De gemeente kent de werkgever een loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen.
Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.
De gemeente stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft), past de gemeente de methode toe die in bijlage 1 is omschreven. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op de loonwaarde afgestemd.
Wanneer een werkgever of werknemer een aanvraag indient voor wettelijke loonkostensubsidie bevestigt de gemeente de aanvraag schriftelijk. Wanneer een werknemer de aanvraag indient, ontvangt de werkgever ook een bevestiging.
Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als de inwoner niet behoort tot de doelgroep, ook behandeld als een aanvraag om vast te stellen of de inwoner tot de doelgroep behoort. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van het dienverband, wordt de beoordeling of de inwoner tot de doelgroep behoort gedaan door middel van de Praktijkroute.
De loonwaarde wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag vastgesteld, tenzij in overleg met de werkgever forfaitaire loonkostensubsidie wordt toegekend.
De gemeente gebruikt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie. Meer informatie staat op www.normaalstezaak.nl
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.7
Loonkostensubsidie voor mensen met een arbeidsbeperking
Onderdeel van Verordening Werk en Participatie 2024 gemeente Soest