Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.10.

Toezicht en handhaving onder de Wkb

Onderdeel van VTH-beleidsplan (2024-2027) gemeente Cranendonck

De Wkb brengt een aantal veranderingen met zich mee in het toezicht en de handhaving bij bouwactiviteiten. De gemeente blijft het bevoegd gezag voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid. Ook zal de gemeente zelf toezichthouden op de onderdelen uit gevolgklasse 2 en 3. De preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf, is nu vervangen door een toetsing en toezicht door de kwaliteitsborger op het bouwwerk. De gemeente blijft echter in alle situaties het bevoegd gezag voor de handhaving. Ook als er door de kwaliteitsborger een afwijking in de bouw wordt geconstateerd, dan is het aan ons om handhavend op te treden. Dit gebeurt meestal door middel van bestuurlijke sancties, zoals een last onder dwangsom, als de afwijkingen niet gelegaliseerd kan worden. Verder dient de gemeente zorg te dragen voor het beoordelen van meldingen en informatiemomenten rondom de bouwactiviteit. 6.10.1. Gevolgklasse 1 Gevolgklasse 1 geldt wanneer de persoonlijke gevolgen beperkt zijn als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Bij deze gevolgklasse valt te denken aan woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken zijn primair belegd bij private kwaliteitsborgers. Het betreft hier voorlopig alleen nieuwbouw, verbouw volgt op zijn vroegst pas op 1 januari 2025. 6.10.2. Gevolgklasse 2 en 3 Gevolgklasse 2 geldt wanneer er een reële kans op persoonlijke gevolgen bestaat als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Hierbij valt te denken aan bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 meter hoogte. Er wordt gesproken van gevolgklasse 3 wanneer er kans op aanzienlijke persoonlijke gevolgen is als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Hieronder kunnen vallen bouwwerken zoals metrostations, voetbalstadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 meter. Deze twee gevolgklassen zullen vooralsnog niet in werking treden. Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van de Wkb zal een evaluatie plaatsvinden over gevolgklasse 1. Afhankelijk van de uitkomsten van deze evaluatie zullen de hogere gevolgklassen in werking treden. 6.10.3. Melding bouwactiviteit in het kader van de Wkb Publiek toezicht is nog steeds van belang, dit wordt echter op een andere wijze ingevuld. De melder moet verantwoording afleggen aan de gemeente over het voldoen aan de bouwtechnische voorschriften. In het nieuwe bouwproces zijn er verschillende momenten waarop hij of zij in contact treedt met de gemeente. Deze melding is opgenomen in afdeling 2.2a van het Bbl. Figuur 9 Tijdlijn project onder Wkb (bron: VNG) Vier weken voor de start van de bouw Uiterlijk 4 weken vóór de start van de bouwwerkzaamheden, dient bij de gemeente te worden aangegeven voor welke kwaliteitsborger is gekozen en welk instrument de kwaliteitsborger toepast. Alle benodigde gegevens en bescheiden worden via het DSO bij de ‘melding bouwactiviteit’ aangeleverd, hierna start de termijn van 4 weken. Vervolgens controleren wij of de kwaliteitsborger een toegelaten instrument voor kwaliteitsborging gebruikt dat geschikt is voor de risicoklasse van het bouwwerk. Ook dienen wij te controleren of de kwaliteitsborger gerechtigd/gecertificeerd is om het instrument te gebruiken. Het betreft hier enkel bouwtechnische eisen van bouwwerken. Voor de eisen vanuit het Op, de omgevingsveiligheid en de controle van de melding blijft de gemeente het bevoegd gezag. Op het moment dat er een onvolledige melding wordt ingediend, krijgt de indiener hier bericht van. Van een melding onder het Bbl is pas sprake als de vereiste gegevens en documenten daadwerkelijk zijn aangeleverd. Een onvolledige melding is dus geen melding. De indiener dient een nieuwe melding in te dienen. De bouw mag pas beginnen op het moment dat de melding is geaccepteerd en aan de overige wet- en regelgeving is voldaan, bijvoorbeeld dat er een informatiemoment is ingediend voor de start van de bouw, zie hieronder. Twee dagen voor de start van de bouw De initiatiefnemer dient 2 dagen vóór de daadwerkelijke start van de bouw een informatiemoment in te dienen via het DSO bij de gemeente. Tijdens de bouw De kwaliteitsborger voert tijdens de bouw zijn taak uit. Hij heeft hierbij de plicht om technische onvolkomenheden, waarbij de afgifte van de verklaring door de kwaliteitsborger in gevaar komt, direct te melden via het DSO bij de gemeente als zijnde een ‘melding non-conformiteit’. In dit geval kan de gemeente hierop handhavend optreden. Voor de werkwijze in deze situatie wordt vastgehouden aan de toezichtstrategie. Na het einde van de bouw (gereedmelding) De initiatiefnemer dient na het einde van de bouwwerkzaamheden, maar uiterlijk 2 weken vóór de ingebruikname, verantwoording af te leggen bij de gemeente. Hij dient bij de gereedmelding een dossier bevoegd gezag aan te leveren. In het dossier wordt informatie over het bouwwerk opgenomen. Er worden bescheiden en gegevens opgenomen die minimaal nodig zijn om adequaat invulling te kunnen geven aan de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. Het betreft hier de informatie over de wijze waarop bij het bouwen rekening is gehouden met het borgingsplan en informatie die het inzichtelijk maakt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften. Tevens dient een verklaring van de kwaliteitsborger te worden aangeleverd, waaruit blijkt dat de kwaliteitsborger het gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat het bouwwerk voldoet aan de technische eisen van het Bbl. Beide dienen middels het DSO te worden ingediend. Wat betreft de bouwtechnische zaken die volgen uit het Bbl wordt gekeken of de gereedmelding en het dossier bevoegd gezag volledig zijn. Vervolgens worden deze gearchiveerd. Wanneer blijkt dat de gereedmelding incompleet is, dient een nieuwe melding te worden ingediend. Er geldt immers het principe van incomplete melding is geen melding. De private partijen dienen dit zelf op te lossen, hierbij vertrouwt de gemeente erop dat het Wkb-stelsel zijn werk gaat doen. Echter, waar nodig heeft de gemeente de mogelijkheid om een nadere controle uit te voeren. Mocht er sprake zijn van (maatwerk)voorschriften dan wordt er gecontroleerd of ook daadwerkelijk aan deze voorschriften is voldaan. In de gevallen dat geen (volledige) melding wordt ingediend, wordt vastgehouden aan de werkwijze uit de toezichtstrategie. Op het moment dat alle informatie behorende bij de gereedmelding op orde is en de gereedmelding door de gemeente akkoord is bevonden, mag het bouwwerk in gebruik worden genomen mits aan de overige wet- en regelgeving is voldaan, bijvoorbeeld dat er een informatiemoment is ingediend voor het gereed melden van de bouw. Bij de gereedmelding moet informatie zitten die ingaat op de getroffen maatregelen in het borgingsplan om bouwtechnische risico’s te voorkomen of te beperken, er moeten aanduidingen van de gebruiksfuncties, verblijfsgebieden, verblijfsruimtes e.d. worden overlegd. Daarnaast moet uit de informatie bij de gereedmelding blijken dat het bouwwerk voldoet aan de regels over onder andere bouwconstructie en milieuprestatie. Verder dient bij de gereedmelding informatie te zitten over brandveiligheid en informatie over toegepaste gelijkwaardige maatregelen. Zonder deze informatie is de gereedmelding niet volledig. 6.10.4. Prioriteiten Wat betreft het stellen van prioriteiten rondom de Wkb heeft de VNG een handreiking opgesteld. In deze handreiking is aangegeven dat gemeenten meer toezicht kunnen houden op bouwwerken onder de Wkb, hiervoor dienen vooraf beleidsmatige keuzes te worden gemaakt. Naar aanleiding van de keuzevoorbeelden uit de handreiking van de VNG hebben we voor de volgende prioriteiten gekozen: Onze gemeente zit in een bijzondere positie met aan de ene kant Kempen Airport, de A2 en het spoor en aan de grenzen van de bebouwing diverse industrieterreinen. Deze lokale omstandigheden zijn van invloed op de kernen Maarheeze (spoor, A2 en industrieterrein Rondven-Den Engelsman), Budel (vliegveld, A2, industrieterrein De Meemortel, industrieterrein Airpark en Kempen airport), Soerendonk (spoor en industrieterrein Molenheide), Budel-Schoot (spoor) en Budel-Dorplein (industrieterrein Nyrstar-Metalot, spoor en haven) en Gastel. Artikel 2.19, lid 2 van het Bbl biedt ons de mogelijkheid om aanvullende informatie in de risicobeoordeling voor deze gebieden extra te laten opnemen. Wij willen dat de kwaliteitsborgers voor deze gebieden extra risicobeoordeling in het borgingsplan opnemen voor zover de bouwtechnische regels (hoofdstuk 4 en 5 Bbl) geraakt worden door de hierboven genoemde lokale omstandigheden. Afhankelijk van de kwaliteit van het borgingsplan en de risicobeoordeling in dit plan kunnen wij binnen de hierboven genoemde gebieden extra controles (artikel 2.20 Bbl) uitvoeren tijdens het bouwen. Gezien onze ervaringen uit het verleden gaan we ook zeker gebruik maken van deze mogelijkheid om zeker te zijn dat de bouwtechnische regels op de juiste manier tijdens de bouw worden toegepast. Tot slot moeten de vooraf meegegeven risico’s achteraf worden verantwoord in het dossier bevoegd gezag. In het verleden is gebleken dat er binnen onze gemeente vaak afwijkend van de vergunning is gebouwd. Wij verwachten dat dat de kwaliteitsborger vaak melding zal maken van afwijkingen van de vergunning tijdens de bouw. Na de melding zijn wij bevoegd om zelf meerdere controles uit te voeren om zo de bouw in goede banen te leiden. Bij de gereedmelding wordt een zogenoemd dossier bevoegd gezag verstrekt. Wij hebben als taak om te toetsen of dat dossier volledig is met andere woorden of alle stukken aanwezig zijn. Wij kiezen ervoor om gedurende de looptijd van dit VTH-beleidsplan het dossier inhoudelijk te beoordelen en zelf een controle uit te voeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel