Een inwoner kan in aanmerking komen als:

  • - er sprake is van beperkingen die het (gedeeltelijk) voeren van een huishouden (tijdelijk) belemmeren, en;
  • - uit onderzoek conform artikel 2.3.2 Wmo 2015 en het Normenkader is gebleken dat de inwoner aangewezen is op een maatwerkvoorziening in de vorm van ondersteuning bij het huishouden.

We hanteren daarbij de volgende normen die gelden bij de toekenning van een voorziening:

  • - deze wordt alleen toegekend voor de noodzakelijke huishoudelijke activiteiten;
  • - er wordt niet meer toegekend dan nodig is voor de essentiële woonfuncties van de inwoner en de andere huisgenoten (zoals partner/kinderen);
  • - alleen de essentiële ruimtes die door de inwoner(s) in gebruik zijn, worden schoongemaakt/-gehouden.

Bij de inzet van maatwerkvoorzieningen onderscheiden we de navolgende diensten/producten:

  • - Hulp bij huishouden (licht)
  • - Hulp bij huishouden (zwaar)
  • - Persoonlijke Dienstverlening (kan enkel als arrangement in combinatie met Hulp bij het huishouden (zwaar) worden ingezet)