Burgers en zorgaanbieders moeten kunnen vertrouwen op het objectieve en onpartijdige oordeel van de toezichthouder. Het gemeentebestuur vindt het belangrijk dat uitvoering van het toezicht niet wordt beïnvloed door mogelijke bestuurlijke belangen. Daarom stellen we randvoorwaarden waarop de toezichthouder zijn werk goed kan doen:
De toezichthouder bepaalt de toetsingskaders voor het onderzoek op basis van de landelijke en lokale kwaliteitseisen.
De toezichthouder bepaalt het werkprogramma op basis van de visie en uitgangspunten die door het gemeentebestuur in dit beleidskader zijn vastgesteld (zie 5.3.1.).
De toezichthouder kan autonoom besluiten om bevindingen, oordelen en adviezen voor te leggen aan het gemeentebestuur.
Alle toezichtrapporten worden gepubliceerd.
Het toezicht is onafhankelijk van bestuur, politiek en van de ambtelijke afdelingen binnen de gemeente die verantwoordelijk zijn voor het beleid en de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet. Dit betekent echter niet dat het toezicht vanuit een ivoren toren plaatsvindt. Het toezicht staat op gepaste afstand van de uitvoering, maar werkt wel samen. Op die manier versterkt toezicht de uitvoering en krijgt de toezichthouder de noodzakelijke informatie om het toezicht vorm te geven.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1
Artikel 5.1.1
Toezicht is objectief en onafhankelijk
Onderdeel van Beleidskader toezicht & handhaving Wmo/Jeugdwet