aan de buitenkant valt niet onder de ondersteuningsplicht, omdat daarvoor meestal een algemeen toegankelijke voorziening bestaat: de glazenwasser. Gezien de lage frequentie van het ramenwassen aan de buitenkant, in combinatie met de beperkte kosten voor het inzetten van een glazenwasser, geeft de Centrale Raad van Beroep aan dat deze kosten ook door inwoners met een minimuminkomen gedragen kunnen worden.
Uitgangspunt is de omvang van een nieuwe woning binnen de sociale woningbouw. Dit uitgangspunt is niet star: er zijn altijd mogelijkheden bij te stellen naar boven of naar beneden wanneer persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk maken hiervan af te wijken (maatwerk).
- - Wasverzorging
Iedere inwoner dient te kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). De ondersteuning bestaat uit het wassen en strijken. Het strijken van kleding wordt alleen gedaan bij een medische noodzaak en betreft alleen bovenkleding en alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is.
Hierbij wordt gekeken of er sprake is van maatwerk. Bij de wasverzorging zoals hier bedoeld wordt spreken we uitsluitend over ‘normale kleding voor alledag’. Daarbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden (wat betreft het strijken van kleding worden er geen lakens, theedoeken, zakdoeken en ondergoed etc. gestreken). Wat betreft de kleding wordt uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding, die in principe niet hoeft te worden gestreken. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden gehouden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke - moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger. Voor begeleiding bij het kopen van kleding kunnen vrijwilligers ingeschakeld worden.
Bij het toekennen van wasverzorging wordt uitgegaan van de handelingstijd van de hulp en niet de doorlooptijd van de wasmachine.
- - Boodschappen en/of maaltijdverzorging
Boodschappen doen
In principe wordt deze activiteit niet toegekend, omdat hiervoor gebruik kan worden gemaakt van een boodschappendienst als algemene voorziening. Ook kunnen inwoners gebruik maken van verschillende commerciële boodschappendiensten. Aan een boodschappendienst kunnen kosten verbonden zijn. Wanneer dit wel wordt toegekend, heeft dit betrekking op boodschappen die nodig zijn voor de dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen. Er wordt geen rekening gehouden met eigen voorkeuren van de inwoner (bijvoorbeeld voor speciaal voedsel dat beperkt verkrijgbaar is zodat extra gereisd moet worden). Er wordt alleen rekening gehouden met extra inspanningen die geleverd moeten worden vanwege aantoonbare medische redenen.
Een boodschappenservice, die voor cliënt beschikbaar is en door de cliënt financieel gedragen kan worden, die leidt tot het te bereiken resultaat is voorliggend op een maatwerkvoorziening. Boodschappen hoeven niet door de cliënt zelf met hulp te worden gedaan. Het gaat er om dat de boodschappen in huis komen. Voor het in huis halen van de boodschappen is in de gemeente zowel een boodschappenservice van de reguliere handel als een vrijwilligersdienst beschikbaar. Als de cliënt of diens vertegenwoordiger kan aantonen dat deze oplossingen niet adequaat zijn kan het doen van de boodschappen een onderdeel zijn van de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning, waarbij het uitgangspunt is: eenmaal in de week boodschappen doen.
Maaltijdverzorging
Hieronder valt het ‘klaarzetten van de broodmaaltijd(en) en het opwarmen van kant-en-klare maaltijden’. Dit valt onder de uitleg van: ‘het bereiden van’. De inwoner moet over de verschillende maaltijden door de dag heen kunnen beschikken. Daarbij dient rekening te worden gehouden met medische geïndiceerde diëten. Een maaltijdvoorziening (een kant- en klaar maaltijd valt hier ook onder) is voorliggend op een maatwerkvoorziening. Om te bepalen of een maaltijdvoorziening adequaat is, zal ook gekeken moeten worden naar de gezinssamenstelling.
Verbijzonderingen
- - komt een algemeen gebruikelijke voorziening niet tegemoet aan de eisen die aan de maaltijd worden gesteld (bijvoorbeeld bij een dieet dat voorgeschreven is door een arts) dan kan de warme maaltijd als voorziening toegekend worden;
- - als er jonge kinderen deel uit maken van een leefeenheid zijnde een eenoudergezin, waarvan de ouder beperkingen heeft, kan het bereiden van de warme maaltijd toegekend worden. In het geval er sprake is van een zorgplicht voor kinderen door een andere ouder/verzorger/opvoeder en waarvan redelijkerwijze verwacht kan worden zorg te dragen voor het bereiden van een warme maaltijd, zal de maatwerkvoorziening niet toegekend worden;
- - de maaltijdvoorziening vindt plaats wanneer een hulp in de woning aanwezig is;
- - uit jurisprudentie (Rechtbank ’s Hertogenbosch 25-10-2012, nr. AWB 12/1795) blijkt dat twee broodmaaltijden en één warme maaltijd per dag adequaat kan worden geacht. Hierbij gaat het om het klaarzetten van de broodmaaltijd(en) en het opwarmen van de warme maaltijd. Bij hoge uitzondering kan sprake zijn van het bereiden van de warme maaltijd.
- - Kindzorg
De Wmo heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen zodat de ruimte ontstaat om een al dan niet tijdelijke oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: ‘de acute problemen worden opgelost zodat er gezocht kan worden naar een permanente oplossing’.
Het gaat hierbij om de dagelijkse zorg van gezonde, minderjarige kinderen die tot het gezin behoren als een ouder met beperkingen dat zelf niet kan. Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de zorg voor kinderen.
Zijn ouders hier niet volledig toe in staat, dan kan de gemeente tijdelijke ondersteuning (niet: volledige overname van de kindzorg) bieden totdat een andere oplossing gevonden is. Het gaat om dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen in geval van ontwrichting of calamiteiten. Hierbij wordt altijd uitgegaan van het zo mogelijk combineren van activiteiten. Dit betekent dat als een activiteit plaatsvindt voor meerdere personen en dit te combineren valt (bijvoorbeeld door maaltijdbereiding, kinderen naar bed of naar school brengen), het aantal toe te kennen minuten eenmaal telt en niet per persoon.
Eerst moet beoordeeld worden of er sprake is van andere oplossingen, bijvoorbeeld door zorg voor het kind/de kinderen door de familie, het sociale netwerk en alle andere vormen van opvang. In het geval van éénoudergezinnen wordt een beroep gedaan op de andere ouder(s)/verzorger(s)/opvoeder(s).
Met kindzorg zoals in het Normenkader bedoeld wordt is de gemeente verantwoordelijk is voor de ondersteuning van het kind/de kinderen. Het zal daarbij nooit gaan om volledige overname van de kindzorg. In die voorkomende situaties zullen andere oplossingen gezocht moeten worden. Voor-, tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden, maken het verstrekken van een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden vaak onnodig. Zo is kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie voorliggend op de Wmo evenals hulp aan gezinnen door daartoe opgeleide vrijwilligers, zoals ‘Home start B.A.R.” - voorziening.
In geval van gescheiden partners wordt ook gekeken naar de rol van de (ex-)partner. Bij echtscheiding vervalt het samenwonen en daarmee dus ook de gebruikelijke hulp van een van de ouders in het huishouden. De zorgplicht voor de kinderen verdwijnt echter niet. Bij uitval van de verzorgende ouder moet wel onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheid van opvang van de kinderen door de niet thuiswonende ouder.
- - Advies, instructie en voorlichting
Dit gaat om de uitvoering van huishoudelijke werkzaamheden waarbij de inwoner niet (of onvoldoende) zelf de regie voert en er geen sociaal netwerk aanwezig is dat op adequate wijze regie kan voeren. Er kan dan organisatie van het huishouden ingezet worden. Hierbij gaat het om de organisatie van huishoudelijke activiteiten (bepalen wanneer de minder frequente activiteiten moeten worden uitgevoerd) en het plannen en beheren van middelen (zorgen dat schoonmaakmiddelen op voorraad zijn).
De hulp bij het huishouden wordt geleverd op grond van een ondersteuningsplan, waarbij duidelijk is welke activiteiten door de zorgaanbieder uitgevoerd dienen te worden. Het niet kunnen aansturen alleen is geen reden om deze component te indiceren. Er moet daadwerkelijk meer werk zijn om dit ½ uur extra per week in te gaan zetten.
Als adviseren en instrueren op structurele basis nodig is, ligt dit op het snijvlak van begeleiding
Dit betreft cliënten die beperkter leerbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege psychiatrisch of cognitieve problemen als dementie, niet-aangeboren hersenletsel of een licht verstandelijke beperking.