De aanleg van een uitweg mag niet ten koste gaan van aanwezige openbare parkeerplaatsen. Het vervallen van een parkeerplaats in de openbare ruimte gaat namelijk ten koste van het dubbelgebruik en bezoekers parkeren, waardoor de parkeerdruk in de omgeving vergroot wordt. Desondanks zijn er situaties denkbaar waarbij het noodzakelijk is om een uitweg te realiseren. Via onderstaande regeling wordt het mogelijk gemaakt om maatwerk te kunnen verlenen bij uitzonderlijke situaties.
Algemeen principe is in elk geval dat bij het aanleggen van uitwegen voldoende ruimte moet overblijven voor het volgens de Nota Parkeernormen of in het omgevingsplan vastgelegde benodigde aantal parkeerplaatsen. Voor parkeerplaatsen bij winkels en bedrijven worden andere normen gehanteerd dan bij woningen.
Indien de noodzaak voor het verdwijnen van een openbare parkeerplaats kan worden onderbouwd, is het mogelijk om maximaal één openbare parkeerplaats te laten vervallen.
Indien een openbare parkeerplaats vervalt, dient de aanvrager dit op te vangen, door zijn/haar eigen voertuig op eigen particulier terrein te parkeren.
Als door de aanleg van de uitweg de parkeerdruk in het gebied / straat te hoog wordt, wordt de aanvraag omgevingsvergunning geweigerd.
Indien op eigen terrein voldoende ruimte is voor het creëren van parkeergelegenheid zonder dat dit direct grenst aan de openbare ruimte, dient dit op het eigen terrein gerealiseerd te worden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.2
Indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats
Onderdeel van Beleidskader uitwegen 2024