Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 10.4

Bescherming van het landelijk gebied

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen

Natuurnetwerk Nederland De Provincie Noord-Holland heeft in de Omgevingsverordening 2020 gebieden vastgelegd die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland om wezenlijke kenmerken en waarden (natuurwaarden) te beschermen. Een ruimtelijk plan voor deze gebieden stelt regels om deze wezenlijke kenmerken en waarden te beschermen, in stand te houden en te ontwikkelen. Er mogen geen activiteiten plaatsvinden die leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. De gebieden in Diemen die vallen onder Natuurnetwerk Nederland liggen in het deelgebied Zuidoosten van Amsterdam, dit zijn o.a de Diemervijfhoek, de Diemerpolder, Overdiemen en het Diemerbos. Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) De provincie kent sinds kort het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Net als het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 biedt het BPL bescherming aan de natuur. Voorheen golden er veel verschillende regels om het landschap te beschermen. Nu is alles samengebracht onder het BPL en gelden overal dezelfde regels. Het BPL is een apart beschermingsregime (naast het Natuurnetwerk Nederland) binnen de Omgevingsverordening NH2020 en bedoeld om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen. Per landschap is aangegeven welke ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig zijn. Dit noemen we de ‘kernkwaliteiten’ van het landschap. Voorbeelden hiervan zijn het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere opbouw van de ondergrond. De kernkwaliteiten mogen niet worden aangetast. Binnen de gemeentegrenzen van Diemen gaat het om de Diemervijfhoek, de Diemerpolder, Overdiemen en het Diemerbos. Dit zijn aardkundig interessante gebieden die een bijzondere geologische opbouw hebben, geomorfologisch een bepaalde landvorm hebben of bodemkundig waardevol zijn. Het is daarom bijvoorbeeld niet gewenst een historisch reliëf zonder meer af te dekken met een grondtoepassing. Indien dit om een of andere reden toch noodzakelijk is, moet een ontheffing worden aangevraagd op grond van de Omgevingsverordening NH2022. Graven en toepassen van grond in beschermde gebieden Het veengebied in de regio is gevoelig voor bodemdaling door veenoxidatie (als gevolg van onderbemaling), wat een hoge CO2-uitstoot en afname van de biodiversiteit tot gevolg heeft. Het ophogen van de veenpolders om deze bodemdaling te compenseren, zal de polder verder doen inklinken. Het ophogen kan de ecologische waarden nog meer doen afnemen. Bij werkzaamheden (graven, bouwen, toepassen) is een omgevingsvergunning nodig. Als er grond wordt toegepast is tevens een melding MBA Toepassen noodzakelijk. Hierbij moet getoetst worden aan eisen ten aanzien van flora en fauna, vanwege de natuurwaarden in het veenweidegebied. Ophogen mag niet leiden tot bodemdaling en het ontstaan van gebiedsvreemde ecologie. Ophogen is alleen toegestaan met gebiedseigen grond, dus niet met zand of zware klei. Het is immers naar ecologische maatstaven niet gewenst om een zware grondsoort toe te passen in een veenweidegebied. Er mogen geen grotere hoeveelheden worden toegepast dan nodig (art. 4.1269 en 4.1270 Bal).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel