Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Definities en afbakening M&O beleid

Onderdeel van Uitvoeringskader risicomanagement gemeente Soest 2023

De commissie BBV heeft in de Kadernota rechtmatigheid 2023 de volgende definities van misbruik en oneigenlijk gebruik opgenomen. Definitie misbruik: Het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet danwel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Het betreft hier een bewuste opzettelijke misleiding om onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen. Niet elke misstap (fout) geldt als misbruik. Bij het maken van fouten is er meestal geen sprake van een opzettelijke handeling. Daarnaast is het begrip misleiding van betekenis in deze definitie. Misleiding heeft betrekking op het bewust verborgen houden van het misbruik. Definitie oneigenlijk gebruik: Het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan weltot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Als wet- en regelgeving oneigenlijk gebruik mogelijk maakt (“de mazen van de wet”) is het noodzakelijk dat wet- en regelgeving worden aangepast en/of duidelijker moet worden toegelicht. De externe afbakening van het M&O beleid is gericht op de inwoner, instelling of organisatie die via de gemeente gebruik maakt van overheidsregelingen. De interne werking van het M&O beleid heeft nadrukkelijk te maken met houding en gedrag en wordt wat betreft eventueel misbruik of oneigenlijk gebruik door bestuurders en ambtenaren onder het gemeentelijke integriteitsbeleid geschaard (link naar gedragscode en integriteit/melden misstanden waar onder fraude). Misbruik is onrechtmatig, oneigenlijk gebruik niet. Wanneer sprake is van misbruik van overheidsgelden moeten deze gelden door de gemeente worden teruggevorderd. Als in de jaarrekening van de gemeente geen terugvordering is verantwoord, is sprake van een getrouw beeld fout die niet wordt opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Wanneer misbruik van overheidsgelden is geconstateerd en een terugvordering (met eventueel een boete) is opgelegd blijft staan dat misbruik van overheidsgelden heeft plaatsgevonden. Indien de omvang van dit misbruik samen met andere financiële rechtmatigheidsfouten bij de gemeente de verantwoordingsgrens heeft overschreden, moet dit misbruik van overheidsgelden worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Naast misbruik en oneigenlijk gebruik kan er sprake zijn van fraude. De term fraude is juridisch niet gedefinieerd. In het dagelijks taalgebruik is het gebruikelijk misbruik en oneigenlijk gebruik ook als fraude te bestempelen, denk hierbij aan een term als ‘bijstandsfraude’ of aan ‘fraude’ met vergunningen. Dit type fraudes valt nadrukkelijk onder het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Het gaat hier om derden die misbruik maken van (gemeentelijke) regelingen. Dit misbruik en oneigenlijk gebruik moet wel duidelijk worden onderscheiden van fraude in het kader van de controle van de jaarrekening door de accountant. Naast het college heeft de accountant ook een verantwoordelijkheid met betrekking tot fraude in het kader van de controle van de jaarrekening. Dit type fraude omvat opzettelijke handelingen door één of meerdere personen binnen de gemeente, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding teneinde een onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen. Een voorbeeld is het betalen van valse facturen waarbij één of meerdere personen binnen de gemeente betrokken zijn. Hier vallen ook frauderisico’s onder die betrekking hebben op het ingrijpen van het management op de verslaggeving en de eigen interne regels. Ook wel “management override of controls” genoemd. De ‘’interne’’ fraude is een onderdeel van de getrouwheidsverklaring van de accountant en wordt daarom niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Als de gemeente deze fraude op een juiste manier heeft verwerkt in de jaarrekening, dan kan deze toegelicht worden in de paragraaf bedrijfsvoering, maar dit is niet verplicht. Zie in bijlage 2: schema: onderscheid misbruik/fraude door derden en door één of meerdere personen binnen de gemeente en de gevolgen voor rechtmatigheids- of getrouwheidsverklaring. De uitwerking van het overkoepelend M&O beleid is opgenomen in de diverse vigerende specifieke regelingen, verordeningen en processen. M&O risicogebieden betreffen het sociaal domein, vergunningverlening en (deels) handhaving, integriteit van relaties, belastinginkomsten, identiteitsbewijzen, reisdocumenten en rijbewijzen, subsidieverstrekking en inkoop/aanbesteding. De inzet van beheersmaatregelen (regelgeving, voorlichting, controle en passende maatregelen) in de risicogebieden is afhankelijk van het inherente risico. De meeste regelingen zijn gebonden aan wettelijke eisen en minimumnormen voor het nemen van maatregelen ter bestrijding van fraude en misbruik. Bijvoorbeeld SISA regelingen: SiSa betekent eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. Met SiSa verantwoorden gemeenten en provincies aan de (Rijks)overheid hoe ze de specifieke uitkeringen hebben besteed. Vanuit het oogpunt van M&O kunnen daar (aanvullende) maatregelen aan worden toegevoegd in die gevallen waarin regelingen zelf daar niet in voldoende mate voorzien. Voor 2023 geldt dat bijvoorbeeld voor de Sisa regeling voor de Wet inburgering: in de interne controle van de jaarstukken 2023 zal daar extra aandacht aan worden besteed. Voor de komende jaren kunnen er andere regelingen zijn die extra aandacht behoeven.

Rechtspraak bij dit artikel