De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat schoongemaakt worden. Dit betekent de was sorteren, wassen in de wasmachine, was drogen (in droger of ophangen) en de was opvouwen en opbergen. We spreken hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij is het uitgangspunt dat strijken niet noodzakelijk is, alleen bij hoge uitzondering. Met het kopen van strijkvrije kleding en beddengoed kan hier rekening mee worden gehouden. Het beddengoed, handdoeken, washandjes, theedoeken, vaatdoeken, zakdoeken, ondergoed en onderkleding etc. hoeven (in principe) niet gestreken te worden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke - moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger. Het plaatsen van de wasmachine en droger op een verhoging is de verantwoordelijkheid van de inwoner. Daarnaast wordt van de inwoner verwacht al het mogelijke te doen om het ontstaan van extra was te beperken. Door bijvoorbeeld incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten te gebruiken.

In de uitspraak van 13-12-2023 van de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2023:2470) is gesteld dat voor de vaststelling van de omvang van het resultaat wasverzorging het HHM Normenkader 2019 niet als uitgangspunt kan worden gebruikt. De CRvB heeft een voorlopige voorziening getroffen. Voor de wasverzorging is de CRvB in overeenstemming met zijn vaste rechtspraak uitgegaan van de normtijden in het CIZ Protocol. Voor het toekennen van de wasverzorging, maken we daarom gebruik van het CIZ Protocol. Hierin wordt voor wasverzorging uitgegaan van een frequentie van 1x per week, met uitzondering van huishoudens met kleine kinderen, daar maximaal 3x per week.

6. alleen bovenkleding.

2.5.2.a Afwegingskader

  • - Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, wat de inwoner nog zelf kan doen. Uitgangspunt is dat de inwoner en/of een meerderjarige huisgenoot zelf de regie heeft en deze regie kan uitvoeren. Is dit niet het geval dan kan het nodig zijn om ook ondersteuning te leveren in de dagelijkse organisatie van het huishouden.
  • - Daarna beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke hulp. Van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Voor een verdere toelichting gebruikelijke hulp zie paragraaf 1.5. Bij beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding zal het over het algemeen gaan om uitstelbare taken. Alleen als de was niet kan blijven liggen zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijke gebruikelijke hulp wel voor geïndiceerd kunnen worden.
  • - Ook wordt er gekeken naar het sociaal netwerk / mantelzorg, of zij taken kunnen overnemen. Er zal met de mantelzorger rekening worden gehouden met het oog op dreigende overbelasting.
  • - Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn die benut kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan de aanschaf door betrokkene van een wasmachine en/of droger, een wasmachineverhoger en/of strijkvrije kleding en beddengoed.
  • - Daarna wordt er gekeken of alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te denken aan het gebruik van een wasserij.
  • - Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het college compenseren met hulp-op-maat.
  • - De normtijden hiervoor zijn weer de normen uit het normenkader HHM genoemd in bijlage 1.