Dit erf ligt in een half open ontginningslandschap. Het is een ruim opgezet vierkant erf. Voor plaatsing van een windturbine is de achterste hoek van het erf aan de westkant het meest geschikt. Daar is de grootste openheid en daar ligt de windturbine gunstig voor de overheersende windrichting in Nederland.
De simulaties van de drie verschillende turbines laten zien dat in het halfopen landschap de windturbine volledig zichtbaar is vanaf de openbare weg. Het erf is nagenoeg vierkant, de afstand tot de openbare weg is niet bijzonder groot. Het erf is nauwelijks beplant. Alleen aan de oostelijke zijde is wat erfbeplanting. Noordwestelijk van het erf ligt een ijle perceelsrandbeplanting. Deze geeft de windturbine een zekere ‘achtergrond’. Echter van een duidelijk samenhangend erf is door het gebrek aan ondersteunende beplanting nog geen sprake.
Het verschil tussen de beleving van de beide driewieks windturbines is ook in deze situatie gering (zie afbeeldingen 10 en 11). Beide driewieks turbines zijn goed passend bij de schaal van het erf en de bebouwing. De onderlinge verhoudingen tussen de mast en de wieken is met deze ervaringsafstand tot de windturbines niet storend. Ook in dit landschap zijn de dienstwoningen in het algemeen aan de voorzijde van het erf gelegen en zal een windturbine in aansluiting op het gemeentelijke beleid aan de achterzijde een plek vinden.
Bij de tweewieks windturbine is de verhouding van de wieklengte onevenwichtig (zie afbeelding 12). Ook dit is vergelijkbaar met de situatie op voorbeelderf 1. Door de grotere wieklengte is de totale hoogte van de turbine ook 2 tot 3 meter hoger dan bij de driewieks turbines. Dit is goed waarneembaar en past minder goed bij de schaal van de bebouwing en de omgeving.
Voorbeelderf 2 met turbines met wieklengte 7m, 8m (3-wiekers) en 10m (2-wieker)
10
11
12
Conclusie voor de windturbines in een halfopen ontginningslandschap
Driewieksmolen met wieken van 7 m lengte zijn goed inpasbaar bij een boerderij-erf;
Driewieksmolen met wieken van 8 m lengte zijn goed inpasbaar bij een boerderij-erf;
Tweewieksmolen met wieken van 10 m lengte is onevenwichtig en onrustig in draaiende toestand;
Erfbeplanting met struiken is in dit halfopen landschap een verbetering. Dit bevordert de noodzakelijke samenhang tussen de turbine en het bedrijf waartoe deze turbine behoort.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.5
Voorbeelderf 2
Onderdeel van Regels omtrent het uiterlijk van bouwwerken zijnde windmolens in Achtkarspelen