Vervoer kan een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de Wmo-doelstelling ‘participatie in de samenleving’. Algemene vervoersvoorzieningen en gebruik van eigen vervoersvoorzieningen of oplossingen in eigen kring of met vrijwilligers, zijn altijd voorliggend. Ook voorliggend zijn openbaar vervoer, de Wijkse Dienst, etc.
In onze gemeente kennen wij de volgende vervoersvoorzieningen:
regiotaxi (collectief vervoer)i;
financiële tegemoetkoming in taxikosten;
individuele vervoersvoorziening;
meerkosten voor aanschaf aangepaste auto voor een gezin met meerdere kinderen met een beperking;
vervoer naar- en van dagbesteding (zie 5.4.2).
In alle gevallen is indicatiestelling nodig. Voor het bepalen welke vervoersvoorziening het meest passend is wordt gekeken naar de goedkoopst adequate mogelijkheid. Een Wmo pasje voor de regiotaxi is bijvoorbeeld goedkoper dan een autoaanpassing.
5.4.1. Regiotaxi
De regiotaxi biedt vervoer in het kader van de Wmo en als OV-vangnet: een aanvulling op het openbaar vervoer van de provincie Utrecht. Iedereen kan gebruik maken van het OV-vangnetvervoer. Deze reizigers betalen het reguliere tarief. Meer informatie over het OV-vangnetvervoer is te vinden in het document ‘Programma van Eisen Wmo-vervoer en OV Vangnetvervoer 2024-2028’. In dit hoofdstuk gaan we in op het Wmo vervoer.
Wmo Regiotaxi vervoer
Bij het Wmo regiotaxivervoer kunnen inwoners tegen een gereduceerd tarief gebruik maken van de Regiotaxi. Wmo vervoer is vervoer van deur tot deur.
Op basis van artikel 4.1, 6e lid van de verordening zijn de volgende nadere regels van toepassing:
Een inwoner komt hiervoor in aanmerking wanneer deze problemen ervaart op het gebied van vervoer die hij niet zelf of met hulp van zijn sociale omgeving kan oplossen. Een voorwaarde is dat de inwoner niet meer dan 800 meter lopend kan afleggen en/of niet zelfstandig de bushalte kan bereiken.
Wmo vervoer is niet bedoeld voor reizigers die gebruik kunnen maken van andere vervoersregelingen (bijvoorbeeld vanuit de Zorgverzekering) of contractuele afspraken, zoals: zittend ziekenvervoer, vervoer van en naar Wmo dagbesteding, leerlingenvervoer, jeugdhulpververvoer en vervoer op grond van de Participatiewet.
Voor vervoer naar- en van dagbesteding is een aparte indicatie nodig. Het contract met de Wijkse Dienst voor vervoer naar lokale dagbestedingslocaties is voorliggend.
Een reiziger mag maximaal 25 kilometer reizen per rit, waarbij het vertrek- of aankomstadres binnen het totale Vervoergebied Regiotaxi Utrecht 2024-2028 dient te liggen. Wanneer een reiziger verder dan 25 km wil reizen dan zijn de meerdere kilometers tegen commercieel tarief en voor kosten van die reiziger. Er kan maximaal 10 kilometer tegen het commerciële tarief worden gereisd. Een totale rit kan daarom nooit langer zijn dan 35 kilometer.
Kenmerken regiotaxi Wmo vervoer
Er zijn een aantal ‘kenmerken’ die bij Wmo vervoer vermeld kunnen worden, zoals medische begeleiding, sociale begeleiding, type vervoer etc. Hieronder worden de meest voorkomende kenmerken toegelicht.
Medische begeleiding: verplichte medische begeleiding: begeleider die naar oordeel van de gemeente met de Wmo-reiziger mee moet reizen omdat daartoe een medische en/of verzorgende noodzaak is vastgesteld. Indien dit kenmerk is afgegeven kan en mag de Wmo-reiziger niet alleen reizen. De medisch begeleider is ten minste 12 jaar en in staat om de Wmo-reiziger adequaat te begeleiden tijdens de rit en mag geen rolstoelgebruiker zijn. De medisch begeleider stapt op hetzelfde adres in en uit als de Reiziger die hij begeleidt. De medisch begeleider betaalt geen reizigersbijdrage.
Sociale begeleider: een Wmo-reiziger is gerechtigd om één sociale begeleider mee te nemen. Deze sociale begeleider, die samen met een Wmo-reiziger reist vanaf hetzelfde opstapadres naar dezelfde bestemming en met dezelfde reservering is geboekt, betaalt dezelfde reizigersbijdrage als de Wmo-reiziger.
OV-begeleiderskaart: de OV-begeleiderskaart is niet geldig voor Wmo-reiziger, hier geldt het Kenmerk ‘Medische begeleiding’. Een OV-Vangnetreiziger die in het bezit is van een OV-begeleiderskaart is gerechtigd om één begeleider gratis mee te nemen.
Assistentiehonden en andere (huis)dieren: een assistentiehond is een aangelijnde hond die de reiziger hulp biedt vanwege zijn/haar beperking. Assistentiehonden zoals Soho-, en blindengeleidehonden, als zodanig geregistreerd en herkenbaar, kunnen gratis meereizen met een betalende reiziger. Kleine (huis)dieren zijn toegestaan in de voertuigen van Regiotaxi Utrecht onder de strikte voorwaarde dat het (huis)dier op schoot en/of in een kleine (hand)tas meegenomen wordt.
Hulpmiddelen en bagage: het vervoer is toegankelijk voor reizigers met verschillende hulpmiddelen. In beginsel is één hulpmiddel toegestaan, een eventueel tweede hulpmiddel mag mee als bagage. Het meenemen van hulpmiddelen is gratis. Handbagage mag gratis mee, mits dit bij de reservering is aangemeld. Hiervoor geldt dat een reiziger maximaal 2 tassen mag meenemen. Het totaalgewicht van de bagage mag niet meer dan 25 kg zijn. De chauffeur moet altijd aanbieden de bagage te dragen en in- en uit te laden. Indien de reiziger in een rolstoel reist kan hij geen scootmobiel meenemen. Indien de Reiziger met een scootmobiel reist kan hij geen rolstoel meenemen.
Niet toegestaan om mee te nemen: de volgende hulpmiddelen mogen niet mee met Regiotaxi Utrecht:
fiets;
driewieler;
vastframe handbike;
losgekoppelde Rolstoelmotor, tenzij deze naar het oordeel van Vervoerder veilig vervoerd kan worden;
ligbedden.
Regiotaxivervoer met kinderen
Op basis van artikel 4.1, 6e lid van de verordening zijn de volgende nadere regels van toepassing:
**1..** Kinderen jongeren dan 12 jaar mogen niet zonder begeleiding reizen met de Regiotaxi. Vervoer valt onder de Wmo na indicatiestelling. Als zij Wmo-reiziger zijn dan wordt het kenmerk voor verplichte Medische begeleiding toegekend. Vanaf 2024 is het OV voor kinderen onder de 12 jaar gratis.
**2..** Leerlingenvervoer of vervoer naar dagbesteding valt onder de Jeugdwet of de Wet op het primair onderwijs. Dit is voorliggend op de Wmo.
**3..** Er mogen maximaal 2 kinderen tot 4 jaar, mits begeleid door een reiziger met een Wmo pasje, mee reizen voor eenzelfde ritbijdrage als voor de Wmo reiziger. Deze rit is voor de vervoerder declarabel bij de gemeente. Wanneer er meer kinderen meereizen, geldt hier het OV-vangnettarief voor en deze kosten zijn voor rekening van de ouders/verzorgers zelf. De ouders en/of verzorgers van kinderen zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het Vervoer plaatsvindt in een wettelijk goedgekeurd kinderzitje, dan wel met andere voorzieningen die wettelijk zijn voorgeschreven.
5.4.2. Individuele vervoersvoorziening
Alleen wanneer (vaak op basis van medisch advies) is vastgesteld dat de regiotaxi voor een inwoner niet voldoet (bijvoorbeeld in geval van onbeheersbare incontinentie of ernstige gedragsproblemen) komen andere oplossingen in beeld. Hiervan kan ook sprake zijn wanneer de gezinssituatie (bijvoorbeeld in geval van meerdere gehandicapte kinderen) dat vraagt.
Vanwege de algemene basis van ‘goedkoopst adequaat’ zijn toekenningen van individuele vervoersvoorzieningen zeer zeldzaam.
5.4.3. Vervoer naar- en van dagbesteding
Artikel 4.6. van de verordening biedt criteria voor toekenning van vervoer naar- en van dagbesteding. Vervoer is in principe de verantwoordelijkheid van de aanbieder of, zoveel als redelijkerwijs mogelijk, van de cliënt of zijn netwerk zelf.
Op basis van artikel 4.1, 6e lid van de verordening zijn de volgende nadere regels van toepassing:
De inwoner gaat zo dicht mogelijk bij zijn woonadres naar een locatie van dagbesteding. Hierdoor wordt vervoer zoveel mogelijk beperkt. Dat beperkt kosten en is prettiger voor de cliënt.
Vervoer met de regiotaxi naar- en van dagbesteding is niet toegestaan.
Ook voor lokaal vervoer met bijvoorbeeld de Wijkse Dienst naar- en van dagbesteding is een indicatie nodig.
5.4.4. Vervoer naar- en van welzijnsvoorziening via de Wijkse Dienst Extra
Met de Wijkse Dienst zijn er afspraken gemaakt over vervoer naar- en van een welzijnsvoorziening. Deze vorm van vervoer heet De Wijkse Dienst Extra en hiervoor is een indicatie nodig. Er zijn twee vormen:
Het vervoeren van inwoners naar voorliggende voorzieningen binnen de gemeente die vanwege dusdanige beperkingen van de inwoner meer tijd kosten om te vervoeren dan andere inwoners.
Dit betreft inwoners die zelf en in het sociale netwerk geen vervoersmogelijkheid hebben om bij de betreffende voorziening te komen én die vanwege beperkingen meer tijd kosten om te vervoeren door De Wijkse Dienst. Wanneer er geen sprake is van dusdanige beperkingen kan de inwoner zelf van De Wijkse Dienst gebruik maken, zonder dat daar kosten voor de gemeente aan verbonden zijn.
Dusdanige beperkingen zijn bijvoorbeeld beginnende dementie, of NAH problematiek. Het stellen van de vervoersindicatie is maatwerk en wordt door Stichting Binding gedaan. De Wijkse Dienst heeft hierbij een signaleringsfunctie en kan een melding maken namens een inwoner voor deze indicatie.
Een voorliggende voorziening is bijvoorbeeld de kinderboerderij. Deelname hieraan kan bijvoorbeeld bijdragen aan het ontlasten van de mantelzorger, betrokken blijven in de maatschappij, formele dagbesteding helpen uitstellen en eenzaamheidsproblematiek voorkomen.
Het vervoeren van inwoners die hulp nodig hebben om een drempel over te gaan om aan (welzijns)activiteiten deel te nemen.
Dit betreft inwoners die zelf en in het sociale netwerk geen vervoersmogelijkheid hebben om aan (welzijns)activiteiten deel te nemen.
Bij deze vorm van ondersteuning is het uitgangspunt dat dit 2 keer per jaar (retourrit) ingezet kan worden, maar maatwerk is mogelijk. Door een korte periode extra ondersteuning te ontvangen van De Wijkse Dienst bevordert dit de zelfredzaamheid. Daarna wordt verwacht dat de inwoner, zonder bijdrage van de gemeente, van De Wijkse Dienst gebruik kan maken om bij een activiteit te komen. Stichting Binding stelt de indicatie.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4
Vervoersmiddelen
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning: Nadere regels Wmo 2024