Door gebruik te maken van de streefbeelden, maken we zichtbaar hoe we de inrichting van de groene buitenruimte voor ons zien. Voor verschillende groentypen hebben we streefbeelden ontwikkeld (beschrijving van het groentype en de benodigde maatregelen om het gewenste (eind)beeld te realiseren).

Bomen

Een boom is een houtig gewas met enkele, stevige, houtige en zich secundair verdikkende, overblijvende stam die zich op zekere hoogte boven de grond vertakt met een of meerdere stammen. Geplant in een boomspiegel of boomkrans omringd door verharding (asfalt-, elementen- of halfverharding), in beplanting, gazon of ruw/kruidenrijk gras.

Afbeelding bij dit artikel

Eindbeeld

Boom met aanvaard boombeeld waarbij de omgeving voorwaarden stelt aan het eindbeeld en waarbij een takvrije zone of een takvrije stam wordt voorgeschreven.

Snoeiwijze

Begeleidingssnoei -> snoei in de tijdelijke kroon totdat beoogde opkroonhoogte is bereikt (tijdig opkronen en voorkomen van te dikke takken)

Onderhoudssnoei -> gericht op het duurzaam behoud van de blijvende kroon zonder probleemtakken

Toepassing

Als laanbeplanting aan een of beide zijden van de weg (herkenbare linten), in groepen of als solitair.

Functie

Dragen (groen)structuur, verbeteren woonkwaliteit, bevorderen biodiversiteit, vergroten sierwaarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Boomspiegel

Bedekking onkruid per boomspiegel: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)

Hoogte gazon rondom boom: <75 mm (A-kwaliteit) en <120 mm (B-kwaliteit)

Bosplantsoen

Bosplantsoen is hoog opgaande beplanting van inheemse houtige gewassen met struik- en boomvormers die extensief wordt beheerd. Soms in smalle stroken, maar bij voldoende ruimte opgebouwd uit een zoom-mantel-kern. De onderbegroeiing bestaat voornamelijk uit schaduwminnende beplanting.

Afhankelijk van de gekozen beheermethode kan bosplantsoen zicht ontwikkelen tot verschillende eindbeelden waaronder struweel, hakhout, bomensingel of bos.

Eindbeeld

Inheemse struiken zonder bomen (struweel), meerstammige bomen (hakhout), bomen met onderbeplanting (bomensingel) of hoog opgaande bomen (bos)

Afbeelding bij dit artikel

Snoeiwijze

Snoei is gericht op begeleiden van bosplantsoen naar volle wasdom in gevarieerde samenstelling (snoeien voor de veiligheid en dunnen/verwijderen boomvormers is afhankelijk van het gewenste eindbeeld).

Toepassing

Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; natuurlijke overgang tussen open landschap en bebouwing; robuuste groenelementen in parken en buitengebieden.

Functie

Dragen (groen)structuur, verbeteren woonkwaliteit, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Afbeelding bij dit artikel

Beplantingen

Afzetbeplanting: voornamelijk monocultuur struikbeplanting en heesters met zowel een halfhoge en/of bodembedekkende groeiwijze (hoogte varieert van 25 – 125 cm.)

Sierplantsoen: sierheesters (monocultuur of gemengd) met zowel een halfhoge als opgaande groeiwijze (hoogte varieert van 50 – 250 cm.)

Heesterrozen: monocultuur van rozenbeplanting met zowel een kruipende als opgaande groeiwijze (hoogte varieert van 25 – 100 cm.)

Vaste planten: planten die langer dan twee jaar leven, in het voorjaar uitlopen, in de zomer bloeien, in de herfst afsterven terwijl wortels overblijven om weer in het voorjaar uit te lopen.

Afbeelding bij dit artikel

Snoeiwijze

De snoei is gericht op het verkrijgen van een gesloten en/ of bodembedekkende beplanting (afzetbeplanting), op het verkrijgen van een continu beeld, bloei en/ of vruchtdracht (verjongingssnoei sierplantsoen) of op het bevorderen van de bloei (heesterrozen). Vaste planten worden 1x per jaar afgeknipt of gemulcht om hergroei te bevorderen.

Toepassing

Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; natuurlijke overgang tussen open landschap en bebouwing; robuuste groenelementen in woonwijken, parken, bedrijventerreinen en buitengebieden.

Functie

Zorgen voor afscheiding, aankleden openbare ruimte, verbeteren woonkwaliteit, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Beeldkwaliteit

Kaal oppervlak: <5% per 100 m² (A-kwaliteit) en <10% per 100 m² (B-kwaliteit)

Bedekking onkruid beplantingsvak: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)

Hagen

Lijnvormige beplanting die aan de bovenkant en zijkant(en) wordt geknipt/geschoren in de diverse breedtes (haag tot 1,20 meter – blokhaag van 1,20 tot 2,50 meter) en hoogtes (tot 3,00 meter).

Eindbeeld

Een strakke lijn van beplanting.

Snoeiwijze

De snoei is gericht op het verkrijgen van een strakke en gesloten lijnvormige beplanting (knipfrequentie is afhankelijk van locatie en structuurgebied).

Toepassing

Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; harde overgang tussen open landschap en bebouwing; lijnvormige groenelementen in woonwijken en op bedrijventerreinen.

Functie

Zorgen voor afscheiding, bijdragen aan structuur in de openbare ruimte, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Beeldkwaliteit

Gaten in de haag: weinig (A-kwaliteit) en beperkte mate (B-kwaliteit)

Bedekking onkruid haagvoet: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)

Afbeelding bij dit artikel

Klimplanten

Wintergroene of bladverliezende planten die ondersteuning nodig hebben om omhoog te groeien. Zelfhechtende soorten klimmen door middel van hechtworteltjes aan de nieuwe uitlopers. Rankende klimplanten draaien ergens omheen en hebben ondersteuning nodig van een rek of voorgespannen staaldraden (wanneer ze niet worden ondersteund, nemen ze een kruipende groeivorm aan.

Eindbeeld

Afhankelijk van plantsoort, groeiplaats en ondersteuningsconstructie.

Snoeiwijze

Knippen/scheren/leiden/vlechten (afhankelijk van eindbeeld).

Toepassing

Meestal ingezet om gevels te vergroenen of elementen aan het zicht te onttrekken.

Functie

Zorgen voor afscherming, vergroenen van gevels, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Afbeelding bij dit artikel

Gras

Een kruidachtige begroeiing op zowel vlak als talud die –afhankelijk van de functie– intensief of extensief wordt gemaaid.

Eindbeeld

Is afhankelijk van functie, maaiwijze en –frequentie. Gazon wordt intensief gemaaid, ruw gras 1x-5x per jaar geklepeld (maaisel blijft liggen) en kruidenrijk gras maximaal 2x per jaar gemaaid (maaisel wordt afgevoerd).

Afbeelding bij dit artikel

Toepassing

Ruimte en openheid in de woonwijken en het landschap, langs wegen/fietspaden en op bedrijventerreinen.

Functie

Mogelijkheden voor verblijven, recreëren en spelen, creëren van ruimte en openheid, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Beeldkwaliteit

Maaifrequentie gazon: 30x per jaar (A-kwaliteit) en 22x per jaar (B-kwaliteit)

Kaal oppervlak gazon: <2% per 100 m² (A-kwaliteit) en <5% per 100 m² (B-kwaliteit)