Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 10.3

Ongewoon voorval

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen

Bij een ongewoon voorval is snel optreden nodig om de nadelige gevolgen ervan voor onder andere het milieu zoveel mogelijk te beperken. Een ongewoon voorval is een gebeurtenis, ongeacht de oorzaak, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk of calamiteit, waardoor significant nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving42Het begrip fysieke leefomgeving bepaalt tot waar de Omgevingswet geldt. Wanneer er geen sprake is van fysieke leefomgeving, dan is de Omgevingswet niet van toepassing. Een afgebakende definitie van de fysieke leefomgeving is er niet, maar bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed vallen er in elk geval wel onder. ontstaan of dreigen te ontstaan. Ook bodemverontreiniging (grond en grondwater) valt hieronder. Een ongewoon voorval kan optreden bij bedrijfsmatige activiteiten of op een bedrijfsterrein, maar ook in de openbare ruimte (bijvoorbeeld een ongeluk op de weg). Een gebeurtenis is een ongewoon voorval als de volgende criteria allemaal gelden: Bij een activiteit gebeurt iets dat afwijkt van het normale verloop (storing of ongeluk, maar ook een zwaar ongeval of een ramp). Het maakt daarbij niet uit wat de oorzaak is. Vaak is de oorzaak een fout bij het uitvoeren van de activiteit. Soms kan de uitvoerder er zelf weinig aan doen, zoals bij vandalisme of een blikseminslag; De gebeurtenis heeft (mogelijk) nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld milieuschade, waaronder bodemverontreiniging, hinder, risico’s voor de omgeving, schade aan wegen of bruggen of aan een monumentaal pand). Ook als de schade alleen maar dreigt, is er al sprake van een ongewoon voorval; De gevolgen van de gebeurtenis zijn significant (grote, merkbare gevolgen, bijvoorbeeld een ongeluk op de snelweg waarbij een tankwagen met diesel leegstroomt). De uitvoerder van de activiteit heeft de volgende verplichtingen: Van tevoren nadenken over wat er mis kan gaan en, indien mogelijk, maatregelen nemen om dat te voorkomen; Als er toch iets mis gaat, neemt de uitvoerder direct maatregelen om de gevolgen zo klein mogelijk te houden; Er moet worden voorkomen dat een verontreiniging in de bodem terecht komt. Zo kan bijvoorbeeld bij lekkage van bodembedreigende stoffen snel absorptiemateriaal op de vloer of bodem worden aangebracht, dit wordt ook wel bereddering genoemd; De uitvoerder geeft meteen door aan het bevoegd gezag (OD NZKG) dat er iets mis is gegaan; De uitvoerder geeft, zodra dat kan, alle informatie aan het bevoegd gezag die nodig is om de gevolgen voor de leefomgeving in te schatten. Dat is in ieder geval de oorzaak en het verloop van de gebeurtenis, de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen en genomen of overwogen maatregelen om verdere gevolgen te voorkomen; De uitvoerder zal na de eerste bereddering onderzoeken of de bodem verontreinigd is geraakt en zo ja, welke maatregelen worden genomen om de verontreiniging te verwijderen en zal hierover het bevoegd gezag informeren; Voor het herstel van de bodemkwaliteit (na de eerste 24 uur waarin bereddering plaatsvindt) is een erkenning bodemkwaliteit vereist; Na een ongewoon voorval neemt de uitvoerder als dat kan maatregelen om te voorkomen dat het nog een keer gebeurt. Bijvoorbeeld door leidingen te vervangen die in slechte staat van onderhoud verkeren. Wat doet het bevoegd gezag bij een ongewoon voorval Het bevoegd gezag heeft de volgende verplichtingen en bevoegdheden: Het bevoegd gezag kan zelf maatregelen nemen, zolang niet duidelijk is wie het ongewone voorval veroorzaakte (art. 19.5 Omgevingswet). Het bevoegd gezag zet dit op schrift en stuurt het aan de veroorzaker zodra die bekend is; Het bevoegd gezag verhaalt de kosten van maatregelen die het zelf neemt of laat nemen op de veroorzaker (art. 19.6 Omgevingswet); Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat er onderzoek plaatsvindt om het voorval te analyseren en de oorzaak te achterhalen (art. 19.7 Omgevingswet); Het bevoegd gezag stelt zo nodig vergunningvoorschriften of maatwerkvoorschriften aan de activiteit om te voorkomen dat het nog een keer gebeurt (art. 19.7 Omgevingswet). Als een gebeurtenis afwijkt van het normale verloop van de activiteit, maar geen significante nadelige gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en daardoor niet onder de definitie van ongewoon voorval valt, kan het bevoegd gezag de veroorzaker eventueel aanspreken op basis van de zorgplicht. Dit kan een algemene zorgplicht zijn (als er geen andere, meer specifieke regels gelden), of een specifieke zorgplicht, zoals die van artikel 2.11 van het Bal. Zie voor meer toelichting op de zorgplicht paragraaf 1.7 van dit beleidskader.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel