Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Bevoegdheden directeur aangaande overeenkomsten met derden

Onderdeel van Directiestatuut Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden

1.. De directeur is belast met het leiden van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en is (eind)verantwoordelijk voor de realisatie van de organisatiedoelstellingen, het organiseren van de noodzakelijke middelen, het aanstellen van personeel en de prestaties van de organisatie, alsook voor het naleven van wet- en regelgeving. 2.. De directeur is belast met de strategische, algemene en dagelijkse leiding van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, ook waar het gaat om externe relaties, stakeholders en samenwerkingsverbanden. De directeur weegt daarvoor de wensen en behoeften van belanghebbenden en andere bij het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden betrokkenen af. 3.. Voor de uitvoering van zijn taak is de directeur verantwoording verschuldigd aan het bestuur. 4.. De directeur staat aan het hoofd van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en is (eind)verantwoordelijk voor de in artikel 3 genoemde verantwoordelijkheden. 5.. De directeur bevordert de samenhang en ontwikkeling van de eigen taken ten aanzien van het beleid, het beheer en de uitvoering van inkoop en contractmanagement van jeugdhulp en samenwerking met gemeenten en jeugdhulpaanbieders. 6.. De directeur vertegenwoordigt het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden intern en extern overeenkomstig dit statuut. De directeur is, onder de voorwaarde dat dit de vastgestelde begroting niet overschrijdt, bevoegd voor: Het coördineren en optimaliseren van dagelijkse activiteiten binnen de bedrijfsvoering; Het coördineren en optimaliseren van managementinformatie; Het verstrekken van informatie, adviseren over en het voorbereiden van besluiten; Het afwikkelen van het opgedragen declaratie- en betalingsverkeer; Het afwikkelen van de opgedragen maandelijkse loon verwerking; Het aangaan en tekenen van privaatrechtelijke overeenkomsten ten behoeve van de bedrijfsvoering; Het aanschaffen van kantoor materialen en werk gerelateerde toepassingen. 7.. De directeur is bevoegd om zijn bevoegdheid onder lid 6 van dit artikel onder te mandateren aan een door de directeur aan te wijzen functionaris(sen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel