Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Participatie bij vaststelling van kerninstrumenten

Onderdeel van Notitie Participatie en participatieregels onder de Omgevingswet

Onder de Omgevingswet moet participatie worden toegepast bij vaststelling van de kerninstrumenten de omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan. Deze plicht bestaat naast andere participatieverplichtingen uit andere wettelijke regelingen. Omgevingsvisie De omgevingsvisie is het instrument waarin vanuit ambities voor de fysieke leefomgeving, de ontwikkelingsrichting voor de gemeente voor de langere termijn is beschreven. Door de vele grote belangen die er spelen en de omvang van het gebied, is participatie van fundamenteel belang. Artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit regelt dat bij vaststelling van een omgevingsvisie participatie dient plaats te vinden. Daarbij dient te worden aangegeven wat de resultaten hiervan zijn en op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. Omgevingsbesluit, artikel 10.7: motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvisie Bij het vaststellen van een omgevingsvisie wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Als een omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad of provinciale staten, wordt daarbij aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. Op grond van dit artikel moet worden aangegeven hoe invulling is gegeven aan het decentrale participatiebeleid over het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen. Er wordt niet bepaald op welke wijze de participatie moet worden vormgegeven. Programma’s In programma’s formuleert de gemeente maatregelen die leiden tot de gewenste ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. Een programma is op te stellen voor een groot of klein gebied. Voor het vaststellen van programma’s geldt in principe dezelfde verplichting als bij het vaststellen van een omgevingsvisie. Omgevingsbesluit, artikel 10.8: motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatieprogramma Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Als een programma wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, het algemeen bestuur van het waterschap of gedeputeerde staten, wordt daarbij aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. Omgevingsplan Het omgevingsplan vertaalt doelen en beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma’s naar juridisch bindende regels. Het omgevingsplan geldt voor een klein of groot gebied. De gemeente kan initiatiefnemer zijn maar een wijziging van het omgevingsplan kan ook voortvloeien uit een initiatief van derden. Ook voor het omgevingsplan geldt de verplichting voor participatie met aangeven wat de resultaten hiervan zijn en hoe invulling is gegeven aan het decentrale participatiebeleid over het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen. Daarnaast geldt de verplichting om bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aan te geven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. Omgevingsbesluit, artikel 10.2: motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatieomgevingsplan Bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen, bedoeld in artikel 16.29 van de wet, wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. Bij het vaststellen van een omgevingsplan wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. Het omgevingsplan wordt net als de omgevingsvisie en het programma voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat een ontwerp omgevingsplan zes weken ter inzage wordt gelegd. Bij het vaststellen van een omgevingsplan wordt vervolgens (achteraf) aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Ook moet dan worden gemotiveerd in hoeverre aan het participatiebeleid is voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel