Met een omgevingsvergunning kunnen inwoners, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. Iemand die een omgevingsvergunning aanvraagt voor een activiteit die hij of zij wil doen, is initiatiefnemer. In de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente toetst of het initiatief past in het Omgevingsplan. Daarbij zijn de volgende mogelijkheden:

1. Het initiatief past direct binnen de regels van het omgevingsplan (OPA).

De gemeente verleent de vergunning, want de activiteit past binnen de kaders.

2. Het initiatief voldoet aan de specifieke voorwaarden in het omgevingsplan (OPA).

De gemeente verleent de vergunning, want de activiteit past binnen de nadere voorwaarden gesteld in het omgevingsplan.

3. Het initiatief past niet in het omgevingsplan (Bopa).

Aan een activiteit dat niet voldoet aan het omgevingsplan kan een vergunning worden verleend in afwijking van het omgevingsplan. Zo’n initiatief is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa).

Initiatiefnemers moeten bij de aanvraag omgevingsvergunning aangeven of, en zo ja, hoe zij belanghebbenden in hun omgeving hebben betrokken bij de plannen (aanvraagvereiste), met welke belanghebbenden is gesproken en wat er met de uitkomsten van de participatie is gedaan (verslag). Deze aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen.

Een initiatiefnemer mag zelfs aangeven niet aan participatie te hebben gedaan. De Omgevingswet

verzet zich daar niet tegen. Het niet betrekken van de omgeving is geen weigeringsgrond bij

aanvragen die passen binnen het omgevingsplan.

De gemeente mag ook geen aanvullende (vorm-)eisen stellen aan hoe initiatienemers de participatie moeten organiseren of de aanvraag buiten behandeling laten, omdat er te weinig participatie is geweest. Wel mag de gemeente om een toelichting of nadere informatie vragen en de inhoudelijke opbrengst van de participatie meewegen.

Op basis van overgelegde informatie kan de gemeente beoordelen of het nodig is dat

belanghebbende nog aanvullend de gelegenheid moet worden geboden voor een vorm van inspraak

of contact met derde-belanghebbenden. Dit moet de gemeente dan zelf doen.

Wordt gevraagd om buitenplans af te wijken van het Omgevingsplan waarvoor participatie verplicht is gesteld, dan moet initiatiefnemer bij aanvraag van de vergunning laten zien hoe belanghebbenden bij de aanvraag zijn betrokken.

Per vergunningsmogelijkheid volgt een nader toelichting over het instrument en de verplichte, of aanbevolen wijze van participeren.