De Wmo is er voor ondersteuning in participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare inwoners. De ondersteuning is erop gericht om inwoners in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. De wet omschrijft dit niet verder. Vanuit jurisprudentie weten we dat dit het volgende inhoudt:
Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en het voeren van een gestructureerd huishouden. Zelfredzaamheid is er dus op gericht om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen.
In diverse uitspraken van de rechter is zelfredzaamheid verder ingekaderd voor wat betreft de zgn. algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL):
‘Voor de zelfredzaamheid van mensen zijn de volgende algemene dagelijkse levensverrichtingen van belang: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/ drinken, medicijnen innemen, ontspanning, sociaal contact. Zelfredzaamheid wil niet per se zeggen dat de persoon zélf overal toe in staat is. De zelfredzaamheid van een persoon kan ook versterkt worden door de inzet van huisgenoten, het netwerk rond de persoon, mantelzorg, of een vrijwilliger die ondersteunende taken verricht. Verder kan het gebruik van algemeen gebruikelijke voorzieningen bijdragen aan de zelfredzaamheid’.
Participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer.
Begeleiding: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven1Zie artikel 1, lid 1 Wmo 2015..
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2.
Participatie en zelfredzaamheid nader bezien
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning: Nadere regels Wmo 2024