Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.3.

Hulpmiddelen

Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning: Nadere regels Wmo 2024

Hulpmiddelen worden ingezet om de zelfredzaamheid en participatie van inwoners te bevorderen. De verordening biedt in artikel 4.11 criteria hiervoor. In deze paragraaf komen de volgende hulpmiddelen aan de orde: trapliften; rolstoelen; scootmobielen; aangepaste fietsen en gesloten buitenwagens. Voorliggende voorzieningen bij hulpmiddelen Juist bij hulpmiddelen zijn steeds meer voorzieningen algemeen gebruikelijk, zeker in een vergrijzende maatschappij. Een rollator wordt bijvoorbeeld al lang niet meer vergoed vanuit Wmo of zorgverzekering. Ook eenvoudige hulpmiddelen voor ADL-toepassingen zijn steeds meer normaal en overal te koop. Een loopfiets valt onder zorgverzekering (medisch hulpmiddel) maar als een elektrisch exemplaar nodig is, wel onder de Wmo. Voor hulpmiddelen die bedoeld zijn om zich te verplaatsen, zijn er voorliggende voorzieningen: eigen vervoer, vervoer door mantelzorgers, openbaar vervoer, de Wijkse Dienst, etc. 5.3.1. Trapliften De gemeente heeft een contract afgesloten met een trapliftenleverancier. Deze leverancier is ook verantwoordelijk voor het onderhoud op trapliften. Sommige trapliften zijn verstrekt door voormalig gecontracteerde leveranciers, hiervoor voert de betreffende leverancier nog het onderhoud uit. Op basis van artikel 4.1, 6e lid van de verordening zijn de volgende nadere regels van toepassing: Trapliften worden bij voorkeur in bruikleen verstrekt. De trapliftenleverancier laat de cliënt een bruikleenovereenkomst tekenen bij plaatsing van de traplift. De gemeente blijft dan eigenaar van de traplift. Zodra de traplift niet meer wordt gebruikt, wordt deze teruggenomen door de leverancier van de traplift. Als dit mogelijk is wordt de traplift ingezet bij een andere cliënt of worden onderdelen hergebruikt. Wanneer een gebruiker verhuist, wordt gezocht naar een nieuwe huurder die ergonomische beperkingen heeft en gebaat is bij de reeds aanwezige traplift. De woning kan met traplift worden geadverteerd op Woningnet. Wanneer een cliënt aanvullende wensen heeft voor een traplift ontvangt de cliënt een financiële tegemoetkoming ter hoogte van de prijzen conform het contract tussen gemeente en leverancier. De inwoner moet zelf de meerkosten betalen ten behoeve van de aanvullende wensen en is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en in oude staat terug brengen van de woning. 5.3.2. Rolstoelen Een rolstoel is een hulpmiddel om de gevolgen van een (deels) ontbrekende loopfunctie te compenseren. Iemand zal echter pas op een rolstoel zijn aangewezen, als gebruik van andere loophulpmiddelen niet meer toereikend is. De rolstoel is bedoeld voor het verplaatsen in- en rond de woning. De gemeente heeft een contract afgesloten met hulpmiddelenleveranciers voor levering en onderhoud. Op basis van artikel 4.1, 6e lid van de verordening zijn de volgende nadere regels van toepassing: Bruikleen: de gemeente koopt de rolstoelen van de leverancier en deze worden in bruikleen aan de cliënt verstrekt. Als de cliënt de rolstoel niet meer nodig heeft, gaat deze terug naar de leverancier. Die slaat de rolstoel op en kan deze eventueel weer opnieuw uitgeven. Aanpassingen kunnen nodig zijn bij wijziging van de situatie van de cliënt. Aanpassingen kunnen bijvoorbeeld zijn extra onderdelen of aanpassingen die niet standaard op een rolstoel zitten (zoals zachte armleuningen of ortheses), maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt. De gemeente regelt- en vergoedt dit. Onderhoud hoort bij de service die de cliënt kan verwachten van de hulpmiddelenleverancier. Uitzondering hierop is de rolstoel voor incidenteel gebruik (een simpele transportrolstoel). Verzekering: de leverancier is verantwoordelijk voor de verzekering van alle uitstaande elektrische vervoersvoorzieningen. Eigenbijdragen: wettelijk is vastgelegd dat de gemeente voor rolstoelen geen eigen bijdrage aan de cliënt mag vragen. Tijdelijkgebruik: voor kortdurend gebruik (bijvoorbeeld na een operatie) wordt geen rolstoel verstrekt. Er zijn hiervoor uitleenservices beschikbaar waar de cliënt zelf een beroep op kan doen. Dit is voorliggend. Niet anti-revaliderend: soms kan het verstrekken van een rolstoel in tegenspraak zijn tot het behandelplan van een arts. Dat is reden om geen rolstoel te vertrekken. Relatie Wmo – Wlz: op grond van Rijksregels zijn cliënten -dus ook Wlz-cliënten die thuis wonen met een MPT of een VPT2 Modulair Pakket Thuis of Volledig Pakket Thuis. Dit zijn termen uit de Wlz.- voor hun rolstoel aangewezen op de Wmo. Alleen bij cliënten die in een erkende Wlz-instelling wonen (zoals bijvoorbeeld het Ewoud en Elisabethgasthuis) zijn voor hun rolstoel op de Wlz aangewezen. Als gemeente volgen we wijzigingen in de Rijksregels. 5.3.3. Scootmobielen Een scootmobiel is bedoeld voor vervoer op de korte en middellange afstanden. Op basis van artikel 4.1, 6e lid van de verordening zijn de volgende nadere regels van toepassing: Indicatiecriterium is o.a. dat de aanvrager maximaal 100 meter kan lopen en geen gebruik kan maken van een (brom-, elektrische) fiets. De vraag of de cliënt nog in staat is om veilig aan het verkeer deel te nemen, maakt onderdeel uit van de toetsing. Eventueel is inzet van een ergotherapeut denkbaar om hierover een advies te geven. Dit valt onder de basisverzekering van de cliënt en hoeft de gemeente dus niet te betalen. Bruikleen: scootmobielen worden in bruikleen verstrekt. Cliënt tekent bij ontvangst van het hulpmiddel een gebruikersovereenkomst. Als de cliënt het hulpmiddel niet meer nodig heeft, gaat deze terug naar de leverancier. Die slaat de scootmobiel op en kan deze eventueel herverstrekken of onderdelen hergebruiken. Aanpassingen: aanpassingen kunnen nodig zijn bij wijziging van de situatie van de cliënt. De gemeente regelt en betaalt dit. Onderhoud: onderhoud hoort bij de service die de cliënt kan verwachten van de hulpmiddelenleverancier. Verzekering: De leverancier is verantwoordelijk voor de verzekering van alle uitstaande elektrische vervoersvoorzieningen. Opladen: er wordt geen vergoeding verstrekt voor oplaadkosten. Eigen bijdrage: de eigen bijdrage voor de cliënt bedraagt het abonnementstarief. De cliënt betaalt deze totdat de aankoopprijs geheel is terugbetaald. Daarna wordt de bijdrage opgelegd om de onderhouds- en verzekeringskosten te bekostigen. Stalling: van een cliënt die zelf een bergingsruimte heeft, wordt verwacht dat deze zelf ruimte vrijmaakt voor een hulpmiddel. Pas als er redelijkerwijs geen adequate stallingsruimte vrij te maken is, kan worden gedacht aan het creëren van extra stallingsruimte. Bijvoorbeeld een (herplaatsbare) scootermobielsafe, een afdakje of een afdekzeil. 5.3.4. Aangepaste fietsen en gesloten buitenwagen Er zijn fietsen, zoals de driewielfiets, die speciaal ontworpen en bestemd zijn voor mensen met een beperking en alleen bij gespecialiseerde bedrijven worden verkocht. Een fiets met lage instap, fiets met hulpmotor of elektrische fiets zijn niet speciaal ontworpen voor mensen met een beperking en worden in de reguliere handel verkocht. Daarom worden deze als algemeen gebruikelijk beschouwd, ook al zijn de aanschafkosten hoger dan van een normale fiets. Een duofiets kan tegen een kleine bijdrage geleend worden voor een dagdeel of hele dag. De duofiets staat het bij E&E Gasthuis in Wijk bij Duurstede, reserveren kan via 0343-459480. Een gesloten buitenwagen is een overdekt voertuig dat niet harder dan 45 km rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. De gesloten buitenwagen dient onderscheiden te worden van de brommobiel, die eveneens niet harder dan 45 km rijdt maar waarvoor geen aparte verkeersregels gelden. De brommobiel is niet specifiek voor gehandicapten bedoeld en is dus algemeen gebruikelijk. Veel cliënten vinden een gesloten buitenwagen de meest gewenste oplossing voor het vervoersprobleem. Het is echter niet de goedkoopst adequate oplossing. Alleen als op basis van medisch advies is vastgesteld dat geen van de voorliggende voorzieningen voldoet, komt een gesloten buitenwagen in beeld. Op de website van Stimulansz is er veel jurisprudentie te vinden over dit onderwerp. Voor deze voorzieningen gelden dezelfde voorwaarden m.b.t. bruikleen, verzekeringen e.d. als de scootmobiel, zie 5.3.3. Wmo 2015. Verzoek om maatwerkvoorziening in de vorm van een elektrische step met zadel afgewezen. Elektrische step is een algemeen gebruikelijke voorziening. Kosten zijn te dragen met een inkomen op minimumniveau.1 ECLI:NL:RBDHA:2021:2084 5.3.5. Vervanging van hulpmiddelen In de verordening, artikel 4.1. 4e lid is hierover het volgende opgenomen: Als een voorziening nodig is ter vervanging van een eerder verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven: tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt in de individuele situatie van de cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel