Gemeentewet

Artikel 212

  • - De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
  • - De verordening bevat in ieder geval:
    • - Regels voor waardering en afschrijving van activa;
    • - Grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
    • - Regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

Artikel 31

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie onderscheidenlijk gemeente al dan niet duurzaam te dienen.

Artikel 32

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

Artikel 33

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel 34

In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

  • - Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
  • - Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
  • - Bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Artikel 35

  • - In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
  • - Investeringen met een economisch nut;
  • - Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
  • - Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
    • - Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.

Artikel 36

In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

  • - Kapitaalverstrekkingen aan:
    • - Deelnemingen;
    • - Gemeenschappelijke regelingen;
    • - Overige verbonden partijen;
  • - Leningen aan:
    • - Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;
    • - Woningbouwcorporaties;
    • - Deelnemingen;
    • - Overige verbonden partijen;
  • - Overige langlopende leningen;
  • - Uitzettingen in ’s Rijksschatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
  • - Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
  • - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Artikel 37

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.

Artikel 44

  • - Voorzieningen worden gevormd wegens:
    • - Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
    • - Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
    • - Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
    • - De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
  • - Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.
  • - Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

Artikel 51

In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.

Artikel 52

  • - In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
    • - Gronden en terreinen;
    • - Woonruimten;
    • - Bedrijfsgebouwen;
    • - Grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
    • - Vervoermiddelen;
    • - Machines, apparaten en installaties;
    • - Overige materiële vaste activa.
  • - In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:
    • - De boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
    • - De investeringen of desinvesteringen;
    • - De afschrijvingen;
    • - Bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
    • - Afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
    • - De boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 59

  • - Alle investeringen worden geactiveerd
  • - In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.

Artikel 60

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:

  • - Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
  • - De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
  • - Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en
  • - De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Artikel 61

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:

  • - Er sprake is van een investering door een derde;
  • - De investering bijdraagt aan de publieke taak;
  • - De derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en
  • - De bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Artikel 62

  • - Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
  • - In afwijking van het eerste lid mogen bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering worden gebracht.
  • - In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

Artikel 63

  • - Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
  • - De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
  • - De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
  • - Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
  • - Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
  • - In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
  • - Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
  • - Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen en vorderingen verrekend.

Artikel 64

  • - De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
  • - Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
  • - Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
  • - In afwijking van het eerste en het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
  • - In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.
  • - Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.

Artikel 65

  • - Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
  • - Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
  • - Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.