Hieronder vindt u de bestaande prioriteringsmethodiek voor bodem en de geactualiseerde methode voor bouw, met specifieke aandacht voor activiteiten die niet aan bedrijven zijn gerelateerd. De prioriteringsmethodiek voor bodem betreft de aanpak vóór de inwerkingtreding van de Omgevings- wet. Gezien de talrijke ontwikkelingen op het gebied van bodem, zoals decentralisatie, nieuwe basisverplichtingen onder de Omgevingswet, en de integratie van bodembeheer in omgevingsplannen, is de OD NZKG van plan om de methodiek bij te werken en in lijn te brengen met de brede, opgavegerichte en risico gestuurde benadering van prioritering. Dit zal met name van toepassing zijn op activiteiten die niet direct verband houden met bedrijfsactiviteiten, aangezien bodem- en bouw gerelateerde zaken
al onderdeel zijn van de reeds ontwikkelde prioritering op het gebied van milieu. Voor bouw gerelateerde taken hebben we onze methodiek geactualiseerd in overeenstemming met de Omgevingswet en hebben we deze gekoppeld aan het beleidskader van de betrokken overheidsinstanties die deze taken hebben ingebracht. Dit proces vindt plaats in nauwe samen- werking met de betrokken partijen die hun taken hebben ingebracht. De Omgevingswet dient hierbij als het vertrekpunt en de leidraad.
1.Bodem
1.1Uitgangspunten
Hoofddoel van de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) was het beschermen van de leefomgeving voor wat betreft de bodem. Specifieke handelingen in en op de bodem en de opslag en toepassing van grond en bouwstoffen kunnen van invloed zijn op de bodemkwaliteit. Doel van de uitvoering van de taken is zorgdragen voor verbetering van het naleefgedrag binnen dit taakveld.
Het uitgangspunt van de bodem kerntaken is dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en het gebruik van de bodem ligt bij de gebruiker, waaronder ook de in de bodem uitvoerende of op de bodem toepassende partij wordt verstaan, evenals de eigenaar. Dit kan een burger of bedrijf zijn, maar is in veel gevallen ook een overheid. De OD NZKG voert in opdracht van gemeenten en provincie diverse wettelijke kerntaken uit op het gebied van bodem. Dit betreft in hoofdlijnen de volgende primaire basistaken:
- - Wet bodembescherming (Wbb): vergunning- en toezicht (VT)-taken met betrekking tot (oude) bodemsaneringen en handelingen in of met verontreinigde bodem;
- - Besluit bodemkwaliteit (Bbk): vergunning- en toezicht (VT)-taken met betrekking tot het toepassen en opslaan van grond, baggerspecie en bouwstoffen, die de bodemkwaliteit kunnen beïnvloeden;
- - Wet milieubeheer (Wm): vergunning- en toezicht (VT)-taken met betrekking tot de bodemkwaliteit gerelateerd aan een inrichting (o.a. nieuwe gevallen bodemsanering);
- - Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi): toezichttaken met betrekking tot (verontreinigde) lozingen buiten inrichtingen, bijvoorbeeld in combinatie met bodemsaneringsmaatregelen.
Het betreft hier voornamelijk taken die een gevolg zijn van bij het bevoegde gezag gedane meldingen. De OD NZKG handelt zaken voor de bevoegde gezagen af zoals regulering (registratie, beoordeling, beschikking), toezicht (administratieve- en veldcontrole) en handhaving.
Als gevolg van een tekortkoming of gebrek kunnen overtredingen van genoemde regelgeving aan de orde zijn. Als gevolg hiervan kan bestuurlijke en/of strafrechtelijke handhaving (H-taken) aan de orde zijn, en eventueel hierop volgend bezwaar en beroep. Deze taken zijn formeel geen onderdeel van het landelijk gedefinieerde basistakenpakket, maar aan de oorspronkelijke kerntaken te relateren taken (onderdeel van het randvoorwaardelijk pakket). Doel van het bodemtoezicht is het toezien op bescherming van de leefomgeving voor wat betreft bodem, meer specifiek ten aanzien van bodemverontreiniging. Concreet betekent dit dat moet worden toegezien of de uitvoering van bodemwerkzaamheden plaatsvindt binnen de kaders van wet- en regelgeving voor bodembescherming, waaronder de standaardvereisten aan Bus-saneringen of conform de door het bevoegd gezag opgestelde beschikking op een saneringsplan, dan wel de aanwijsbeschikking bij nieuwe gevallen van bodemverontreiniging. Een deel van de werkzaamheden vindt juist niet plaats op basis van aanvragen of meldingen. Periodieke of gerichte projectmatige surveillances worden ingezet om juist werken te onderzoeken die niet vooraf aan het bevoegd gezag zijn gemeld. Daarmee is er ook geen koppeling aan een product mogelijk. Surveillance is een aanvullende taak welke op regiebasis plaatsvindt.
Voor bodem is ook van belang dat stromen van grond of specifieke bouwstoffen (Besluit bodemkwaliteit) of bouwafvalstoffen (bijvoorbeeld asbest) worden gevolgd in de productieketen of tussen geografische gebieden. Dit vindt vaak plaats in de vorm van projecten en analyses
Informatie Gestuurde Handhaving. Deze werkzaamheden vinden op regiebasis plaats.
Voor het bodemwerkveld is een goede informatiepositie van essentieel belang omdat handelingen op vooraf onbekende locaties plaatsvinden dan wel dat verontreinigd materiaal getransporteerd wordt naar een vooraf onbekende bestemming. Risico en Informatie Gestuurd Werken op basis van analyses van beschikbare (externe) databronnen is daarom binnen
het Bodemwerkveld een constant product om een goed naleefgedrag te bevorderen. Dit maakt deel uit van het randvoorwaardelijk pakket. Daarnaast voert de OD NZKG diverse overige bodem-gerelateerde taken uit, die niet tot de kerntaken of het randvoorwaardelijk pakket behoren. Dit kan gaan over specifieke ondersteunende taken aparte afspraken worden gemaakt, zoals:
- - Zaakgebonden advies (o.a. bodemtoets bij bouwaanvragen);
- - Uitvoeren van (historisch) onderzoek bij gemeentelijke opdrachten;
- - Verstrekken van beschikbare bodeminformatie aan derden (o.a. makelaarsinfo);
- - Activiteiten in het kader van de bodemkwaliteitskaart (ontwikkeling, beheer en onderhoud);
- - Advies uitvoeringsbeleid;
- - Specifieke thematische bodemprojecten (keteninspecties; steekproef- bemonstering).
1.2 Risicoanalyse bodem
Het beginpunt van de categorisering van de output producten bodem zijn de soorten werkzaamheden waaraan de wettelijke bodemtaken gerelateerd zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van verwachte milieugevolgen die bij dergelijke werkzaamheden zouden kunnen optreden. Dit heeft geleid tot een indeling van Categorie A (aanzienlijk) t/m E (gering), in afnemende volgorde.
Aan de categorieën zijn de volgende soorten werkzaamheden toegekend:

In de praktijk blijkt een aanzienlijk andere aanpak en inspanning tussen bodemsaneringen (Wbb/Wm) en bodemtoepassingen/lozingen (Bbk/ Blbi). Dientengevolge is een onderscheid in uitvoeringsniveaus oftewel subcategoriseren gerechtvaardigd (voor Wbb/Wm en voor Bbk/Blbi).
Onze functionele bodemwerkzaamheden onderscheiden zich in regulering (voornamelijk registreren, beoordelen, beschikken) en toezicht (administratief en in het veld). Voor deze verschillende handelingen is per (sub)categorie aangegeven welk niveau van inspanning noodzakelijk is om aan een adequaat niveau te kunnen voldoen. Deels wordt dit bepaald door
de wettelijke taak, bijvoorbeeld de verplichting tot registratie of beschikking, deels wordt dit gewogen naar de milieugevolgen.
De volgende onderscheidende uitvoeringsniveaus zijn gebruikt:
4 = volledig en alle aspecten behandelen;
3 = kritische/representatieve aspecten behandelen;
2 = risico gestuurd op de uitgangspunten behandelen; 1 = risico gestuurd handelen op basis van plausibiliteit;
0 = niet of vrijwel niet behandelen.
Voor het veldtoezicht is dit nader vertaald naar een indicatief bezoekpercentage:
4 = 100-90% van de gevallen worden bezocht;
3 = 90-60% van de gevallen worden bezocht;
2 = 60-40% van de gevallen worden bezocht;
1 = 40-10% van de gevallen worden bezocht;
0 = 10-0% van de gevallen worden bezocht.
Per subcategorie is voor de verschillende handelingen een inschatting gemaakt van het benodigde uitvoeringsniveau uitgedrukt in uren. Voor iedere subcategorie leidt dit hiermee tot een profiel van adequaat niveau oftewel een globale beschrijving wat minimaal gedaan moet worden om tot een adequaat inzetniveau te komen.
Het totaal van de in te zetten ‘gemiddelde’ uren en het aantal gevallen per opdrachtgever bepaalt uiteindelijk de benodigde inzet (gewogen kengetal) per categorie voor de vergunnings- en toezichtstaken samen.
Het aantal gevallen per jaar binnen het gebied van de opdrachtgever betreft een inschatting op basis van eerdere ervaringen en onderbouwde verwachtingen. Gezamenlijk leidt dit met de randvoorwaardelijke inzet (= factor maal de kerninzet) tot het totaal aantal uren adequate inzet. Worden de specifieke (thematische) opdrachten op het gebied van bodem toegevoegd, dan leidt dit tot het geraamde totaal aantal in te zetten uren op het gebied van bodemprojecten (fte’s). De feitelijke inzet wordt uiteindelijk bepaald door het feitelijke aanbod aan projecten op ieder moment en het dan geldende uitvoeringsprogramma en de daarin gestelde prioriteiten en beleidsvoorkeuren.
1.3Risicomatrix bodemtoezicht
De uitvoering bij het bodemtoezicht wordt geprioriteerd volgens de onder- staande risicomatrix. In deze tabel is een onderscheid gemaakt op vier niveaus. De taken die in de hoogste prioriteit (vier) vallen worden te allen tijde uitgevoerd. De taken op prioriteitsniveau drie altijd, tenzij er op dat moment geen capaciteit beschikbaar is. Taken op prioriteitsniveau twee en één worden binnen projecten dan wel als er meermalen overtredingen op een specifiek onderdeel worden geconstateerd uitgevoerd.


Tabel 1: risicomatrix bodemtoezicht
2.Bouw
2.1 Doelen
De doelstellingen voor de uitvoering Bouw vallen uiteen in technische en overige doelstellingen.
De technische doelstellingen zijn het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het waarborgen van duurzaamheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid bij het bouwen en gebruiken van bouwwerken.
De overige doelstellingen zijn gerelateerd aan de ruimtelijke regels en aan de regels over de omgevingskwaliteit, waarop het nalevingstoezicht betrekking heeft, zoals:
- - het beschermen van de leefbaarheid;
- - het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden;
- - het zorgen voor een goede visuele kwaliteit van bouwwerken;
- - het behoud van cultureel erfgoed;
- - de natuurbescherming;
- - het tegengaan van klimaatverandering en
- - de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Bij de uitvoering gaat de OD NZKG uit van een uniform uitvoeringsniveau zoals hieronder is weergegeven, tenzij opdracht gevende bestuursorganen besloten hebben tot afwijkend uitvoeringsniveau voor deze plustaak. In de besluitvorming daarover houden de opdracht gevende bestuursorganen rekening met het belang van de doelmatige en doeltreffende uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak door de OD NZKG.
Vergunningverleners, constructeurs en toezichthouders spelen in het nalevingstoezicht een rol in de uitvoerende zin, dat wil zeggen toetsend, inspecterend en handhavend.
2.2Vergunningverlening, toezicht en handhaving (Vth)
De OD NZKG voert afhankelijk van de opdrachtgever combinaties van de volgende VTH-taken omgevingsrecht/bouw uit:
- - VTH-taken omgevingsrecht/bouw voor bepaalde gebieden en projecten;
- - VTH-taken omgevingsrecht/bouw voor bedrijven/utiliteitsbouw (o.a. Type C en provinciale bedrijven ( 1 De OD NZKG voert de basistaken VTH voor bouw- en sloopactiviteiten uit waarbij de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland het bevoegd gezag zijn. Dan gaat het om bouwprojecten van provinciaal belang of complexe bedrijven. Daarnaast voert de OD NZKG deze taken uit bij bedrijven in de provincies Flevoland en Utrecht die onder de regelgeving over het voorkomen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen vallen.));
- - VTH-taken omgevingsrecht/bouw en openstellingsvergunning tunnels en ondergrondse spoorwegen (metro);
- - (V)TH-taken in verband met brandveiligheid in de gebruiksfase voor de utiliteitsbouw (toezicht brandveilig gebruik;
- - Adviestaken op uitvoering VTH.
Algemeen doel van vergunningverlening is het bevorderen dat de vergunde werkzaamheden plaatsvinden binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving en voor toezicht en handhaving dat de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de betrokken panden plaatsvinden binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving en – voor zover van toepassing – de afgegeven vergunning.
Prioritering in vergunningverlening: vraag gestuurd en risicogericht
De prioritering van vergunningverlening is primair vraag-gestuurd, dat betekent reageren op en behandelen van vergunningaanvragen die door initiatiefnemers worden ingediend. In deze benadering worden alle aanvragen behandeld zonder vooraf vastgestelde prioriteiten, waarbij de volgorde van behandeling wordt bepaald door de binnenkomst van de aanvragen en de specifieke eisen van elk project. Tegelijkertijd wordt er een risicogerichte aanpak gehanteerd, waarbij projecten met een hoger risico voor de leefomgeving of de naleving van regelgeving meer aandacht en middelen krijgen via Bouwtoezicht op Maat (BOM, zie par 6.5.).
Hierbij moet worden aangetekend dat ook onder de Omgevingswet bij de toetsing aan de bouwregelgeving meestal een zogenoemd limitatief- imperatief stelsel geldt. Als een aanvraag voldoet aan de regels, moet de omgevingsvergunning worden verleend; als dat niet zo is, moet de gevraagde vergunning worden geweigerd. Het bevoegd gezag heeft daarbij weinig ruimte om een belangenafweging te maken.
Overtredingen
Indien overtredingen worden geconstateerd wordt bestuursrechtelijk opgetreden met passende waarschuwingen of sancties als stillegging van de bouwwerkzaamheden of het opleggen van een last onder dwangsom. Resultaat van het bouwtoezicht moet zijn dat het uiteindelijk gerealiseerde bouwwerk aan de regels voldoet. In een enkel geval is dat niet mogelijk en is er sprake van onomkeerbare schade. In dat geval kan strafrechtelijk worden opgetreden (bijvoorbeeld bij overtredingen met asbest). In de uitvoering sluit de OD NZKG aan bij de landelijke handhavingstrategie (LHS of LHSO onder de Omgevingswet).
2.3 Ontwikkelingsagenda in verband met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en Omgevingswet
De ‘knip’ in het VTH-stelsel bouw
Met de Omgevingswet wordt VTH bouwen in een technisch en ruimtelijk deel gescheiden. Dat levert twee activiteiten op waarop bestuurlijk toezicht wordt gehouden: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Dit noemen we ‘de knip’.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) wordt naar verwachting tegelijk met de Omgevingswet ingevoerd, te beginnen met bouwwerken in gevolgklasse 1. Hierbij verandert de vergunningplicht in een meldingsplicht. Het Wkb-stelsel zal uiteindelijk het gehele technische toezicht op de kwaliteit van bouwwerken omvatten, met uitzondering van vergunningvrije bouwwerken. De Wkb verschuift de verantwoordelijkheid voor bouw- technische toetsing en toezicht naar private kwaliteitsborgers. Dit betekent dat de nadruk minder op de voorafgaande toets van bouwplannen ligt en de rol van de vergunningverlener vervalt. De nadruk komt te liggen op uitgebreide toetsing tijdens de bouw en bij oplevering door de kwaliteits- borger.
De Wkb brengt geen veranderingen in toezichts- en handhavings- bevoegdheden. De OD NZKG blijft op grond van verleende mandaten verantwoordelijk voor het bestuurlijk toezicht op naleving van de technische bouwregelgeving en bestuursrechtelijke handhaving bij overtredingen.
Handelingskader Wkb
De OD NZKG heeft in samenspraak met de gemeentelijke opdrachtgevers van de bouwtaken een voorlopig uitvoeringskader opgesteld dat de uitvoering van het toezicht op naleving onder de Wkb beschrijft. Dit kader is gebaseerd op het door de VNG ontwikkelde referentieproces melding Wkb en geeft specifieke invulling aan beleidsruimte bij bestuurlijk toezicht en handhaving. Na de inwerkingtreding van de Wkb zal dit kader voortdurend worden aangepast op basis van praktijkervaringen. De verwachting is dat na een jaar voldoende ervaring is opgedaan om het aangepaste Handelingskader formeel vast te stellen.
Meer bouwtechnisch vergunningvrij bouwen
Onder de Wkb neemt het aantal technisch vergunningvrije bouwwerken, oftewel ‘gevolgklasse 0’, toe. Deze worden niet vooraf getoetst door het bevoegd gezag of de kwaliteitsborger. Het bevoegd gezag blijft echter verantwoordelijk voor het repressieve toezicht op deze bouwwerken. Dit betekent dat in meer gevallen repressief moet worden opgetreden om strijdigheid met de bouwtechnische regels ongedaan te maken. Er blijkt overigens in veel gevallen wel een vergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouw vereist. De precieze invloed op de aard en omvang van de werkzaamheden van de OD NZKG is nog onbekend. Naar verwachting zal een jaar na de inwerkingtreding van de Wkb de impact duidelijker zijn, waarna het uitvoeringsbeleid kan worden bijgesteld.
Bouwtoezicht op maat
In het huidige uitvoeringskader Bouwtoezicht Op Maat (BOM) zijn
– indicatief – de toetsing- en inspectieniveaus voor naleving van de bouw- regels vastgelegd. Dit kader dient te worden geëvalueerd en te worden aangepast tegen de achtergrond van de op handen zijnde stelselwijzigingen (Wkb/Omgevingswet). Het kader is in de afgelopen jaren heel waardevol gebleken in het voldoen aan het uitgangspunt van de Wet VTH om het uitvoeringsbeleid te baseren op een risicoanalyse van mogelijke gevolgen die zich kunnen voordoen als de regels niet worden nageleefd. De 1 op 1 doorvertaling van de risico-categorieën naar financieringssystematiek is echter minder succesvol gebleken dan was voorzien. In de praktijk is gebleken dat ook andere factoren dan de in het geding zijnde risico’s voor de fysieke leefomgeving invloed hebben op de benodigde inzet op gebied van VTH. In afwachting van de herziening van dit uitvoeringskader op grond van een evaluatie en in verband met de op handelen zijnde stelselwijzigingen, blijft het ongewijzigd van kracht zoals beschreven in paragraaf 2.5.
Inzet van capaciteit, kennis en ervaring op het gebied van het technisch bouwtoezicht
De gemeenten in het werkgebied van de OD NZKG werken net als gemeenten elders in het land met criteria die aangeven welke personele kwaliteit ten minste in de eigen organisatie aanwezig moet zijn om de VTH-taken goed uit te voeren. Deze ‘criteria voor kritische massa’ dienen in verband met de komende stelselwijzigingen te worden aangepast. Omdat de gemeenten een rol houden bij het bestuurlijke toezicht en de handhaving van de technische bouwregels, moeten gemeenten ook onder de Wkb bij de uitvoering een beroep kunnen doen op capaciteit, kennis en ervaring. De OD NZKG kan een rol vervullen in het beschikbaar houden van voldoende kritische massa om de op de Wkb aanvullende wettelijke toezichts- en handhavingstaken uit te voeren. Die rol is alleen mogelijk als gemeenten
gezamenlijk zorgen voor voldoende financiering van de uitvoeringscapaciteit van de OD NZKG.
2.4Amsterdamse VTH-strategie
Op het moment van schrijven worden de Amsterdams VTH-strategie geactualiseerd.
Uitvoering strategieën gemeente Amsterdam
Afgesproken is dat het Amsterdamse VTH-beleid/U&H-strategie geldt voor U&H-taken in de fysieke leefomgeving die in de grootstedelijke gebieden aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn gemandateerd en voor de plustaken die de Omgevingsdienst namens Amsterdam uitvoert.
Hiervoor geldt dat de Omgevingsdienst in overleg met Amsterdam voor de uitvoering van deze taken uitvoeringsaccenten kan aanbrengen. Bijvoorbeeld in het belang van de regionale uniformiteit of vanuit bedrijfsmatige over- wegingen. Deze accenten passen binnen de kaders van Amsterdamse beleid en worden vastgelegd in de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomsten tussen Amsterdam en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. In afspraken bij de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomsten wordt rekening gehouden met bedrijfsmatige overwegingen van de OD NZKG.
ODNZK neemt de specifieke strategieën voor bouwen van gemeente Amsterdam in beginsel over wat betreft de plustaken. Deze algemene strategieën zijn veel in lijn met landelijk beleid, in specifieke uitwerkingen zoals hoogte van dwangsommen volgen in beginsel de opdrachtgevers.
ODNZK neemt specifieke strategieën in beginsel over wat betreft de plustaken:
- - Strategie externe kwaliteitsborging (Wkb), met accenten samenhangend met de aard van de bouwwerken (veel nieuwbouw i.p.v. verbouw, samenloop met milieuaspecten etc.)
- - Strategie woningkwaliteit
- - Strategie toepassen uitgebreide procedure
- - Participatiestrategie
- - Strategie handhavingsverzoeken en –meldingen (aangepast aan de specifieke opgaven OD NZKG bijv. toezicht veiligheid metrosysteem)
- - Strategie intrekken ongebruikte vergunningen
- - Strategie 24h verantwoordelijkheid, roulatie en functiescheiding
- - Preventie en communicatiestrategie (wellicht met accenten)
- - Strategie samenwerking ketenpartners en afhandeling signalen (contramal van lokaal beleid)
2.5Bouwtoezicht Op Maat
Bouwtoezicht Op Maat (BOM) is het systeem dat wordt gebruikt binnen de OD NZKG voor omgevingsvergunningen bouw en bouwtoezicht. Het systeem is gebaseerd op landelijke toetsingskaders en verdeelt bouwwerken in verschillende categorieën. Het uitgangspunt van BOM is dat de verantwoordelijkheid bij de eigenaar ligt en het bevoegd gezag beoordeelt of deze verantwoordelijkheid voldoende wordt genomen. BOM heeft als doel onaanvaardbare risico’s af te vangen op het gebied van ruimtelijke inpassing, esthetische inpassing, technische bouwkwaliteit en omgevingsaspecten.
Werkniveau’s
De BOM-systematiek hanteert vier werkniveaus voor bouwtoezicht op basis van een risicoanalyse:
- - Integraal (4): Beoordeling van alle onderdelen op detailniveau, met gebruik van project specifieke en detailtekeningen.
- - Representatief (3): Beoordeling op hoofdlijnen en kenmerkende details, met gebruik van algemene project specifieke tekeningen en detailtekeningen van kritische detailleringen.
- - Beperkt (2): Beoordeling op hoofdlijnen, met gebruik van algemene project specifieke tekeningen. Detailtekeningen worden alleen geraadpleegd bij twijfel.
- - Marginaal (1): Visuele controle zonder het raadplegen van tekeningen of het gebruik van hulpmiddelen.
De toezichthouders werken volgens het principe van opbouwen van vertrouwen en beoordelen op basis van deskundigheid. Afhankelijk van het vertrouwen dat uit de beoordeling voortkomt, kan het werkniveau in een concreet geval worden aangepast. Voor verbouwsituaties zijn vaak minder onderdelen aan de orde dan voor nieuwbouw omdat de nadruk ligt op het beoordelen van de gevolgen van de verbouwingsingreep en niet op die delen waarop de ingreep geen invloed heeft.
Typologie van bouwwerken
De werkniveau’s zijn gekoppeld aan zogenaamde BOM-categorieën voor nieuwbouw en verbouw, waarbij categorieën bouwwerken zijn gedefinieerd als volgt:
- - A1 (bouwkosten < €100.000, niet constructief): Vlaggenmasten, hekwerken, gevelwijzigingen, installaties, interne niet-constructieve verbouwingen, en reclame zonder constructie.
- - A2 (bouwkosten < €100.000, constructief): Constructieve verbouwingen, dakopbouw, funderingsherstel, meerpalen, steigers, portocabins, en reclame met constructie (zoals op het dak of reclameborden).
- - B1 (woongebouw): Woongebouwen en woontorens.
- - B2 (andere woonfunctie): Vrijstaande en eengezinswoningen.
- - B3 (lichte industriefunctie): Loodsen, hallen, tanks(installaties), opslag- ruimtes, opvangbassins, pompkamers, en schakelhallen.
- - B4 (overige industriefunctie): Bedrijfs(verzamel)gebouwen, ateliers, broedplaatsen, autoshowrooms of -werkplaatsen, tankstations, en (zelfstandige) parkeergarages.
- - B5 (bijeenkomst-, cel-, onderwijs-, gezondheid- (bed-gebonden), logiesfunctie): Theaters, stations, restaurants, gevangenissen, scholen, universiteiten, ziekenhuizen, vakantiewoningen en hotels.
- - B6 (kantoor-, winkel-, sport-, gezondheidsfunctie (niet bed-gebonden)): Kantoren, winkels, gezondheidscentra, artsenpraktijken, sporthallen en stadions.
- - B7 (bouwwerk geen gebouw zijnde): Kades, geluidsschermen, dam- wanden, bruggen, laadplatforms, hoogspanningsstations, en funderingen.
- - B8 (bijzondere categorie): grote vaak infrastructurele projecten.
Daarnaast zijn er BRIKS en overige beoordelingen (RO-, inrit-, kap-, sloop- en brandveilig gebruik en sloop). De Bouwtoezicht op maat (BOM) systematiek dient als basis voor het vaststellen van de uitvoeringsniveaus op basis van een risicoanalyse. Het uitvoeringsniveau is in 2016 bepaald (zie tabel 1).

In de afgelopen jaren zorgden de krapte op de arbeidsmarkt en de corona- pandemie voor grote uitdagingen om het vastgestelde uitvoeringsniveau te handhaven. In dialoog met de opdrachtgevers wordt het uitvoeringsniveau steeds aangepast aan de omstandigheden van het moment. De aanstaande stelselwijzigingen door de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging maken een herziening van het beleid over het uitvoeringsniveau sowieso noodzakelijk.
Uitzonderingen BOM systematiek
Werkzaamheden rondom tunnels en ondergronds lokaalspoor (metro) en toezicht hierop vallen niet onder de BOM-systematiek. Dat geldt ook voor het toezicht op brandveilig gebruik van panden, In de laatste categorie wordt gewerkt met een kengetallen per controle, waarbij de prioritering van de opdrachtgever de controlefrequentie bepaalt.
2.6 Tunnelveiligheid
De OD NZKG voert taken uit met betrekking tot de veiligheid van verkeerstunnels, zoals vastgelegd in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw). Deze taken worden uitgevoerd in nauw overleg met de tunnelbeheerder(organisatie en de veiligheidsbeambte De OD NZKG is verantwoordelijk voor het behandelen en verlenen van omgevings- vergunningen en openstellingsvergunningen voor nieuwe tunnels en bij tunnelrenovaties, het houden van toezicht tijdens de bouw en renovatie van tunnels, en het uitvoeren van systeemtoezicht en inspecties van tunnelveiligheid elke zes jaar.
Bij elke tunnel zijn er een tunnelbeheerder (de wegbeheerder) en een veiligheidsbeambte (aangesteld door de tunnelbeheerder) betrokken. Voor elke nieuwe wegtunnel moet een tunnelveiligheidsplan worden opgesteld Ten behoeve van de omgevingsvergunning dient een bouwplan te worden opgesteld. Het openstellen van een tunnel zonder openstellingsvergunning en het gebruik van een tunnel in afwijking van het veiligheidsbeheerplan is verboden.
De volgende wegtunnels vallen onder het toezicht van de OD NZKG:
IJ-tunnel, Coentunnel, Zeeburgertunnel, Piet Heintunnel, Michiel de Ruijtertunnel, Spaarndammertunnel, Gaasperdammertunnel, Buitenvelderttunnel, Abdijtunnel, Kaagbaantunnel en Waterwolftunnel.
2.7Toezicht op ondergronds lokaalspoor (metro)
In de Beheervisie 2023 van de Vervoerregio Amsterdam zijn (in lijn met de bouwregelgeving) uitgangspunten vastgelegd voor toezicht op bouwkundige brandveiligheid als integraal onderdeel van de veiligheid van het gehele metro vervoerssysteem. ILT is aangewezen als toezichthouder op naleving van Wet lokaal spoor en gerelateerde regelgeving bij beheerders en vervoerders. De Vervoerregio Amsterdam heeft een overeenkomst met ILT voor het uitvoeren van wettelijke taken, waaronder het opstellen van een vierjarenplan en jaarplan.
Toezicht en handhaving van bouwregelgeving zijn opgedragen aan
OD NZKG, die bij de toepassing van de bouwvoorschriften zoveel mogelijk uitgaat van de integrale veiligheidsfilosofie uit de Beheervisie 2023. Het toezicht door OD NZKG is gebaseerd op wettelijke bevoegdheden uit de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit omvat onder andere toezicht op naleving van meldingsvoorwaarden, de mogelijkheid om voorwaarden te wijzigen bij veranderingen in inzichten of omstandigheden, het aanschrijven voor noodzakelijke bouwkundige maatwerkvoorzieningen bij gebreken of veranderingen in gebruik, toezien op naleving van de bouw- vergunningplicht en bij vergunningvrije bouwwerkzaamheden, en toezicht op naleving van rechtstreeks werkende regels.
2.8Adviestaken bouw OD NZKG
De OD NZKG vervult diverse adviestaken op het gebied van constructie en andere aspecten van de bouwregelgeving, waarbij de adviezen worden gebaseerd op de toepasselijke bouwregelgeving en het beleid van de opdrachtgevers. Constructeurs van de OD NZKG beoordelen constructieve gegevens zowel op hoofdlijnen als op uitgewerkte tekeningen en berekeningen, rekening houdend met de geldende regelgeving en het beleid van de betrokken partijen.
Bij technische regelgeving is de lokale beleidsruimte overigens beperkt, aangezien het voornamelijk gaat om regels van het Rijk. De OD NZKG adviseert ook bij evenementen, incidenten, handhavingszaken etc., met inachtneming van de relevante bouwregelgeving en het lokale beleid van de opdrachtgevers, voor zover mogelijk.
Daarnaast ondersteunt de OD NZKG gemeenten, provincies en andere overheidsorganisaties bij het opstellen en toepassen van bouwbeleid en landelijke regelgeving, zodat deze op de juiste wijze worden geïmplementeerd en nageleefd, met respect voor de beperkte beleidsruimte op lokaal niveau bij technische regelgeving.