Op een geluidskaart worden de geluidsniveaus van de bronnen wegverkeer, railverkeer en industrie weergegeven. Aan technici geeft een dergelijke kaart met getallen veel inzicht. Een samenhangende beoordeling is echter niet mogelijk. In het schema hieronder zijn geluidsniveaus vertaald in geluidsklassen, die zijn weergegeven met een getal, een woord en een kleur. Per geluidsklasse staan bij iedere geluidssoort verschillende getallen. Dit heeft te maken met het feit dat het geluid van verschillende bronnen verschillend wordt ervaren. Het geluid van een trein wordt bijvoorbeeld als minder hinderlijk ervaren dan dat van auto‟s.
Op deze wijze is voor een breder publiek een eenvoudiger weergave mogelijk. Door de gebruikte bandbreedte hebben deze kaarten een indicatieve status. Om de ambities per gebiedstype vast te stellen is voor de herkenbaarheid en werkbaarheid dan ook deze systematiek toegepast.
De dosismaat voor weg- en railverkeerslawaai is Lden8Lden: dosismaat over een etmaal, voor de dag-, avond- en nachtperiode.. Dit is de dosismaat die na 1 januari 2007 in de gewijzigde Wet geluidhinder wordt gebruikt. Als dosismaat voor het geluid van bedrijven is Letmaal gehanteerd. Duiven heeft ervoor gekozen om voor railverkeerslawaai geen beleid te formuleren, omdat zij geen beheerder zijn van de sporen die op het grondgebied van de gemeente Duiven zijn gelegen.
De keuze van de klassen stemt overeen met wat landelijk gebruikelijk is en sluit bovendien aan op het systeem van de Wet geluidhinder.
Het volstaat niet om alleen de ambitie van een gebied aan te geven. Dit heeft te maken met het feit dat langs en door iedere woonwijk, zeker in stedelijk gebied, wegen met veel verkeer kunnen lopen. De realiteit gebiedt te erkennen dat ook in een „stille‟ woonwijk langs de rand hogere geluidsniveaus kunnen optreden. Hierdoor is het noodzakelijk de maximaal mogelijke afwijking van het ambitieniveau per gebiedstype aan te geven (bovengrens). Bij woongebieden, centrumgebieden en werkgebieden gaat het om de bescherming van woningen en overige objecten. Voor de gebiedstypen in het buitengebied (natuur- & extensiveringsgebied en verwevings- & landbouwontwikkelingsgebied) gaat het daarnaast ook om bescherming van het gebied zelf.
gebiedstypering
geluidsklasse (ambitie)
geluidsklasse (bovengrens)
geluidsklasse (ambitie)
geluidsklasse (bovengrens)
weg- en railverkeer
bedrijven
vogelrichtlijn- en stiltegebieden
zeer rustig
redelijk rustig
zeer rustig
rustig
dorpskern en overig woongebied Loo
rustig
onrustig
rustig
redelijk rustig
uiterwaarden en overig deel buitengebied
rustig
onrustig
rustig
redelijk rustig
dorpskern en overig woongebied Groessen
rustig
onrustig
rustig
redelijk rustig
woongebieden kern Duiven
rustig
onrustig
rustig 2)
redelijk rustig
zeer onrustig 1)
historische lintbebouwing in buitengebied
redelijk rustig
zeer onrustig
redelijk rustig 2)
redelijk rustig
historische lintbebouwing in Duiven
redelijk rustig
lawaaiig
redelijk rustig 2)
onrustig
spoorzone Duiven
redelijk rustig
lawaaiig
redelijk rustig 2)
redelijk rustig
Centrum stedelijk (centrum Duiven)
redelijk rustig
onrustig
redelijk rustig 2)
onrustig
lawaaiig 1)
Remigiusplein (horeca-omgeving)
onrustig
onrustig
Bedrijventerreinen
onrustig
lawaaiig
onrustig
lawaaiig
Gezoneerd industrieterrein (Roelofshoeve)
n.v.t. (geen woningen)
n.v.t. (geen woningen)
bij opvullen open plaats, bij vervangende nieuwbouw of bij nieuwbouw langs hoofdinfrastructuur
geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller
De ambitietabel geeft per gebiedstype twee mogelijkheden aan:
Ambitiewaarde: betreft de basiskwaliteit in een gebied. Deze omvat de na te streven geluidsklasse voor de te beschermen objecten en functies in een bepaald gebied.
Bovengrens: deze geluidsklasse wordt bij (hoge) uitzondering toegepast en mag niet worden overschreden. Aan de toepasselijke norm van de Wet geluidhinder kan nog juist worden voldaan. Akoestische compensatie is hierbij vereist (zie Nota hogere grenswaarden).