1. De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste tien dagen voor de hoorzitting schriftelijk uit.
2. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken de datum of het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.
3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen een week na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.
4. Indien belanghebbende of het bestuursorgaan (getuigen-)deskundigen mee willen nemen naar de hoorzitting, dan stellen partijen zowel elkaar als de commissie tot drie werkdagen voor de datum van de hoorzitting hiervan in kennis.
5. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het tweede tot en met het vierde lid.
7. In geval van ambtelijk horen is het college bevoegd tot toepassing van het eerste tot en met het derde lid.
8. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist.