De inwoner meldt de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, ook wel de hulpvraag genoemd. Zowel de inwoner zelf als een vertegenwoordiger namens de inwoner, zoals iemand uit diens directe omgeving, kan de melding doen.
Voor spoedeisende gevallen is in de wet een procedure opgenomen die losstaat van het onderzoek na de melding van de hulpvraag en de beslissing op de aanvraag. Het betreft situaties waarin de inwoner niet kan wachten op het reguliere onderzoek, waarvoor het college immers zes weken mag nemen. Spoed kan zich manifesteren één dag na de melding van de hulpvraag, maar ook in sommige gevallen binnen één week. In simpele bewoordingen komt het erop neer: "zo spoedig als nodig en mogelijk".
In spoedeisende situaties moet het college zo snel als nodig en mogelijk een passende tijdelijke maatregel nemen in afwachting van de resultaten van het onderzoek en de eventueel in te dienen aanvraag van de betrokkene. De noodzaak om een tijdelijke maatwerkvoorziening te verstrekken, zal slechts in bijzondere gevallen aanwezig zijn. Het gaat hierbij om situaties waarin de inwoner ondersteuning nodig heeft en het onderzoek niet kan afwachten. Een spoedeisende situatie kan ook een tijdelijke indicatie omvatten gedurende de periode van de beslissing op de aanvraag voor een indicatie volgens de Wet langdurige zorg (EK 2013/14, 33 841, G, p. 24). In deze gevallen geeft het college een tijdelijke indicatie af. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hanteert ook een spoedprocedure voor de Wet langdurige zorg, met besluitvorming binnen twee weken.