Basistakenpakket:

Het basistakenpakket is het minimale pakket aan taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving dat door gemeenten en provincies ondergebracht moet worden bij omgevingsdiensten. Het basistakenpakket is per 1 januari 2024 geborgd in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. In samenwerking met gemeenten, provincies en omgevingsdiensten is een nieuw basistakenpakket vastgesteld. Dit pakket heeft een plaats gekregen in artikel 13.12 en bijlage VI van het Omgevingsbesluit.

Bevoegd gezag:

Het bestuursorgaan dat bevoegd is voor toezicht en handhaving, meldingen ontvangt en vergunningaanvragen behandelt. Het bevoegd gezag kan ook maatwerkbesluiten nemen of vergunningen (ambtshalve) wijzigen of intrekken. Voor VTH-taken gaat het meestal om het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of om het college van gedeputeerde staten.

Big 8-cyclus:

Systematiek afkomstig uit de wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus (die in de vorm van een acht worden weergegeven) vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie.

Bruidsschat:

Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan of de waterschap verordening komen. Dit heet ook wel de ‘bruidsschat’.

Deelnemers:

De in de omgevingsdiensten deelnemende partijen: gemeenten en de provincie.

IBP VTH:

Het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH) is een samenwerkings- programma dat gericht is op de versterking van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) op het gebied van milieu, bouw en ruimtelijke ordening. Dit programma brengt verschillende bestuurslagen, zoals gemeenten, provincies en het Rijk, samen om gezamenlijke doelen en afspraken te formuleren en uit te voeren om de kwaliteit en effectiviteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving in Nederland te verbeteren. Het IBP VTH heeft als doel om te zorgen voor een betere naleving van wet- en regelgeving en het waarborgen van een veilige en gezonde leefomgeving. Het programma richt zich op het ontwikkelen van beleid, het delen van kennis en ervaring, en het bevorderen van samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties en stakeholders op het gebied van VTH.

IPPC-bedrijven:

Grote industriële bedrijven met een IPPC-installatie die valt onder de Richtlijn industriële emissies (2010/75/EU).

Klimaatopgave:

De klimaatopgave verwijst naar de uitdagingen en problemen die voortkomen uit de klimaatverandering, zoals de opwarming van de aarde en de gevolgen ervan. Het omvat maatregelen en acties die moeten worden genomen om de oorzaken van klimaatverandering aan te pakken, zoals het verminderen van broeikasgasemissies en het bevorderen van duurzame praktijken. De aanpak van de opgaven Circulaire economie (verminderen van afval en het efficiënt gebruik van grondstoffen), Klimaatadaptatie (aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering die al plaatsvinden of onvermijdelijk zullen optreden) en Energietransitie (overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame en hernieuwbare energiebronnen) dragen allen bij aan de aanpak van klimaatverandering.

Kwaliteitscriteria VTH:

Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Artikel 13 van het Omgevingsbesluit legt de kwaliteitscriteria vast voor vergunningen en toezicht met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit artikel stelt eisen aan de inhoud van vergunningen en het toezicht daarop, met als doel het waarborgen van de kwaliteit en bescherming van het milieu. Voor de overige VTH-taken geldt er een zorgplicht. De invulling hiervan is vrij.

Level playing field: Een ‘level playing field’ in de context van uitvoerings- en handhavingstaken van Omgevingsdiensten verwijst naar een situatie waarin er een eerlijke en gelijke speelruimte is gecreëerd voor alle betrokken partijen, waaronder overheden, bewoners en bedrijven. Dit betekent dat alle partijen gelijke kansen en gelijke behandeling krijgen bij het aanvragen, beoordelen en uitvoeren van vergunningen en bij het naleven van wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het concept van een ‘level playing field’ is van groot belang om te zorgen voor rechtvaardigheid, transparantie en consistentie in het besluitvormingsproces met betrekking tot VTH-taken

Maatwerktraject:

Een maatwerktraject voor een bedrijf is een op maat gemaakt proces of programma dat specifiek is ontworpen om de individuele behoeften en situatie van een bedrijf aan te pakken in overeenstemming met milieu-, bodem- en bouwvoorschriften. Dit traject omvat aangepaste vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en andere relevante activiteiten om ervoor te zorgen dat het bedrijf voldoet aan geldende regels en voorschriften, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de unieke omstandigheden en uitdagingen van dat specifieke bedrijf. De focus ligt op een individuele aanpak die in lijn is met breder beleid en regelgeving, waarbij een evenwicht wordt gezocht tussen economische belangen en het behoud van een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving.

Minimaliserende normen:

Minimaliserende normen verwijzen naar specifieke wettelijke voorschriften of regels die zijn opgesteld met als doel het minimaliseren van bepaalde negatieve effecten, risico’s of invloeden op de fysieke leefomgeving, volksgezondheid, of andere relevante aspecten. Deze normen stellen limieten of criteria vast die moeten worden nageleefd om de impact van activiteiten of situaties te beperken of te minimaliseren.

Naleefgedrag:

De mate waarin de wettelijke regels door bedrijven worden nageleefd.

Omgevingsloket:

Een online voorziening waarmee een aanvraag opgesteld kan worden voor een omgevingsvergunning, watervergunning en/of melding. Ook kan men een vergunningencheck doen om te zien of een vergunning of een melding nodig is.

Plustaken:

Extra taken die (buiten het verplichte basistakenpakket) aan de Omgevingsdienst zijn opgedragen.

RIE4-bedrijf:

RIE4 staat voor Risico-Inventarisatie en -Evaluatie 4. Het betreft een bedrijf waarin een installatie staat als bedoeld in bijlage I, categorie 4 (chemische industrie) van de Richtlijn industriële emissies.

Samenlevingsgericht werken:

Samenlevingsgericht werken door omgevingsdiensten verwijst naar een benadering waarbij deze diensten actief betrokken zijn bij en samenwerken met de bredere samenleving, waaronder burgers, bedrijven, lokale gemeenschappen en andere belanghebbenden, bij het vormgeven en uitvoeren van activiteiten met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het houdt in dat omgevingsdiensten niet alleen top- down reguleren en handhaven, maar ook luisteren naar en rekening houden met de behoeften, inzichten en zorgen van de samenleving.

Seveso-bedrijf:

Milieubelastende activiteit die is aangewezen in paragraaf 3.3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij een Seveso-bedrijf gaat het om een bedrijf met gevaarlijke stoffen boven de drempelwaarde uit bijlage I, deel 1 of deel 2 van de Sevesorichtlijn. De bedrijven worden ingedeeld in hoge drempelinrichtingen (grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen) en lage drempelinrichtingen (kleinere hoeveelheden). Tot 1 januari 2024 vielen deze bedrijven onder de regels van het Besluit risico’s zware ongevallen. Dit besluit is per 1 januari 2024 ingetrokken.

Seveso-bedrijven moeten risicoanalyses uitvoeren, veiligheidsmaatregelen treffen en noodplannen opstellen om de veiligheid van mens en milieu te waarborgen. Het doel is om de risico’s van zware ongevallen te beheersen en de bescherming van de omgeving en de bevolking te waarborgen.

Voorzorgbeginsel:

Dit betreft het beleidsprincipe waarbij omgevingsdiensten preventieve maatregelen en beslissingen nemen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zelfs als er wetenschappelijke onzekerheid bestaat over mogelijke risico’s voor milieu, gezondheid of veiligheid. Dit betekent dat de OD NZKG maatregelen neemt om potentiële schade te voorkomen in situaties waarin er aanwijzingen zijn voor schadelijke effecten, zelfs als er geen definitief bewijs is. Het principe streeft ernaar om de belangen van bescherming van de leefomgeving en volksgezondheid voorop te stellen, met aandacht voor het verminderen van risico’s en het nemen van voorzorgsmaatregelen in onzekere situaties.