Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Prijzen en premies

Onderdeel van Voorschriften kleine kansspelen gemeente Landgraaf 2011

1.. Tenminste vier werkdagen vóór de dag dat de kienbijeenkomst plaatsvindt, dient een bestuurslid van de organiserende vereniging of stichting, dan wel een (bestuurs)lid van de organiserende Landgraafse afdeling van een regionale, provinciale of landelijke vereniging of stichting, het in tweevoud volledig ingevulde en ondertekende, door het college vastgestelde, prijzenformulier (model 2) persoonlijk in te leveren bij de afdeling Klant Contact Centrum (Vergunningen). 2.. Op dit formulier dienen de prijzen in geld of goederen per serie (inclusief de troostprijs bij bijvoorbeeld een zogenaamde dubbele kien) te zijn vermeld met daarbij aangegeven de waarde van elke prijs. Van de gratis verkregen prijzen dient de economische waarde te worden vermeld. Onder economische waarde wordt verstaan, de prijs waarvoor een ieder het artikel in de handel kan kopen. 3.. De waarde van de prijzen dient bij de verantwoording te worden aangetoond aan de hand van de op deze prijzen betrekking hebbende rekeningen of andere aannemelijke bewijsstukken. 4.. Op het prijzenformulier mogen geen prijzen zijn vermeld, die betrekking hebben op andere nog te organiseren kienbijeenkomsten. 5.. Een prijzenlijst dient gewaarmerkt te worden door of namens de medewerker Klant Contact Centrum (Vergunningen) en dient tijdens de kienbijeenkomst in het bezit te zijn van het (bestuurs)lid, dat tijdens de kienbijeenkomst toezicht houdt. 6.. De prijzenlijst dient (in kopie) tevens minimaal een uur voor de aanvang van de bijeenkomst op een duidelijk zichtbare plaats te worden aangebracht in de ruimte waar gekiend wordt. 7.. De economische waarde van de gratis verkregen prijzen dient te worden meegerekend bij de bepaling van de waarde per serie of set en bij de gezamenlijke waarde per kienbijeenkomst. 8.. De prijzen of premies in geld of goederen mogen geen grotere waarde hebben dan € 400,- - per serie of set- en de gezamenlijke waarde mag niet meer bedragen dan € 1550,- (artikel 7c, eerste lid).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel