De tijdelijke omgevingsplanactiviteiten zijn van verschillende aard en uiteenlopende ingrijpendheid. Omgevingsvergunningen voor OPA’s en BOPA’s kunnen op grond van de Omgevingswet voor een bepaalde periode worden verleend. Deze periode kan kort zijn (zoals enkele maanden of jaren) maar ook langdurig(er) (bijvoorbeeld een periode van 10, 20 jaar of nog langer). Het enkele feit dat een omgevingsvergunning niet voor onbepaalde tijd geldt betekent daarom nog niet dat deze vergunning niet kan leiden tot schade voor derden.
Uitgangspunt is daarom dat als voor een omgevingsvergunning voor een OPA of BOPA op grond van artikel 2.1 en 2.2 van deze beleidsregels een nadeelcompensatieovereenkomst is vereist, dit vereiste van dienovereenkomstige toepassing is als deze omgevingsvergunning slechts voor een bepaalde tijd wordt verleend. Een uitzondering hierop is een omgevingsvergunning voor een OPA of BOPA die voor een dusdanig korte, tijdelijke periode wordt verleend dat op voorhand kan worden aangenomen dat er geen risico op het toekenning van nadeelcompensatie bestaat. In dat geval kan worden afgezien van het vereiste dat voor het verlenen van deze omgevingsvergunning een nadeelcompensatieovereenkomst nodig is.
Artikel 2.3