Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4.

Artikel 2.4.5.

Draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012

Uitgangspunt is, dat de draagkracht per jaar wordt vastgesteld. Indien het inkomen en/of vermogen binnen het draagkrachtjaar met meer dan 20% stijgt of daalt, wordt de draagkracht hieraan aangepast. Hierbij geldt dat voor de verstreken maanden de draagkracht ongewijzigd blijft, maar dat voor de nog resterende maanden naar ratio een nieuwe draagkracht wordt vastgesteld. In situaties dat de bijzondere kosten maandelijks terugkeren, kan de financiële draagkracht via spreiding worden toegepast. Bij personen van 65 jaar en ouder en bij alle personen waarvan is vastgesteld, dat er geen sprake is van arbeidsmarktperspectief, kan de draagkracht in principe voor een periode van twee jaar worden vastgesteld. Ontvangt de aanvrager geen uitkering op grond van de WWB en heeft hij of zij in het jaar voorafgaande aan de aanvraag een tegemoetkoming ontvangen op grond van één van de on- derstaande regelingen, dan kan worden volstaan met een verwijzing naar de betreffende rap- portage. Het gaat om de volgende regelingen: langdurigheidstoeslag; de Regeling categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken of gehandicapten; de Categoriale regeling bijzondere bijstand voor maatschappelijke participatie; de Regeling categoriale bijzondere bijstand ouderen; de collectieve ziektekostenverzekering. Bij deze groep kan verder de inkomstengegevens van de WMO worden overgenomen. Dit voorkomt een dubbele gegevens uitvraag. Wel moet beoordeeld worden of er een vermogens- toets moet plaatsvinden.

Rechtspraak bij dit artikel