Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.1

Samenvatting beleid oude gemeenten

Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)

Wat voor de hoofdgebouwen geldt, is ook van toepassing op bijbehorende bouwwerken15onder bijbehorende bouwwerken wordt hier verstaan: uitbreidingen van het hoofdgebouw die geen onderdeel daarvan uitmaken. Ook hier hanteerden de drie gemeenten niet hetzelfde beleid. Boarnsterhim hanteerde voor bijbehorende bouwwerken bij woningen een maximale oppervlakte van 50m2, met dien verstande dat ten hoogste 50% van achter- en zijerven bebouwd mocht worden. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet ten minste 1 meter bedragen. Vrijstelling was mogelijk tot 150m2, mits dit noodzakelijk was voor een aan-huis-verbonden beroep of het hobbymatig houden van vee16vlak voor de herindeling is dit functionele criterium vervallen. Heerenveen ging bij recht uit van een maximale oppervlakte van 100m2. Bij afwijking kon tot 150m2 worden toegestaan, mits dit vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar was. Mits geen afbreuk werd gedaan aan de monumentale waarden was bij Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten bovendien een verhoging tot 200m2 mogelijk. Bovendien kende de gemeente een saneringsregeling voor bijgebouwen die onder het overgangsrecht vielen. Skarsterlân ging uit van een maximale oppervlakte van 50m2. Bijbehorende bouwwerken mochten alleen gebouwd worden indien het hoofdgebouw niet groter was dan 300m2. Afwijkingen waren mogelijk tot 100m2 en met functionele criteria tot 200m2.

Rechtspraak bij dit artikel