De grondslag voor meldingen van voormalige vergunningplichten vindt zich in het Bal en in het Bbl. Bij een melding vindt, anders dan bij vergunningaanvragen, alleen een beoordeling op volledigheid plaats. Op het moment dat de melding niet volledig is, wordt deze niet beschouwd als melding. In dat geval wordt de melder hierover geïnformeerd. Hieronder worden een aantal belangrijke meldingsplichten toegelicht. Als een vergunningplicht is vastgesteld voor een specifiek geval, dan komt de meldingsplicht te vervallen.
6.8.1. Melding milieu
Per milieubelastende activiteit is er in hoofdstuk 4 Bal aangegeven of er een meldingsplicht geldt. Iedere melding bestaat in ieder geval uit een aantal algemene gegevens, zo blijkt uit artikel 2.17 van het Bal.
De melder moet in ieder geval altijd de volgende gegevens aanleveren:
De aanduiding van de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 4;
de naam en het adres van degene die de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, verricht;
het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, wordt verricht; en
de dagtekening.
De meldingen van milieubelastende activiteiten worden door de Odzob afgehandeld. Dit geldt voor zowel de binnenkomst als de inhoudelijke behandeling. Bij binnenkomst gaan aanvragen, meldingen en dergelijke direct naar de Odzob. Na afronding van de besluitvorming komt de zaak terug bij de gemeente ter archivering. Uitsluitend waar nodig is, is contact met de gemeente.
6.8.2. Melding sloop
Wat betreft meldingsplichtige sloopwerkzaamheden uit het Bbl is het verplicht om minimaal 4 weken (bij uitzondering 1 week) voor het begin van de sloopwerkzaamheden de sloopactiviteit, op grond van artikel 7.10 Bbl, te melden bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet vervolgens uiterlijk 2 werkdagen voor aanvang en 1 dag na de afronding van de feitelijke sloopwerkzaamheden geïnformeerd worden (artikel 7.12 van het Bbl). Van een melding is pas sprake als de vereiste gegevens en documenten, zoals opgenomen in artikel 7.11 Bbl, daadwerkelijk zijn aangeleverd. Dit betekent derhalve dat een onvolledige melding dus geen melding is. De gemeente moet dit wel tijdig kenbaar maken.
Tijdens de sloopwerkzaamheden dient volgens artikel 7.13 van het Bbl de volgende informatie aanwezig te zijn:
De sloopmelding en bijbehorende informatie;
gegevens over hoe de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving wordt geborgd;
indien van toepassing maatwerkvoorschriften, het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom en het asbestinventarisatierapport of de eindbeoordeling asbestverwijdering; en
andere voor het slopen van belang zijnde informatie zoals bijvoorbeeld de inzet van een mobiele puinbreker (op grond van afdeling 7.2 van het Bbl staat hier ook een meldingsplicht Op).
De sloopmeldingen worden door de Odzob afgehandeld. Dit geldt voor zowel de binnenkomst als de inhoudelijke behandeling. Bij binnenkomst gaan aanvragen, meldingen en dergelijke direct naar de Odzob. Na afronding van de besluitvorming komt de zaak terug bij de gemeente ter archivering. Uitsluitend waar nodig is, is contact met de gemeente.
6.8.3. Melding brandveilig gebruik
De gebruiksvergunning is onder de Ow komen te vervallen. Voor bepaalde gebouwen geldt echter nog wel een meldingsplicht. In het Bbl is onder artikel 6.6 een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. De gebruiksmelding moet 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan (artikel 6.7 Bbl). Verder staan in artikel 6.8 Bbl de gegevens en bescheiden die moeten worden ingediend. Ook bij deze melding geldt dat een onvolledige melding, geen melding is.
Bij een melding brandveilig gebruik wordt inhoudelijk advies gevraagd aan de VRBZO. Het advies van de VRBZO wordt overgenomen, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering.