Een persoon die noodzakelijke bestaanskosten heeft, die voortkomen uit bijzondere individuele omstandigheden en waarin de algemene bijstand niet voorziet, kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De omstandigheden van het individu bepalen welke kosten in aanmerking komen voor bij- zondere bijstand. Voor kosten van duurzame gebruiksgoederen geldt dat het sociaal minimum toerei- kend wordt geacht om vervangingsuitgaven te doen. Men dient voor deze kosten geld te reserveren of hiervoor achteraf gespreid te betalen. Als dit wegens persoonlijke omstandigheden niet is gebeurd, kan de gemeente bijstand in de vorm van een lening verstrekken.
De verstrekking van de langdurigheidstoeslag kan gevolgen hebben voor de verstrekking van de bij- zondere bijstand. Het besteedbaar inkomen is door de toekenning van de langdurigheidstoeslag immers hoger dan dat van personen die niet in aanmerking komen voor een toeslag. De gemeente is vrij in de bepaling of en in hoeverre de verstrekte toeslag de bijzondere bijstand beïnvloedt.
Draagkracht
In navolging op het reeds bestaande beleid met betrekking tot het vaststellen van de draagkracht op grond van het vermogen en inkomen wordt wel rekening gehouden met een verstrekte langdurigheidstoeslag, indien een aanvraag om bijstand wordt ingediend voor kosten, waar men geacht wordt voor te reserveren (hetzij vooraf, hetzij achteraf middels een lening).
De verstrekte langdurigheidstoeslagen over het afgelopen jaar worden volledig in aanmerking geno- men, voordat bijzondere bijstand verstrekt wordt voor:
duurzame gebruiksgoederen;
verhuis- en inrichtingskosten;
overbruggingsuitkering;
en dergelijken.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4.
Artikel 2.4.4
Draagkracht op grond van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012