Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.3

Wettelijke loonkostensubsidie

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe Januari 2024

1.. Loonkostensubsidie is een maandelijkse tegemoetkoming in de loonkosten. De werkgever ontvangt de wettelijke loonkostensubsidie voor een werknemer die minder productief is door een arbeidsbeperking. Hoe lager de productiviteit, hoe hoger de loonkostensubsidie. De werknemer ontvangt het normale cao-loon of het wettelijk minimumloon als er geen cao is. 2.. Loonkostensubsidie is bedoeld voor een werkgever die iemand in dienst neemt die wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen vanwege een arbeidsbeperking. 3.. Het moet gaan om iemand uit één van de volgende groepen: inwoners met een gemeentelijke uitkering; inwoners die door de gemeente geholpen moeten worden om werk te vinden, zoals inwoners met een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet of mensen die geen uitkering ontvangen, de zogenaamde nuggers; jongeren die vanuit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of de MBO- entree-opleiding aan het werk gaan of die in een BBL-traject zitten (ook voor 16- en 17-jarigen); inwoners, die een beschutte werkplek hebben, behalve inwoners met een Wajong-uitkering. 4.. De loonkostensubsidie moet worden aangevraagd voordat het dienstverband wordt aangegaan, behalve als het gaat om: een jongere die praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of een MBO-entree-opleiding heeft gevolgd. Het dienstverband met die jongere moet binnen zes maanden na beëindiging van de opleiding zijn aangegaan. mensen die door de gemeente aan passend werk zijn geholpen, maar die kort na de start in een dienstbetrekking alsnog verminderd productief blijken te zijn. Hiervoor moet de aanvraag binnen zes maanden na de start van het dienstverband worden ingediend. In dit geval is geen forfaitaire loonkostensubsidie mogelijk. 5.. De loonkostensubsidie kan zowel door de werknemer als de werkgever worden aangevraagd. 6.. De gemeente stelt vast of het gaat om iemand die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het inkomen dat de inwoner op de werkplek zou kunnen verdienen op basis van de cao van de werkgever, afgezet tegen de mogelijkheden van de inwoner om het werk te kunnen doen. De loonwaardemeting wordt gedaan volgens de uniforme landelijke methode. De loonwaarde wordt gemeten als percentage van het wettelijk minimumloon. 7.. De loonwaarde wordt vastgesteld door de een loonwaarde-expert. Het proces van de loonwaardebepaling bestaat uit de volgende stappen: Eerst stelt de loonwaarde-expert samen met de werkgever de normfunctie, functieloon en hoofdtaken vast. Daarna brengt de loonwaarde-expert een werkplekbezoek aan de werkgever. Hij spreekt de werkgever en werknemer en beoordeelt de prestatie van de werknemer ter plekke. De loonwaarde-expert bespreekt zijn bevindingen met de werkgever. Dan stelt de loonwaarde-expert een rapportage op en berekent de loonwaarde en de loonkostensubsidie. Ten slotte legt gemeente in een beschikking vast of er loonkostensubsidie wordt verstrekt en zo ja, hoe hoog die dan is. De werkgever en de werknemer ontvangen de beschikking. 8.. De berekening van de loonkostensubsidie gaat volgens de volgende rekenformule: bepalen loonwaarde; loonwaarde = percentage van het wettelijk minimum (jeugd)loon (inclusief 8% vakantietoeslag); wettelijk minimumloon (inclusief 8% vakantietoeslag) minus loonwaarde = hoogte loonkostensubsidie (exclusief vergoeding werkgeverslasten); vergoeding werkgeverslasten = 23,5% van loonkostensubsidie (per 1 januari 2024); stap c en d optellen = de loonkostensubsidie. 9.. De loonkostensubsidie is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. De werkgever ontvangt daarnaast een vergoeding voor de werkgeverslasten zoals opgenomen in het financieel besluit. (2024: 23,5% van de loonsom waarover loonkostensubsidie wordt verstrekt). Het eventuele verschil tussen minimumloon en cao-loon komt voor rekening van de werkgever. 10.. Het kan ook zijn dat de werknemer wordt gedetacheerd (uitgeleend). De werkgever bij wie de werknemer gaat werken, betaalt dan een inleenvergoeding aan de werkgever die de werknemer detacheert (de formele werkgever). Bij het bepalen van de hoogte van de inleenvergoeding kan rekening worden gehouden met de hoogte van de loonkostensubsidie. 11.. De loonkostensubsidie loopt door tot het einde van het dienstverband of tot het moment waarop de arbeidsproductiviteit zo is toegenomen dat er geen loonkostensubsidie meer nodig is. Er kan tussentijds onderzoek worden gedaan naar de arbeidsproductiviteit en de loonwaarde. 12.. Als een werknemer ziek wordt tijdens het dienstverband, dan wordt de loonkostensubsidie doorbetaald zo lang de werknemer ziek is, maar maximaal twee jaar. 13.. Bij verhuizing naar een andere gemeente binnen Nederland vindt directe overdracht van de loonkostensubsidie naar de (nieuwe) woongemeente plaats. 14.. Als werknemer verhuist naar een andere lidstaat van de EU, EER of Zwitserland wordt de loonkostensubsidie gecontinueerd.

Rechtspraak bij dit artikel