Het opnemen van onherroepelijke omgevingsvergunningen

In de Omgevingswet is opgenomen dat onherroepelijke omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit binnen vijf jaar moeten worden verwerkt in het omgevingsplan. Onder de huidige wetgeving (Wro) vallen deze werkzaamheden onder het actualiseren van bestemmingsplannen. Daarmee zijn ze deel van het raadsbesluit tot vaststelling van het te actualiseren bestemmingsplan. Het omgevingsplan zal echter niet periodiek worden aangepast, maar moet doorlopend actueel worden gehouden. Dit maakt het noodzakelijk om verleende omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit na verloop van tijd te verwerken in het omgevingsplan. Omdat het hier enkel het opnemen van onherroepelijke vergunningen betreft, is dit slechts een administratieve handeling.

Het corrigeren van kennelijke fouten in het omgevingsplan

Dit betreft het corrigeren van verschrijvingen, spelfouten, het aanpassen van verkeerd geplaatste aanduidingen etc. Het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen en toevoegen of verwijderen van gebruiksruimte valt hier nadrukkelijk niet onder.

Het verwijderen van regels ter bescherming van archeologische waarden, indien uit onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn

Deze werkzaamheden worden in de huidige bestemmingsplannen gedelegeerd aan het college via een wijzigingsbevoegdheid. Onder het omgevingsplan vervalt de wijzigingsbevoegdheid. Door dit onderdeel op te nemen in het delegatiebesluit blijft de bestaande situatie in stand.

Het opstellen van regels ten behoeve van voor- of spoedbescherming van monumenten

Het opstellen van regels ten behoeve van voor- of spoedbescherming van monumenten is momenteel geregeld via de Monumentenverordening Den Haag 2019 en daarmee een collegebevoegdheid. Door dit onderwerp alvast op te nemen in dit delegatiebesluit, blijft dit een collegebevoegdheid wanneer de monumentenverordening onderdeel wordt van het omgevingsplan. Onder spoedbescherming wordt verstaan de bescherming die een object geniet op grond van artikel 2.3 Monumentenverordening Den Haag 2019 en opvolgende verordeningen. Deze bescherming houdt in dat een zaak of terrein zonder voorafgaand advies van de welstands- en monumentencommissie kan worden aangewezen als voorlopig gemeentelijk monument. Onder voorbescherming wordt verstaan de bescherming die een object geniet op grond van artikel 2.2 Monumentenverordening Den Haag 2019. De voorbescherming voorziet er in dat het betreffende object tot aan de inschrijving in het gemeentelijk monumentenregister of tot aan het collegebesluit om af te zien van het voornemen tot plaatsing op dezelfde wijze wordt beschermd als een aangewezen monument.

Het schrappen van regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan nadat deze regels onherroepelijk in het permanente deel van het omgevingsplan zijn opgenomen

Het omzetten van regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het permanente deel vindt plaats via een raadsbesluit. Zolang deze wijzigingen nog niet onherroepelijk zijn, kunnen de oude regels nog niet worden verwijderd uit het tijdelijke omgevingsplan. Dan zou er een gat vallen in de regelgeving ingeval de wijzigingen onverwijld geen standhouden in een eventuele beroepsprocedure. Nadat de nieuwe regels onherroepelijk zijn geworden, kunnen de oude regels zonder gevolgen worden verwijderd uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit betreft daarmee slechts een administratieve handeling.

Uitvoering

Nadat dit besluit is vastgesteld, wordt het bekend gemaakt en gepubliceerd. Het besluit wordt, met uitzondering van de voor- en spoedbescherming bij monumenten die zijn geregeld in de Monumentenverordening, van kracht op de inwerkingtredingsdatum. De voor- en spoedbescherming bij monumenten treedt in werking zodra de Erfgoedverordening onderdeel gaat uitmaken van het omgevingsplan.

Het college zal eenmaal per jaar een lijst overleggen aan de raad van de op grond van delegatie genomen besluiten. Op deze manier kan goed worden gemonitord hoe vaak en in welke situaties van delegatie gebruik is gemaakt. Op basis daarvan kan de raad besluiten om het delegatiebesluit aan te passen, of in te trekken. Daarvoor zal het college een voorstel doen. Aanpassing of intrekking door de raad heeft geen effect meer op besluiten die reeds genomen zijn op basis van dit besluit.

Rechtsmiddelen

Het is niet mogelijk om bestuursrechtelijke rechtsmiddelen in te stellen tegen dit delegatiebesluit. Wel staan er rechtsmiddelen open tegen de besluiten die (al dan niet mede) op grond van dit besluit zijn genomen.