De Ow zorgt voor een aantal veranderingen in het kader van toezicht en handhaving. Deze veranderingen worden hieronder uiteengezet om meer inzicht te krijgen in die veranderingen.
6.9.1. Van vergunningverlening naar toezicht en handhaving onder de Ow
Bij een meervoudige vergunningaanvraag wijzigt in een aantal gevallen het bevoegd gezag van rijkspartijen naar een advies- en instemmingsorgaan. De dubbele handhavings- en toezichtbevoegdheid met het bevoegd gezag die ontstaat in aangewezen gevallen vraagt om goede samenwerkingsafspraken.
6.9.1.1. Bevoegd gezag
Het uitgangspunt onder de Ow is “decentraal, tenzij”, waardoor de gemeente doorgaans het bevoegde gezag is voor activiteiten, of voor wateractiviteiten het waterschap. In uitzonderingsgevallen is de provincie of het Rijk bevoegd gezag. De uitzonderingen staan opgenomen in hoofdstuk 4 van het Ob. Het bevoegd gezag voor vergunningverlening is dan automatisch ook het bevoegd gezag om toezicht te houden op de naleving van de vergunning en indien nodig te handhaven.
6.9.1.2. Advies en advies met instemming
Het bestuursorgaan heeft geen specifieke toezicht- en handhavingsbevoegdheden wanneer het advies geeft op onderdelen van een vergunning. Een adviesorgaan dat instemming heeft verleend kan een medehandhavingsbevoegdheid hebben. Dan is zowel het bevoegd gezag als het bestuursorgaan dat de instemming heeft gegeven bevoegd tot handhaven (mede- handhavingstaak). Deze gevallen zijn opgenomen in artikel 13.3 van het Ob.
Ook is het een mogelijkheid voor de gemeente om de bevoegdheid voor VTH over te dragen aan het ‘nieuwe’ bevoegde gezag ook ten aanzien van magneetactiviteiten. Dit is de flexibiliteitsregeling en sluit aan bij het beginsel “eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag”.
6.9.2. Vergunningentoezicht onder de Ow
Binnen de Ow wordt onderscheid gemaakt tussen toezicht op de activiteit omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit en de omgevingsvergunning voor Bouwactiviteit.
6.9.2.1. Toezicht op de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit
Wij houden toezicht op de uitvoering van werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit noodzakelijk is. Dit gebeurt door controles tijdens de uitvoeringsfase van werken. Op die manier wordt gewaarborgd dat onder andere een ruimtelijke en cultuurhistorische basiskwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving wordt bereikt.
Structureel
omgevingsvergunningen voor een monument worden gecontroleerd op het voldoen aan de voorschriften;
locaties waar vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten geweigerd/buiten behandeling zijn gelaten worden gecontroleerd indien nodig op eventuele illegale bouw; en
tijdelijke vergunningen worden ook gecontroleerd na afloop van de instandhoudingtermijn.
Relatief
Toezicht en handhaving op basis van klachten en meldingen gerelateerd aan (het ontbreken van) een omgevingsvergunning.
6.9.3. Meldingentoezicht onder de Ow
6.9.3.1. Melding bouwactiviteit (gevolgklasse 113Het begrip ‘gevolgklasse’ geeft aan hoe groot de gevolgen zijn als er iets misgaat met bouwwerk. Hierbij geldt hoe groter de gevolgen, hoe groter de gevolgklasse.)
Op het moment dat wij een melding ontvangen voor de bouwactiviteit wordt deze gecontroleerd op volledigheid. Hierbij hanteert de gemeente voor toezicht de procesbenadering en staat de verantwoordelijkheid van de private partijen voorop. De gemeente zal strak handhaven op de correctheid van de meldingen. Een melding die onvolledig is zal binnen de geldende termijn actief worden verworpen. De wet verbiedt de start van de bouw of de ingebruikname van het bouwwerk, als er geen juridisch correcte melding is gedaan. Door deze werkwijze willen wij, in het kader van participatie, de private partijen dwingen om zelf met oplossingen te komen, verantwoordelijkheid te dragen en te voldoen aan de regels.
Het is niet de bedoeling dat het toezicht van de gemeente en dat van de kwaliteitsborger elkaar overlappen, ze moeten juist complementair zijn aan elkaar. Om die reden wordt de inhoudelijke benadering dus niet gehanteerd. Dit betekent bijvoorbeeld dat wij niet uit eigen beweging toezicht houden naar aanleiding van de melding voor een bouwactiviteit.
6.9.3.2. Gereedmelding
Na het afronden van de bouwfase dient de uitvoerder een gereedmelding in te dienen. Deze verplichting geldt voor alle omgevingsplanactiviteiten. Voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 bevat deze melding ook een dossier bevoegd gezag en een verklaring van de kwaliteitsborger. Ook hierbij wordt de verantwoordelijkheid van de private partijen voorop geplaatst.
Voor zowel de melding bouwactiviteit als de gereedmelding geldt dat er handhavend zal worden opgetreden op het moment dat er geen correcte melding wordt ingediend. Handhaving is en blijft namelijk een bevoegdheid van de gemeente. De werkwijze bij handhaving zal in lijn met de prioritering, zoals opgenomen in dit beleid, gebeuren.
6.9.3.3. Sloopmelding
Toezicht op slopen (met of zonder asbest) is een (milieu)taak die de Odzob uitvoert in opdracht van de gemeente. In het geval van asbestverwijdering wordt afhankelijk van de risicoklasse (1, 2 of 3) een percentage van de locaties gecontroleerd aan de hand van een landelijk vastgestelde checklist. Daarnaast wordt de administratieve afhandeling beoordeeld in het kader van ketentoezicht. Toezicht op reguliere verwerking van gegevens in de systemen. Indien een sloopveiligheidsplan noodzakelijk is, wordt er ook gecontroleerd of conform dit plan wordt gewerkt.
Daarnaast hebben de controles in de sloopfase als doel om te zorgen dat gebouwen op een veilige en milieuverantwoorde wijze worden gesloopt, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving.
Toezicht op basis van de sloopmelding zonder asbest vindt enkel plaats bij volledige sloop in het kader van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).
6.9.3.4. Melding brandveilig gebruik
Meldingen wat betreft brandveilig gebruik worden door de gemeente zelf afgehandeld. Hiervoor wordt inhoudelijk advies gevraagd bij de VRBZO.
6.9.4. Toezicht tijdens de gebruiksfase
6.9.4.1. Toezicht op brandveiligheid
Op het gebied van brandveiligheid richt de inzet zich met name op het verbeteren van het brandveilig gebruik van bestaande gebouwen. Dit betekent dat er periodiek aandacht wordt besteed aan de brandveiligheid van gebouwen met een hoog risico. Het toezicht wordt uitgevoerd door de VRBZO. Bij een integrale controle zijn wij ook aanwezig om toezicht te houden. Eventuele handhaving voeren wij zelf uit.
6.9.4.2. Toezicht op milieubelastende activiteiten
De Odzob houdt voor ons toezicht op alle milieubelastende activiteiten. In opdracht van de gemeente houdt de Odzob toezicht op de naleving van milieuregels bij bedrijven door het uitvoeren van controleren en het zo nodig opleggen van sancties bij overtredingen.
6.9.5. Projectmatig toezicht onder de Ow
Op het moment dat er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt worden, wordt dit uitgewerkt in het Jaarverslag en zo nodig in het Uitvoeringsprogramma. In het Jaarverslag zal worden opgenomen met welke (onvoorziene) ontwikkelingen de wij te maken hebben gekregen en in het Uitvoeringsprogramma zal de werkwijze en zullen de beschikbare middelen voor het projectmatige toezicht worden opgenomen.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.9.
Toezicht en handhaving onder de Ow
Onderdeel van VTH-beleidsplan (2024-2027) gemeente Cranendonck