Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 5.

Tegenprestatie

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Ouder-Amstel 2023

1.. Op grond van artikel 9 van de wet, artikel 37 IOAW en artikel 37 IOAZ is de belanghebbende verplicht naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 2.. Het college kan een belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen. 3.. Het college kan een belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. 4.. De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van zes maanden per jaar voor maximaal 16 uur per week. En de tegenprestatie kan binnen zes maanden slechts drie keer worden opgelegd. 5.. Bij het opleggen van de tegenprestatie wordt rekening gehouden met de omstandigheden van belanghebbende. Tot de omstandigheden wordt in ieder geval gerekend: het verrichten van vrijwilligerswerk; het verrichten van arbeid in loondienst; het volgen van een zorg- of re-integratietraject; de duur van de werkloosheid. 6.. De op te leggen tegenprestatie moet aan vier eisen voldoen: de tegenprestatie is naar zijn aard niet direct gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratie instrument; de tegenprestatie mag niet in de weg staan aan acceptatie van algemeen geaccepteerde arbeid of aan de re-integratie gericht op arbeidsinschakeling; de werkzaamheden zijn additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten; het mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 7.. Belanghebbende krijgt zelf de gelegenheid binnen twintig werkdagen een tegenprestatieplaats bij een organisatie, instelling, club of vereniging te zoeken; 8.. De verplichting tot tegenprestatie wordt middels een beschikking opgelegd met als bijlage een plan van aanpak waarin de afspraken met belanghebbende zijn vastgelegd met betrekking tot de omvang, de duur en de aard van de werkzaamheden; 9.. Het college dient bij weigering van de belanghebbende om de tegenprestatie te verrichten op basis van het individuele geval de hoogte en de duur van de op te leggen maatregel te bepalen.

Rechtspraak bij dit artikel