Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 6.2.

Artikel 6.2.4.

Toeslag voormalig alleenstaande ouders

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012

Het bereiken van de 18-jarige leeftijd door een ten laste komend kind kan voor een alleenstaande ouder nadelige financiële gevolgen hebben: Wanneer een ouder één ten laste komend kind heeft, ontvangt hij bijstand naar de norm alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b WWB. Op het moment dat het kind 18 jaar wordt, vormen zij samen een gezin en ontvangen zij de gezinsnorm als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onder b, onder 1, WWB. Deze gezinsnorm is lager dan de norm alleenstaande ouder, omdat rekening gehouden wordt met de onderhoudsplicht van de ouder tot wiens huishouden het kind niet hoort. Hierdoor lijkt sprake van een inkomensachter- uitgang. Indien sprake is van niet-rechthebbende kinderen of kinderen die niet tot het gezin behoren op het moment dat ze 18 jaar worden, wijzigt de norm voor de ouder van alleenstaande ouder naar alleenstaande. Dit betekent een inkomensachteruitgang van 20% van de gezinsnorm als bedoeld in artikel 21, eerste lid, WWB. Bovendien kan onder omstandigheden ook de hoogte van de toeslag wijzigen. Om dit negatieve verschil op te vangen, kan er een overbruggingstoeslag verstrekt worden. De over- bruggingstoeslag moet ervoor zorgdragen dat het inkomen van ouder en kind gelijk is aan de norm alleenstaande met kind inclusief de kinderbijslag voor een alleenstaande ouder. Bij de berekening dient te worden uitgegaan van het inkomen exclusief vakantiegeld. Gelet op de (nieuwe) systematiek van de wet heeft dit echter niet de voorkeur. De kosten waarvoor de toeslag wordt verleend, hebben veelal betrekking op het onderhouden van het kind. Op het moment dat het kind 18 jaar wordt, kan het echter zelf aanspraak maken op een uitkering voor het levenson- derhoud. Denk bijvoorbeeld aan de Wet studiefinanciering 2000, inkomsten uit arbeid of een bij- standsuitkering (gezinsbijstand samen met de voormalig alleenstaande ouder en eventuele andere gezinsleden). Voor zover deze inkomsten of uitkeringen ontoereikend zijn om in de kosten van het levensonderhoud te voorzien, moet de jongmeerderjarige een beroep doen op de onderhoudsplicht van de andere, niet inwonende ouder (alimentatie), dan wel bijzondere bijstand aanvragen op grond van artikel 12 WWB (zie EK 2011-2012, 32 815, nr. C, p. 9 en CRvB 17-01-2012, nr. 11/2296 WWB).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel