Het grootste gedeelte van onze gemeente is in een ver verleden gevormd door rivieren. Door het afzetten van sediment en het verplaatsen en insnijden van rivieren is het voor Land van Cuijk zo kenmerkende glooiende landschap ontstaan. De keuze van mensen om zich ergens te vestigen werd voor het grootste deel bepaald door landschappelijke factoren als hoger gelegen oeverwallen, rivierduinen of dekzandkoppen en -ruggen. De opbouw van het (pre-)historische landschap is in grote lijnen bekend en in combinatie met andere landschappelijke, historische en archeologische gegevens is een Archeologische Waarden- en Verwachtingskaart voor de hele gemeente opgesteld (fig. 3.1, kaartbijlage 1). Deze kaart wordt regelmatig geüpdatet met de resultaten van nieuwe onderzoeken en vondstmeldingen. De informatiewaarde van deze kaart is dan ook heel groot en de informatiedichtheid hoog.
Fig. 3.1. Archeologische Waarden en Verwachtingen kaart Land van Cuijk. Boshoven 2023, Kaartbijlage 2.
Om de AWVK toepasbaar te maken op beleidsmatig niveau, is deze kaart vertaald naar de Archeologische Beleidsadvieskaart (fig. 3.2, kaartbijlage 2). In voormalige gemeenten bestonden voor gebieden met dezelfde archeologische verwachtingswaarde, verschillende vrijstellingsgrenzen. Op de nieuwe kaart zijn deze gebieden, waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden, maar voorheen dus andere regels kenden, samengevoegd, waardoor een uniform beleid kan worden uitgevoerd. Voor sommige gebieden betekent dit dat de vrijstellingsgrenzen strakker zijn dan in de voormalige beleidsstukken en in andere gevallen betekent het juist dat deze ruimer zijn geworden.
Fig. 3.2. Archeologische Beleids- en Advieskaart van Land van Cuijk. Boshoven 2023, kaartbijlage 3.
De oppervlakte van de gemeente en de landschappelijke diversiteit die hiermee verbonden is, heeft geresulteerd in acht hoofdcategorieën ten aanzien van de archeologische verwachtingswaarde (tabel 3.1). Het gegeven dat dit aantal aanzienlijk hoger ligt dan de drie meer gebruikelijke hoge,
middelhoge en lage verwachtingswaarden, komt voort uit het zeer gevarieerde landschappelijke karakter van onze gemeente in combinatie met de grote diversiteit aan bekende te verwachten archeologische vindplaatsen die binnen dit landschap aanwezig zijn.
Categorie
Verwachting/Waarde
1
archeologisch rijksmonument
2
(potentieel) gemeentelijk archeologisch monument en historische begraafplaatsen/kerkhoven
3
terrein met archeologische waarde 1
4
terrein met archeologische waarde 2
5
hoge verwachting
6
middelhoge verwachting
7a
lage verwachting; natte context archeologie
7b
lage verwachting (Maasterrassen)
7c
lage verwachting (Peelhorst)
8
geen verwachting
Tabel 3.1. Overzicht van de verschillende waarden en verwachtingen op de archeologische beleidskaart.
Aan de categorieën zijn op basis van de verwachtingen uit AWVK ondergrenzen gekoppeld die in het traject van de Omgevingsvergunning leidend zijn voor het al dan niet laten uitvoeren van archeologisch onderzoek. De beleidskeuze die aan deze ondergrenzen ten grondslag ligt, wordt hieronder verder toegelicht.
Waarden en verwachtingen
We onderscheiden in de kaart verschillende soorten gebieden, gebaseerd op onze kennis van bekende of te verwachten archeologie. Hierbij maken we een onderverdeling tussen archeologische waardegebieden en archeologische verwachtingsgebieden. De verdeling volgt een hiërarchisch systeem, waarbij waarde-archeologie 1, de hoogste waarde is en derhalve het zwaarste regime kent. De categorieën 1 tot en met 4 zijn zogenaamde waardegebieden. Dit zijn zones en plaatsen waarvan we weten dat hier behoudenswaardige resten in de ondergrond aanwezig zijn. Hiervoor is het uitganspunt bodemingrepen zo veel mogelijk te beperken of te vermijden. Daar waar dit niet mogelijk is en de aan deze waardegebieden gekoppelde grenzen overschreden zullen worden tijdens ontwikkelingen, is in het kader van de Omgevingsvergunning archeologisch onderzoek nodig.
Toelichting waardegebieden
Waarde-archeologie 1: Dit zijn de archeologische rijksmonumenten binnen de gemeenten. Momenteel telt de Land van Cuijk elf dergelijke gebieden. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat in de toekomst nieuwe archeologische rijksmonumenten worden aangewezen.
Beleid: Bodemingrepen zonder omgevingsvergunning zijn verboden. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen beslist over een dergelijke vergunningaanvraag.
Waarde-archeologie 2: Deze waarde is gereserveerd voor historische begraafplaatsen/kerkhoven en voor gemeentelijke archeologische monumenten. Deze laatste zijn nog niet aangewezen binnen Land van Cuijk, maar het is niet uit te sluiten dat dit in de toekomst zal gebeuren. Tevens is er voor gekozen om ook de historische begraafplaatsen/kerkhoven (ouder dan ca. 1850) onder deze categorie te laten vallen aangezien bij elke vorm van bodemverstoringen kan leiden tot verstoring van aanwezige graven en is een zorgvuldige omgang met deze graven noodzakelijk.
Beleid: Bodemingrepen zonder omgevingsvergunning zijn niet toegestaan. Deze kan, afhankelijk van de aard van de ingreep, al dan niet met archeologisch onderzoek worden verleend. De besluitvorming hierover is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
Binnen de gemeente bevinden zich diverse gebieden, waarvan reeds bekend is dat hier behoudenswaardige vindplaatsen in de ondergrond aanwezig zijn, maar geen formele monumentenstatus genieten. Deze verschillen in aard en omvang en zijn dan ook in meer of mindere mate kwetsbaar bij bodemingrepen. Om deze vindplaatsen adequaat te beschermen en tegelijkertijd geen onevenredige last voor initiatiefnemers te genereren, zijn deze vindplaatsen onderverdeeld in twee waardegebieden:
Waarde-archeologie 3: Dit zijn de terreinen met archeologische waarde 1. Onder deze categorie vallen terreinen die op de Archeologische Monumentenkaart van het Rijk (geen Rijksmonumenten) staan en bekende vindplaatsen met geringe omvang en/of grotere dichtheid aan sporen en vondsten.
Beleid: Streven naar behoud in huidige staat. Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als het oppervlak van het te verstoren gebied meer dan 50 m² bedraagt en de diepte meer dan 30 cm -mv.
Waarde-archeologie 4: Op deze terreinen met archeologische waarde 2: Onder deze categorie vallen de diverse historische dorpskernen, militaire linies, historische bebouwing en vindplaatsen met grotere omvang en/of lagere dichtheid aan sporen en vondsten.
Beleid: Streven naar behoud in huidige staat. Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht als het oppervlak van het te verstoren gebied meer dan 100 m² bedraagt en de diepte meer dan 30 cm -mv.
De overige categorieën op de kaart bestaan uit de zogenaamde verwachtingsgebieden. Hier is de aanwezigheid van een archeologische vindplaats nog niet aangetoond door middel van een archeologisch onderzoek, maar is op grond van landschappelijke kenmerken en andere gegevens een algemene verwachting is geformuleerd voor het voorkomen van archeologische resten in de ondergrond.
Toelichting verwachtingsgebieden
Waarde-archeologie 5: In deze gebieden wordt een hoge dichtheid aan archeologische resten verwacht. Naast de gebieden die op basis van de landschappelijke ligging een hoge verwachting hebben gekregen, betreft het ook de locatie van drie historische justitieplaatsen en de historische dijken en enkele loopgraven uit de Tweede Wereldoorlog.
Beleid: Archeologisch onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 250 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 0,3 m -mv.
Waarde-archeologie 6: Voor deze gebieden geldt een middelhoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten. Het betreft een tussencategorie waarbij een gematigde verwachte dichtheid aan archeologische resten wordt verwacht. Veelal betreft het de overgangszones tussen de gebieden met een hoge of een lage verwachting of gaat het om terreinen in het buitengebied waar historische erven worden verwacht.
Beleid: Archeologisch onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 1.000 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 0,3 m -mv.
Waarde-archeologie 7: Gezien het dynamische karakter van het landschap en de grote diversiteit aan landschappelijke elementen is het voor de gebieden waarvoor een lage archeologische verwachting geldt, noodzakelijk om hierin te differentiëren. Voor een aantal gebieden geldt dat hier een lage dichtheid van archeologische resten wordt verwacht, terwijl het voor andere gebieden vrij zeker is dat hier geen resten meer voor zullen komen.
Waarde-archeologie 7a: lage verwachting; het betreft voormalige (inmiddels al dan niet opgevulde) geulen met een specifieke verwachting voor watergerelateerde resten als boten, kano’s, steigers, visfuiken etc. Dergelijke complexen zijn ruimtelijk zeer verspreid en veelal klein van omvang, waardoor de kans dat deze bij kleinschalige ingrepen worden aangetroffen, klein is.
Beleid: Archeologisch onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 5.000 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 0,8 m -mv.
Waarde-archeologie 7b: Deze verwachting geldt voor de zone met Maasterrassen en uiterwaarden in het oostelijke deel van de gemeente. De kans dat hier archeologische vindplaatsen aanwezig zijn is niet groot, maar ook niet afwezig.
Beleid: Archeologisch onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter is dan 10.000 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 0,5 m -mv.
Waarde-archeologie 7c: Voor een groot gedeelte van de Peelhorst geldt een zeer lage archeologische verwachting. Dit gebied kenmerkte zich als een groot veengebied. Dit veen is vanaf het midden van de 19de eeuw grotendeels ontgonnen. Eventuele archeologische resten zijn tijdens deze ontginningen reeds verstoord.
Beleid: De kans op aanwezigheid van archeologische resten is dermate klein dat er geen onderzoek noodzakelijk is.
Waarde-archeologie 8: Gebieden zonder archeologische verwachting. Het betreft gebieden waarvan bekend is dat de ondergrond reeds is verstoord tot onder het archeologisch relevante niveau of gebieden waarvoor middels een selectiebesluit, volgend op archeologisch onderzoek, de archeologische dubbelbestemming is verwijderd.
Beleid: Geen onderzoeksplicht.
Toelichting van de ondergrenzen
In 2007 wijzigde de Wamz de Monumentenwet 1988 en werd archeologisch onderzoek verplicht bij ontwikkelingen groter dan 100 m2. Gemeenten moesten hier in hun bestemmingsplannen rekening mee houden, maar konden ook -gemotiveerd- andere grenzen hanteren. Dit kon zowel naar boven als naar beneden. Op basis van ervaringsregels werd de diepte, in navolging van wat het Rijk deed bij beschermde rijksmonumenten, meestal op 30 cm gesteld. We zien deze diepte terug in bijv. het afwijken van het opgravingsverbod uit de Erfgoedwet, zoals verwoord in het Besluit Erfgoedwet Archeologie, art. 2.2. Ook bestaat er jurisprudentie die nader regelde hoe gemeenten met de archeologie en een afwegingskader moesten omgaan gaan uit van een ‘normale’ vrijstellingsdiepte van 30 cm.5Zie bijv. RvS 200509593/1. Afwijkingen hiervan dienen inhoudelijk gemotiveerd te zijn.
De gemeente Land van Cuijk kiest er bij de nieuwe kaart voor om deze vrijstellingsdiepte van 30 cm, voor het grootste deel van ons grondgebied, te volgen. We doen dit op basis van een analyse van het de laatste tientallen jaren uitgevoerd onderzoek, waaruit blijkt dat er veel gebieden zijn, waarbij de intacte archeologische resten zich al op 30 cm onder het maaiveld bevinden.6Boshoven 2023. N.B. Er zijn ook gevallen bekend waar na afplaggen of het verlagen van het maaiveld er minder dan 30 cm buffer zit tussen bovengrond en archeologische resten. Een voorbeeld is de Heeswijkse Kampen, waar een deel van een Romeinse nederzetting al op 20 cm onder het huidige maaiveld aangetroffen werd. In gebieden waar we weten dat zich archeologische resten pas op een grotere diepte kunnen voorkomen, gaan we uit van een andere vrijstellingsgrens. Het gaat hierbij onder andere om oude geulen en rivierlopen waarin vooral resten van schepen en andere watergerelateerde zaken verwacht kunnen worden.
Normaal gebruik van landbouwgrond blijft vergunningsvrij. Alleen bepaalde handelingen zoals diepploegen, het graven van sloten, houtopslag, boom- en aspergeteelt, etc. vallen hier niet onder. Ook dit was al zo en verandert dus niet.
De vrijstellingsgrenzen die behoren bij de beleidskeuze van de gemeente Land van Cuijk ten aanzien van archeologie zijn weergegeven in tabel 3.2. Deze grenzen zijn gebaseerd op de inzichten die in de afgelopen jaren zijn verkregen in Land van Cuijk. Algemeen kan worden gesteld dat naar mate de verwachtingswaarde van een gebied groter is, de ondergrens voor vergunningsvrije toegestane ingrepen kleiner is. De grenzen zijn bepaald aan de hand van een aantal criteria waarbij steeds een afweging is gemaakt tussen de archeologische verwachting in relatie tot duurzaam behoud, de maatschappelijke haalbaarheid en de uitvoerbaarheid. Hiermee is ook de kans op toevalsvondsten zo veel mogelijk gereduceerd.
Beleidskeuze Land van Cuijk ten aanzien van de vrijstellingsgrenzen archeologie
Categorie
Verwachting/Waarde
vrijstellingsoppervlak (m2)
vrijstellingsdiepte (cm -mv)
1
archeologisch rijksmonument
0
30
2
(potentieel) gemeentelijk archeologisch monument en historische begraafplaatsen/kerkhoven
0
30
3
terrein met archeologische waarde 1
50
30
4
terrein met archeologische waarde 2
100
30
5
hoge verwachting
250
30
6
middelhoge verwachting
1000
30
7a
lage verwachting; natte context archeologie
5000
80
7b
lage verwachting (Maasterrassen)
10.000 (= 1 ha)
50
7c
lage verwachting (Peelhorst)
geen onderzoek
nvt
8
geen verwachting
geen onderzoeksplicht
nvt
Tabel 3.2. Indeling van de archeologische categorieën in Land van Cuijk met de hieraan gekoppelde archeologische waarden en verwachtingen en de bijbehorende vrijstellingsgrenzen.
Toevalsvondsten zijn vondsten die worden gedaan buiten regulier archeologisch onderzoek. Deze vondsten dienen te worden gemeld bij de Minister van OC&W. Deze kan dan besluiten dit nader te laten onderzoeken. De kosten hiervan zijn voor de Minister. De vertraging die kan ontstaan door het stil leggen van de werkzaamheden kan leiden tot een geschil tussen vergunningnemer en vergunningverlener (de gemeente). Wie immers een vergunning krijgt mag er van uit gaan dat er redelijkheidshalve geen verdere voorwaarden of kosten zullen optreden. Met goed onderbouwde ondergrenzen, en besluiten op het uitgevoerde vooronderzoek, willen we dit soort discussies voorkomen.
Updates en aanpassingen
Zowel de ABAK en de AWVK zullen regelmatig aangepast moeten worden, om de meest recente kennis en inzichten te verwerken. Voor de ABAK willen we na maximaal 3 jaar een evaluatie en eventuele aanpassingsronde instellen, de AWVK willen we regelmatiger bijwerken. Dit is omdat de AWVK de basis vormt voor het uit te voeren onderzoek door archeologische adviesbureaus. De meest actuele kennis moet voorkomen dat initiatiefnemers onnodig geld uitgeven of keuzes maken op basis van verouderde informatie. En omgekeerd, het delen van de meest recente informatie moet voorkomen dat archeologische resten ongewild vernietigd worden. We delen deze kaarten via onze gemeentelijke website.
Planregels
De aan de waarden- en verwachtingsgebieden gekoppelde regels zullen in alle bestemmingsplannen verwerkt worden en zo straks ook in het definitieve Omgevingsplan worden opgenomen. We hanteren nu uniforme regels binnen de hele gemeente, wat het overzicht sterk vergemakkelijkt. Deze regels zijn opgenomen in Bijlage 3 van deze nota. Daarmee voldoen we ook aan de regelgeving vanwege de Wet arhi.7De Wet algemene regels herindeling (arhi) bevat de wettelijke kaders voor de harmonisatie van ‘gemeentelijke voorschriften’ na een gemeentelijke herindeling. Hieronder vallen onder andere verordeningen, plannen en beleidsregels en dus ook het archeologiebeleid en de hieraan gekoppelde regels.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Onze archeologische kaarten
Onderdeel van Beleidsnota archeologie Land van Cuijk 2024