Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
Tot een schoon en leefbaar huis behoort het zwaar en licht huishoudelijk werk. Het gaat daarbij concreet om het stofzuigen en dweilen van de vloeren in de woning, het schoonmaken van de keuken, badkamer en toilet, (afval) opruimen en stof afnemen. De woonkamer (en andere kamers), slaapkamer(s), keuken, sanitair en hal (inclusief trap) zijn de ruimten die, conform het normenkader HHM in bijlage 1, één of tweewekelijks schoongemaakt moeten worden. Er zijn factoren die van invloed zijn en die minder of juist meer ondersteuning nodig maken.
Onder schoon en leefbaar huis kan ook het aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten vallen. Dit wordt (tijdelijk) ingezet als de inwoner of de partner leerbaar wordt geacht. Voor activiteiten voor advies, instructie en voorlichting is een aparte normtijd opgenomen in het normenkader HHM in bijlage 1.
2.5.1.a Afwegingskader
- - Het resultaat “een schoon en leefbaar huis” omvat alle activiteiten die erop gericht zijn het huis, exclusief balkon, berging en tuin schoon en leefbaar te houden. Het beperkt zich tot de binnenzijde van de woning.
- - Een inwoner kan in aanmerking komen voor huishoudelijke ondersteuning als:
- - beperkingen die geheel of gedeeltelijk het voeren van een huishouden) belemmeren, en
- - uit onderzoek conform artikel 2.3.2 Wmo 2015 is gebleken dat de inwoner aangewezen is op hulp-op-maat in de vorm van hulp bij het huishouden.
- - Uitgangspunt is dat de inwoner en/of een meerderjarige huisgenoot zelf de regie heeft over het huishouden en deze regie kan uitvoeren. Is dit niet het geval dan kan het nodig zijn om ook ondersteuning te leveren in de dagelijkse organisatie van het huishouden.
- - Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, eerst wat de inwoner nog zelf kan doen: We gaan uit van het principe ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. Dit betekent dat we daar waar mogelijk stimuleren dat de inwoner zelf huishoudelijke activiteiten uit blijft voeren. Inwoners kunnen meestal nog schoonmaken op middenniveau (afstoffen en nat afnemen) en algemeen opruimen. Maar soms kan de inwoner duidelijk meer doen en ook werkelijk duurzaam meer kan doen bijvoorbeeld sanitair schoonmaken, keuken schoonmaken, stofzuigen. Dan kan je zeker nog één of zelfs tweemaal extra mindering van 15 minuten plaats vinden. Daarnaast kan ook zijn dat het netwerk veel doet wat maakt dat de ondersteuning in mindering gebracht kan worden.
- - De beschikbaarheid van voorzieningen in de markt zoals commerciële thuiszorgaanbieders, zorgverzekeraars die gemaksdiensten aanbieden, een particuliere schoonmaakkracht, als inwoner hier gebruik van wil en kan maken.
- - Als het voorafgaande niet geleid heeft tot het bereiken van het resultaat of als de gemeente geen voorzieningen heeft, moet het college een hulp-op-maat verstrekken.
- - Huishoudelijke ondersteuning wordt alleen toegekend voor noodzakelijke activiteiten.
- - Er wordt in principe niet meer geïndiceerd dan nodig is om verantwoorde huishoudelijke ondersteuning te bieden in de essentiële woonfuncties van de aanvrager en de andere inwoners (partner/kinderen).
- - Alleen de ruimtes die door de bewoner(s) in gebruik zijn worden schoongemaakt/gehouden. Hieronder verstaan we limitatief de volgende ruimtes: sanitaire ruimte(s), keuken, woonkamer, de door de bewoner(s) gebruikte slaapkamer(s) en de hal/trap die toe leidt naar bovengenoemde ruimtes.
- - Als er nog behandelmogelijkheden zijn voor aandoeningen die de oorzaak vormen voor het niet zelf kunnen voeren van het huishouden, wordt in de regel geen Hulp bij het huishouden toegekend. Huishoudelijke ondersteuning kan in een dergelijke situatie immers anti-revaliderend werken. Wel kan huishoudelijke ondersteuning naast een te volgen behandeling of revalidatie worden toegekend. Hierover is (met toestemming van de inwoner) afstemming met de behandelaar nodig. Een dergelijk indicatie heeft dan in principe een korte geldigheidsduur, afgeleid van de duur van het behandel- of revalidatietraject.
- - De hulp kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (hierna pgb). Zie hiervoor de verordening Sociaal Domein 2024 en het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2024.
- - Bij huishoudelijke ondersteuning kent het college hulp toe in uren /minuten. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 1 Normenkader huishoudelijke ondersteuning.
- - Ook mantelzorgers kunnen problemen krijgen met het schoonhouden van hun huis. Mantelzorgers hebben een zelfstandig recht op compensatie, maar hun draagkracht moet bij de afweging wel betrokken worden. Zie hiervoor ook paragraaf 1.7. Komt de mantelzorger, wegens het verlenen van de zorg, aantoonbaar niet toe aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van het eigen huishouden, dan zou dit het gevolg kunnen zijn van (dreigende) overbelasting. Men zou kunnen spreken van de inwoner met de beperking afgeleid recht op compensatie. Dan kan op naam van de mantelzorger huishoudelijke ondersteuning worden geïndiceerd. Hiervoor heeft het college de Mantelzorgregeling Berkelland 2024-2026 vastgesteld.