1.Inleiding
De nalevingsstrategie is het verzamelbegrip dat voortvloeit uit de samenvoeging van de volgende beleidsstrategieën:
- - Preventiestrategie;
- - Toezichtstrategie;
- - Handhavingsstrategie;
- - Gedoogstrategie.
Deze beleidsstrategieën worden allemaal uitgewerkt op basis van de visie en prioriteiten uit de U&H Strategie.
2.Preventiestrategie
De preventiestrategie beschrijft welke middelen wij inzetten om overtredingen van wet- en regelgeving te voorkomen. Hierbij speelt communicatie een cruciale rol. In de preventiestrategie wordt ingegaan op de in te zetten communicatiemiddelen en op de wijze van informatievoorziening aan de samenleving over de uit te voeren VTH-taken. De preventiestrategie is een belangrijk onderdeel van het hele handhavingsproces, want als overtredingen kunnen worden voorkomen dan heeft dit de voorkeur boven het inzetten van toezicht en handhaving. ‘Preventie’ is dan ook onderdeel van de visie.
Preventie is vaak niet (alleen) een taak van de afdeling VTH. VTH is vooral uitvoerend. Bij verandering in wet- en regelgeving of bij een veranderende werkwijze, is het dan ook vaak een andere afdeling die aan zet is om preventie vorm te geven. Het verplichte energielabel C bij kantoorpanden is hier een goed voorbeeld van. Vanaf 1 januari 2023 moeten alle kantoorpanden energielabel C hebben. De komende beleidsperiode gaan we hier ook op toezien en handhaven. Tot en met 2023 was er een projectgroep, getrokken vanuit een andere afdeling, aan de slag om pandeigenaren zoveel mogelijk te informeren over de verplichting om kantoorpanden te verduurzamen. VTH leverde daar een bijdrage aan.
Communicatie
Goede communicatie over de visie, het beleid, de uitvoering en de organisatie van de VTH- taken draagt bij aan draagvlak binnen de samenleving. Deze strategie, de bekendmaking en natuurlijk een transparante uitvoering ervan, zorgen ervoor dat de samenleving kennis kan nemen van hoe wordt omgegaan met de VTH-taken. Transparantie en duidelijkheid over de invulling en uitvoering van de VTH-taken leiden uiteindelijk tot een verbetering van de effecten van de geleverde inspanningen en daarmee een beter naleefgedrag.
Communicatie en handhaving
Communicatie versterkt, naast en voorafgaand aan de daadwerkelijke handhaving, de uitwerking van handhavingsacties. Als de uitwerking zichtbaar wordt gemaakt, heeft een uitgevoerde controle niet alleen een positieve invloed op het naleefgedrag van de gecontroleerde, maar ook op die van de niet-gecontroleerde. Gebeurt het zichtbaar maken niet (voldoende), dan gaat de effectversterkende werking hiervan snel verloren.
In het uitvoeringsprogramma wordt uitgewerkt op welke wijze en op welke onderdelen wij actief communiceren over onze toezicht- en handhavingstaken. Dat kan verschillen per beleidsterrein (Omgevingswet, Alcoholwet, APV etc.).
Communicatiemiddelen
De in te zetten communicatiemiddelen zijn onder te verdelen in:
- - Persoonlijke en centrale communicatie.
- - Toezichthouders en handhavers zijn vaak in gesprek met burgers en bedrijven om de regels duidelijk te maken. Elke melding of klacht, bijvoorbeeld Openbare Ruimte, krijgt opvolging waardoor we in gesprek blijven met de samenleving.
- - Inwoners kunnen (voor-)overleg aanvragen met een casemanager over bijvoorbeeld de vindbaarheid en interpretatie van aanvraagvereisten, gemeente specifieke bepalingen, slagingskans van plannen en te volgen procedures;
- - Gedrukte media, zoals folders, dag- en weekbladen, brieven, brochures en flyers. Elke week worden stadsberichten, zoals nieuws van de Raad en wegwerkzaamheden, gepubliceerd in ‘De Stad Amersfoort’. De brieven die we in het kader van VTH sturen verbeteren we continu om de leesbaarheid en duidelijkheid te vergroten.
- - Elektronische/sociale media, zoals de website, e-mail, ’X’, Facebook, Overheid.nl etc. De aanvragen en besluiten worden gepubliceerd op Overheid.nl. Meldingen kunnen bij de gemeente Amersfoort op verschillende manieren worden gedaan: amersfoort.nl, twitter, facebook, telefonisch en apps. Specifiek voor VTH is er informatie beschikbaar via amersfoort.nl. We werken continu aan verbetering van die informatie.
- - Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): Alle digitale informatie is op één plek te vinden. Via het Omgevingsloket kunnen burgers en bedrijven snel zien wat op een locatie mag en wat niet onder de Omgevingswet en voor welke activiteiten. Het een informatie- of meldingsplicht dan wel vergunningplicht bestaat. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of melding indienen in het DSO;
Situaties
Afhankelijk van de situatie wordt bepaald welk communicatiemiddel wordt ingezet. Hierbij is het van belang de volgende vragen te beantwoorden:
- - Over welke doelgroep(en) hebben we het? Wie willen we bereiken?
- - Hoe staat de doelgroep tegenover het onderwerp?
- - Met welk communicatiemiddel is deze doelgroep het beste te bereiken?
- - Hoe effectief en efficiënt wordt de doelgroep met dat middel bereikt en wat is de meerwaarde van het gekozen middel?
- - In hoeverre is er over het betreffende onderwerp al eens gecommuniceerd en welk resultaat heeft dit gehad?
Voorbeeld: gebiedsgerichte controle
Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de aankondiging van een grote gebiedsgerichte controle op een bepaald(e) handhavingsthema/-taak, zoals bij parkeerproblematiek. Of de aankondiging van de start van een bepaald project. Maar ook het gericht verspreiden van flyers (in een bepaalde wijk) met informatie over een VTH-taak waarvan vanuit data duidelijk is geworden dat de taak (in een bepaalde wijk) extra aandacht behoeft.
Voorwaarden voor succesvolle communicatie
Communicatie staat niet op zichzelf. Communicatie als handhavingsinstrument is pas succesvol als in ieder geval aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- - De visie, het beleid, de uitvoering en de organisatie van de VTH-taken moeten helder en duidelijk zijn en bekend zijn (gemaakt).
- - Verleende vergunningen/meldingen, vrijstellingen/ontheffingen, bestemmingsplanvoorschriften, beleid etc. moeten voor burgers begrijpelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.
- - De VTH-taken moeten transparant en consequent worden uitgevoerd. Uitzonderingen worden slechts in bijzondere gevallen gemaakt. Van belang voor een succesvolle uitvoering van de VTH-taken, is dat de gehele gemeentelijke organisatie (bestuurlijk en ambtelijk) en haar samenwerkingspartners transparant werken.
- - Interne- en externe communicatiemiddelen over VTH-taken dienen zo goed mogelijk beschikbaar te zijn voor de betrokken medewerkers. Bijvoorbeeld door het ter beschikking stellen van de juiste middelen hiervoor (smartphone’s, tablets etc.), het geven van trainingen, opleidingen en cursussen over het gebruik van communicatiemiddelen en het investeren in het verbeteren van de communicatieve vaardigheden van de betrokken medewerkers. Ook trainingen in mediation of omgaan met agressie voor betrokken medewerkers dragen hieraan bij;
- - Het bestuur en de ambtelijke organisatie dienen gericht te zijn op het kwalitatief goed functioneren van de communicatie binnen en buiten de organisatie in al haar facetten.
3.Toezichtstrategie
Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te observeren en constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daar toe aangestelde toezichthouders en boa’s. Van toezicht gaat een belangrijk preventief effect uit (zichtbaar, dichtbij en aanspreekbaar). Het doel van toezicht is risicobeheersing. Dat wil zeggen dat door middel van toezicht het naleven van de regels wordt verbeterd wat leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van risico’s.
De toezichtstrategie beschrijft op welke wijze wij invulling geven aan onze toezichtstaak en met welke intensiteit het toezicht binnen deze thema’s en taken wordt uitgevoerd.

Hoofdvormen
We onderscheiden twee hoofdvormen van toezicht:
- - Preventief toezicht
- - Repressief toezicht
Deze twee hoofdvormen van toezicht houden we op diverse typen wet- en regelgeving. We onderscheiden hier vier categorieën:
- - Omgevingswet en WKB (bouwen, slopen, monumenten, omgevingsplan, brandveiligheid, aanleggen, , kappen, inrit, reclame)
- - Alcoholwet, Horeca (APV), Wet op de kansspelen en Coffeeshops (damoclesbeleid)
- - Evenementen (APV)
- - APV, FLOA + overig (voor zover niet in 1 t/m 3)
Binnen elke vorm van toezicht geven we aan hoe het toezicht binnen elke van deze 4 categorieën is vormgegeven.
3.1 Preventief toezicht
Onder preventief toezicht wordt verstaan: het toezicht dat structureel en continu wordt uitgevoerd om naleving van wet- en regelgeving vast te stellen en/of mogelijke overtredingen in beeld te krijgen, zonder dat hiertoe een directe aanleiding is.
Het preventieve toezicht vindt programmatisch plaats. Dit betekent dat hiervoor capaciteit wordt opgenomen in het uitvoeringsprogramma, waarin het toezicht wordt ingepland en waarin de benodigde capaciteit hiervoor wordt bepaald. Of de benodigde capaciteit uiteindelijk ook kan worden ingezet is mede afhankelijk van beschikbaar personeel.
Het preventieve toezicht kan hierbij worden onderverdeeld in twee verschillende vormen, namelijk:
- - Vergunning- en meldinggebonden toezicht;
- - Niet-vergunning/-meldinggebonden toezicht.
3.1.1. Vergunning- en meldinggebonden toezicht Omgevingswet en WKB
Omgevingswet en WKB
Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en WKB in werking getreden. Dit betekent voor toezicht dat er 2 soorten toezicht zijn: toezicht op vergunningen en toezicht op WKB bouwmeldingen en gereedmeldingen voor nieuwbouw in gevolgklasse 1.
Beide typen toezicht vinden plaats tijdens de realisatiefase, de gebruiksfase of de sloopfase van een project/ inrichting/ activiteit.
Uitgangspunt voor het vergunning-/meldinggebonden toezicht is dat het toezicht altijd programmatisch plaatsvindt. Dit betekent dat het aantal te programmeren controles wordt gebaseerd op het aantal verleende vergunningen/afgegeven meldingen van het afgelopen jaar. De frequentie en intensiteit van de controles wordt bepaald aan de hand van de prioriteit die aan de betreffende taak is toegekend.
Toezicht vergunningen
Voor het toezicht tijdens de realisatiefase/ sloopfase van vergunningen uit de Omgevingswet voeren we deze beleidsperiode het integraal Toezichtprotocol (iTP) in. Hierin staat per activiteit en per bouwwerk beschreven hoe vaak en op welke wijze we toezicht houden. Dit protocol is opgesteld op basis van een risicoanalyse.
De mate van toezicht tijdens de gebruiksfase is afhankelijke van de prioriteitstelling.
| Realisatie- en sloopfase | Gebruiksfase | |
| Laag | iTP | Geen |
| Midden | iTP | Geen |
| Hoog | iTP | Geen gestructureerde waarnemingen. Wel onderzoek bij constatering. |
| Zeer hoog | iTP | Planmatig toezicht |
Vergunning-/melding gebonden toezicht Omgevingswet
Toezicht bouwmeldingen WKB
Er zijn onder de WKB 2 opties.
- - Een gecombineerde Omgevingsplanactiviteit (OPA) bouwen en een bouwmelding.
- - Een enkelvoudige bouwmelding, aangezien het bouwwerk onder gevolgklasse 1 valt.
Bij de eerste variant schouwt de bouwinspecteur in beginsel het bouwwerk af zodat geconstateerd kan worden of het bouwwerk voldoet aan de in de (aangepaste) vergunning en melding gestelde voorwaarden. Aangezien de gemeente bevoegd gezag is voor de handhaving en verantwoordelijk is voor de veiligheid in de omgeving, controleren we in de transitieperiode ook steekproefsgewijs of het bouwwerk voldoet aan de constructieve veiligheid en brandveiligheidseisen voor zover zichtbaar. Na de transitieperiode wordt voor de laatstgenoemde eisen vertrouwd op de kwaliteitsborgers en wordt er niet meer ter plekke gecontroleerd.
Indien wij alleen een bouwmelding krijgen gaan we in principe niet meer naar de bouw voor controle op BBL vereisten. We investeren hierbij zo nodig wel in het bekijken van borgingsplannen en risicobeoordelingen en in de startgesprekken met de aannemer en de kwaliteitsborger. We houden wel een inspectie indien daar aanleiding toe is.
Toezicht milieu en brandveilig gebruik
Voor de activiteiten milieu en brandveilig gebruik worden jaarlijks afspraken gemaakt met de RUD Utrecht en de VRU over de bezoekfrequentie van instellingen en inrichtingen. Deze zijn gebaseerd op een regionale risicoanalyse.
Alcoholwet, Horeca (APV), Wet op de kansspelen (Wok) en Coffeeshops
Toezicht binnen deze categorie vindt altijd plaats tijdens de gebruiksfase. Ongeacht de prioritering wordt er een jaarplanning gemaakt. Deze is vastgelegd in het uitvoeringsprogramma alcohol. De hoge prioriteiten worden hierbij vaker bezocht dan de lage prioriteiten. Bijna zonder uitzondering betreffen dit echter activiteiten met een hoge prioriteit. De jaarplanning voor controles bij coffeeshops wordt gemaakt in samenwerking met de politie.
| Gebruiksfase | |
| Laag | Toezicht volgens jaarplanning |
| Midden | Toezicht volgens jaarplanning |
| Hoog | Toezicht volgens jaarplanning |
| Zeer hoog | Toezicht volgens jaarplanning |
Vergunning-/melding gebonden toezicht Alcoholwet, Horeca (APV), Wet op de kansspelen en Coffeeshops
Voor evenementen is het onderscheid tussen realisatiefase en gebruiksfase wel van belang. De mate van toezicht is afhankelijk van de categorisering van het betreffende evenement. Bij een meldingsplichtig evenement is er nauwelijks tot geen toezicht. Bij een B en C evenement worden hulpdiensten uitgenodigd voor een afstemmingsoverleg, is er een schouw vooraf en een evaluatie achteraf. Voor een A evenement worden stukken ter kennisname naar de hulpdiensten gestuurd en is er niet altijd sprake van toezicht. Tot 12 dagen voor het evenement is de casemanager evenementen de regievoerder. Hierna is dat de evenementencoördinator vanuit de gemeente.
| Realisatie- en sloopfase | Gebruiksfase | |
| Laag | Volgens afspraak | Volgens afspraak |
| Midden | Volgens afspraak | Volgens afspraak |
| Hoog | Volgens afspraak | Volgens afspraak |
| Zeer hoog | Volgens afspraak | Volgens afspraak |
Vergunning-/melding gebonden toezicht Evenementen
APV
Het overige vergunning/ meldinggebonden toezicht op basis van de APV vindt minder frequent plaats, veelal als onderdeel van gebiedsgericht toezicht. De mate waarin dit per activiteit plaatsvindt staat uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma.
3.1.2 Niet-vergunning-/meldinggebonden toezicht
Het preventieve toezicht op niet-vergunning-/meldinggebonden taken vergt een andere aanpak aangezien het (veelal) vooraf niet duidelijk is waar, wanneer en in welke vorm mogelijke overtredingen zich kunnen voordoen. Het gaat hier om toezicht op vergunningvrije activiteiten en illegale activiteiten (vergunningplichtige activiteiten die uitgevoerd worden zonder de benodigde vergunning).
Het gebruiken van vastgelegde, verzamelde en geanalyseerde data gaat bij het bepalen van de inzet op het preventieve niet-vergunning/meldinggebonden toezicht in de toekomst ook een steeds grotere rol spelen.
| Toezichtsprioriteit | |
| Laag | Geen |
| Gemiddeld | Incidenteel |
| Hoog | Steekproefsgewijs |
| Zeer hoog | Systematisch |
Preventief niet-vergunning/-meldinggebonden toezicht vindt als volgt plaats:
- - Programmatisch toezicht
- - Programmatisch toezicht betekent het op vooraf bepaalde (geplande) wijze en in een vooraf bepaalde frequentie houden van toezicht op taken die in de tijd voortduren.
- - Gebiedsgericht toezicht
- - Gebiedsgericht toezicht betekent het binnen vast omgrensde (deel-)gebieden binnen de gemeente Amersfoort in een vooraf bepaalde frequentie houden van toezicht. In het licht van gebiedsgericht werken is de afdeling VTH ingericht naar gebied. Binnen deze teams komen meerdere disciplines samen en wordt beter interdisciplinair met elkaar samengewerkt. Zo is er meer sprake van signaaltoezicht voor een ander vakgebied, integrale controles en kennisoverdracht tussen de diverse collega’s.
- - Projectmatig toezicht
- - Projectmatig toezicht betekent het houden van toezicht op één of meerdere vooraf bepaalde thema’s/ taken die eenmalig of binnen een kort tijdsbestek plaatsvinden.
Omgevingswet
Elke bouwinspecteur heeft zijn eigen wijk binnen de geografisch ingedeelde teams. Zo is er al sprake van een vorm van gebiedsgericht toezicht. Binnen deze vorm van toezicht is er op gebied van de Omgevingswet voornamelijk sprake van projectmatig toezicht naar aanleiding van een landelijke prioriteit of een incident. Tot slot worden er jaarlijks foto's gemaakt van Amersfoort en vergeleken met voorgaande jaren. Illegale bouwwerken worden er op deze manier uitgefilterd, de zogeheten mutatiedetectie.
Alcoholwet, Horeca (APV), Wet op de kansspelen en Coffeeshops
Binnen deze categorie vindt vrijwel uitsluitend vergunning-/ meldinggebonden toezicht plaats. Wel kan het zo zijn dat de wijkboa’s bij gebiedsgerichte controles overtredingen of illegale activiteiten waarnemen.
Ook voeren we toezicht uit op illegale horecabedrijven. Bijvoorbeeld horecabedrijven die zijn gestart zonder vergunning. Op illegaal gokken wordt gecontroleerd, met name gokken via gokzuilen.
Tenslotte kennen we toezicht op het gebruik van alcohol in de openbare ruimte.
Evenementen
Ook binnen evenementen vindt uitsluitend vergunning-/ meldinggebonden toezicht plaats. Wel kan het zo zijn dat de wijkboa’s bij gebiedsgerichte controles een evenement constateren dat vergunning- of meldingsplichtig is. Daarnaast houden we preventief digitaal toezicht waarbij we via social media in de gaten houden of er evenementen gaande zijn die meldings- of vergunningsplichtig zijn.
APV
De handhavers (BOA’s) zitten ook in de geografische teams. Daarnaast kent elke wijk binnen Amersfoort zijn eigen wijkBOA’s. Er is dus sprake van continu gebiedsgericht toezicht.
Daarnaast vindt er op diverse thema’s programmatisch toezicht plaats en is er regelmatig projectmatig toezicht. Denk aan het toezicht op het gebruik van vuurwerk in december en januari, toezicht op honden, fietsen in voetgangersgebied, het digitaal opkopersregister en illegale prostitutie.
3.2 Repressief toezicht
Onder repressief toezicht wordt verstaan: toezicht dat plaatsvindt op basis van klachten/meldingen en verzoeken om handhaving, alsmede hercontroles naar aanleiding van opgelegde sancties.
3.2.1 Klachten/ meldingen
In het kader van deze strategie is slechts sprake van een klacht/melding, als de melding betrekking heeft op één van de VTH-taken, bijvoorbeeld een melding over illegale bouw door de buren.
Klachten/meldingen kunnen op verschillende manieren bij ons binnenkomen. Telefonisch, rechtstreeks bij een ambtenaar, via het KCC en/of schriftelijk via een brief of digitaal via de gemeentelijke website, e-mail, facebook, ‘X’ en apps.
Verschil tussen klachten/meldingen en verzoeken om handhaving
Bij de beoordeling van een schriftelijke klacht/ melding wordt eerst vastgesteld of de betreffende klacht/ melding niet moet worden opgevat als een verzoek om handhaving. Er bestaat namelijk een verschil tussen de behandeling en afhandeling van een klacht/melding en een verzoek om handhaving. Bij een verzoek om handhaving is er een beginstelplicht tot handhaven, bij klachten/meldingen niet.
Bestaat er onduidelijkheid over de aard van de schriftelijke klacht/melding, dan wordt altijd contact gezocht met de klager/ melder om vastgesteld te krijgen hoe de klacht/ melding dient te worden opgevat en hoe de klacht/ melding vervolgens dient te worden afgehandeld.
Een telefonische klacht/ melding en/of een klacht/ melding via de e-mail is nooit een formeel verzoek om handhaving (behalve als het gescande getekende brief betreft). Als blijkt dat de betreffende klacht/ melding geen verzoek om handhaving inhoudt, ontvangt de klager/ melder een (schriftelijke) reactie met daarin aangegeven hoe verder met de klacht/ melding wordt omgegaan.
Uitgangspunt: redelijke termijn
Eén van de uitgangspunten voor de afhandeling van klachten/ meldingen is dat deze altijd binnen een redelijke termijn worden behandeld. De klager/ melder krijgt altijd binnen een redelijke termijn uitsluitsel over hoe wij met de klacht/ melding omgaan.
Uitgangspunt: onveilige situaties
Verder geldt als uitgangspunt dat klachten/ meldingen over mogelijke onveilige of gevaarlijke situaties altijd direct in behandeling worden genomen. Dit betekent dat degene die de klacht/ melding in behandeling neemt een goede inschatting dient te maken van de aard en de ernst van de situatie waarop de klacht/ melding betrekking heeft.
Anonieme klachten/meldingen
Als klachten/ meldingen anoniem worden gedaan, is het lastig voor ons om terug te koppelen aan de klager/melder. Bij anonieme klachten/meldingen wordt daarom onderscheid gemaakt tussen twee categorieën anonieme klachten/meldingen, te weten:
- - Anonieme klachten/ meldingen waarbij de klager/ melder bij de gemeente bekend is, maar waarbij de klager/ melder voor degene waarover geklaagd wordt anoniem wil blijven.
- - Anonieme klachten/ meldingen waarbij de klager/ melder bij de gemeente onbekend is.
Ad. 1 Anonieme klachten/ meldingen waarbij de klager/ melder bij de gemeente bekend is, maar waarbij de klager melder voor degene waarover geklaagd wordt anoniem wil blijven.
Uitgangspunt voor de afhandeling van deze categorie anonieme klachten/meldingen is dat deze op eenzelfde wijze worden behandeld als gewone klachten/ meldingen, waarbij de gewenste anonimiteit van de melder zoveel mogelijk wordt gerespecteerd. Wij kunnen in deze situatie:
- - de gewenste anonimiteit niet garanderen;
- - niet actief naar buiten treden;
- - desgevraagd minimale informatie verstrekken.
Ad. 2 Anonieme klachten/ meldingen waarbij de klager/ melder bij de gemeente onbekend is.
Het uitgangspunt voor deze categorie klachten/ meldingen is dat deze klachten/ meldingen niet in behandeling worden genomen, tenzij er naar inschatting van degene die de klacht/ melding in behandeling neemt mogelijk sprake is van een onveilige of gevaarlijke situatie.
Proces klachtenafhandeling
Het proces van klachtenafhandeling ziet er in zijn algemeenheid als volgt uit:
- - De klacht/melding wordt in behandeling genomen door de medewerkers van het klantencontactcentrum (KCC) of komt binnen via een van de andere meldpunten.
- - De klacht wordt – indien die gaat over een VTH-taak - vervolgens door een toezichthouder (boa of bouwinspecteur afhankelijk van het onderwerp) in behandeling genomen.
- - De toezichthouder ziet ter plekke of en in hoeverre de klacht/melding gegrond is.
- - Vervolgens maakt de toezichthouder een controlerapport op en overlegt eventueel uitkomsten hiervan intern met zijn collega en/of zijn leidinggevende.
- - Tenslotte wordt de uitkomst van de behandeling van de melding teruggekoppeld aan de klager/melder.
Prioriteit in relatie tot de afhandeling van klachten/ meldingen
Bij de afhandeling van alle klachten/ meldingen wordt gekeken naar de prioriteit van de betreffende activiteit. Het is daarom van belang dat bij binnenkomst van de klacht/ melding meteen een goed beeld ontstaat van klacht/ melding en de activiteit waarop de klacht/ melding betrekking heeft, zodat de prioriteit juist kan worden bepaald. In onderstaande tabel staat per domein aangegeven hoe we met klachten en meldingen omgaan uitgesplitst over de diverse prioriteiten.
| Prioriteit melding/ verzoek | ||
| Meldingen | Handhavingsverzoeken | |
| Laag | Geen actie | Afwijzen indien geen bijzondere omstandigheden |
| Gemiddeld | Actie bij een specifiek meldingenpatroon | Onderzoek en besluit |
| Hoog | Onderzoek en afhandeling | Onderzoek en besluit |
| Zeer hoog | Onderzoek en afhandeling | Onderzoek en besluit |
Meerdere klachten/meldingen over dezelfde handhavingstaak kunnen aanleiding geven af te wijken van bovenstaande. Dit geldt ook voor klachten/meldingen van meerdere verschillende klagers/melders over dezelfde situatie.
Bijzondere klachten/meldingen
Uiteraard wordt, afhankelijk van het belang en de spoedeisendheid van de klacht/ melding, ingeschat of een directe behandeling en afhandeling van de klacht/melding noodzakelijk is. Het is voorstelbaar dat in bepaalde gevallen wordt afgeweken van de prioriteit die aan de betreffende taak is toegekend. Uiteraard worden dergelijke bijzondere klachten/ meldingen waarbij sprake lijkt te zijn van direct gevaar en/of een onveilige situatie altijd direct behandeld.
3.2.2 Verzoeken om handhaving
Om als een verzoek om handhaving te worden behandeld, dient een verzoek te voldoen aan de vereisten voor een aanvraag. Volgens artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een aanvraag verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen. Daarnaast schrijven artikelen 4:1 en 4:2 Awb voor dat een aanvraag schriftelijk dient te geschieden en dat een aanvraag moet worden ondertekend en tenminste de volgende inhoud bevat:
- - De naam en het adres van de aanvrager
- - De dagtekening
- - Een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
De aanvrager zorgt verder voor gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij/zij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Telefonisch/e-mail
Aangezien een verzoek om handhaving ondertekend dient te worden, kan het verzoek niet telefonisch en/of via de e-mail worden gedaan (tenzij het een gescande getekende brief betreft) Dit betekent dat dergelijke verzoeken in dat geval als klacht/ melding in behandeling worden genomen.
Als een verzoek om handhaving wel voldoet aan de vereisten, wordt deze als zodanig in behandeling genomen. Het uitgangspunt voor de afhandeling van verzoeken om handhaving is dat deze altijd binnen de wettelijke termijn dienen te worden afgehandeld, ongeacht de prioriteit die aan het betreffende taakonderdeel is gegeven. Deze wettelijke termijn is gesteld op maximaal 8 weken, met daarbij de mogelijkheid voor ons om deze termijn (eenmalig) te verlengen met een redelijke termijn. Indien niet binnen deze termijn wordt besloten, kunnen wij dwangsommen verbeuren vanwege het niet tijdig nemen van een besluit, als de aanvrager deze mogelijkheid inroept.
Besluit op het verzoek om handhaving
Op alle verzoeken om handhaving dient een besluit te worden genomen. Dit besluit kan tweeledig zijn, namelijk:
- - Een besluit tot afwijzing van het verzoek;
- - Een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom/ bestuursdwang aan overtreder.
Ad. 1 Besluit tot afwijzing van het verzoek
Als een verzoek om handhaving wordt afgewezen, wordt dit besluit formeel kenbaar gemaakt aan de verzoeker. Het afwijzingsbesluit dient net als alle overige besluiten te voldoen aan de vereisten van de Awb. Tegen dit besluit kan bezwaar en (hoger) beroep worden aangetekend.
Reden voor afwijzing
Redenen voor afwijzing van het verzoek om handhaving kunnen zijn:
- - Na controle en juridische toetsing blijkt dat er geen sprake is van een overtreding.
- - Na controle en juridische toetsing blijkt dat er wel sprake is van een overtreding, maar dat er daarbij sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving kan worden afgezien (bijvoorbeeld in het geval van concreet zicht op legalisatie).
- - De activiteit waar het verzoek om handhaving betrekking op heeft, heeft op dat moment een lage prioriteit. Daarnaast worden er geen bijzondere omstandigheden gezien om alsnog handhavend op te treden.
Ad. 2 Besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom/bestuursdwang aan overtreder.
Als na controle en juridische toetsing blijkt dat er sprake is van een overtreding, waarbij er geen bijzondere omstandigheden bekend zijn op grond waarvan van handhaving kan worden afgezien, dient op het verzoek om handhaving altijd een handhavingsbesluit te volgen. Dit betekent dat er een bestuursrechtelijk sanctiemiddel dient te worden opgelegd aan de overtreder.
Jurisprudentie
Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) volgt namelijk ‘een beginselplicht tot handhaving’ bij overtredingen en zeker als derden hierom formeel verzoeken. Het is daarom van belang dat bij de afhandeling van verzoeken om handhaving zorgvuldig en tijdig te werk wordt gegaan. Een onzorgvuldig en/of een niet tijdig genomen besluit op een verzoek levert vaak bezwaar op. Of de verbeuring van een dwangsom vanwege het niet tijdig nemen van het besluit. Twee aspecten in de besluitvorming die wij wensen te voorkomen.
Zienswijze overtreder
Om ervoor te zorgen dat de overtreder niet ineens geconfronteerd wordt met een handhavingsbesluit, wordt de overtreder eerst in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze te geven. Pas als de overtreding en alle omstandigheden en belangen goed in beeld zijn gebracht, volgt het definitieve handhavingsbesluit.
Prioritering
Uit recente jurisprudentie is gebleken dat een prioriteitstelling ook van invloed kan zijn op het al dan niet besluiten tot een afwijzing van het verzoek. Als de activiteit als laag geprioriteerd is, mag een gemeente met een belangenafweging besluiten om het verzoek af te wijzen. Dit betekent niet dat de gemeente er nooit meer iets aan hoeft te doen, maar op dat moment kunnen we als gemeente stellen dat het momenteel niet geprioriteerd is en dat de belangen afwegende handhaving op dit moment niet noodzakelijk is.
4.Handhavingsstrategie
Als het uitvoeren van toezicht met een corrigerende insteek niet leidt tot beëindiging van de overtreding, is de gemeente in beginsel verplicht om hiertegen op te treden. Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering. Handhaving kan met zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten plaatsvinden. De handhavingssancties zijn gebaseerd op de beschrijvingen in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ten aanzien van de handhavingsinstrumenten verandert er in de basis niet heel veel onder de Omgevingswet. Wel zijn verwijzingen naar de grondslag veranderd naar de artikelen in de Omgevingswet.
Wat wel is veranderd is de handhaving in het kader van de WKB. Aangezien deze werkwijze afwijkt van de verdere handhavingsstrategie, hebben we hier een apart hoofdstuk voor gemaakt.
Daarmee komt in deze strategie het volgende aan de orde:
- - De scope van de handhavingsstrategie
- - Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO);
- - Vaststellen van de sanctie;
- - Welke sanctiemiddelen we kennen;
- - Hoe we de bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving afstemmen;
- - De hoogte van de dwangsommen en begunstigingstermijnen.
- - Handhavingsstrategie rondom WKB
4.1. De scope
In de toezichtstrategie is naar voren gekomen in welke mate wij toezichthouden en wat het verschil is tussen klachten/meldingen en handhavingsverzoeken. De meldingen/klachten worden beoordeeld op hoeveelheid en ernst van het geval en daarna wordt bekeken of er al dan niet wordt gehandhaafd. Er bestaat geen plicht om bij klachten/meldingen te handhaven. Hetzelfde geldt voor constateringen door de toezichthouder van de gemeente tijdens het preventieve toezicht. Bij officiële handhavingsverzoeken hebben wij een beginselplicht tot handhaven. De mate van de ernst bepaald in hoeverre en met welke capaciteit er wordt gehandhaafd. Daar is deze strategie van toepassing op.
4.2. Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
De inwerkingtreding van de Omgevingswet is de aanleiding geweest voor het vaststellen van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO, vastgesteld op 12 oktober 2022, is de opvolger van de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) uit 2014. In de kern is de strategie nagenoeg niet veranderd. Wat anders is, is dat de aansluiting op de Omgevingswet wordt gelegd, terminologie is geactualiseerd en de bestuurlijke boete is toegevoegd.
De LHSO is uitgewerkt in de vorm van een instrument voor alle overheden om eenduidig te interveniëren naar aanleiding van tijdens het toezicht gedane bevindingen (zie bijlage 8). De afgelopen jaren werkten wij al volgens de uitgangspunten van de LHSO. Met inwerkingtreding van dit beleidsplan stellen we de LHSO ook formeel vast en gaan we voor de VTH-taken de LHSO ook toepassen.
Wat regelt de LHSO?
De LHSO zet in op een passende sanctie bij iedere overtreding. Boa’s, toezichthouders en handhavingsjuristen hanteren de LHSO bij iedere constatering van een overtreding en maken daarbij gebruik van de daarin aangegeven instrumenten. Dit waarborgt een effectieve en doelmatige handhaving. Het draagt bij aan passend en eenduidig optreden. Het waarborgt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Een passende sanctie is een sanctie die is gebaseerd op de verzamelde feiten en op een beoordeling van de aard en ernst van de overtreding en van de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Daarnaast leidt de sanctie zo effectief en efficiënt mogelijk tot spoedig herstel van de rechtmatige toestand, waarborgt verdere naleving, voorkomt herhaling en/of straft indien dit passend of noodzakelijk is om de overtreder tot naleving te bewegen dan wel om de norm te bevestigen (speciale en generale preventie).
Om in het omgevingsrecht tot een passende sanctie te komen, zijn de volgende twee hoofdvragen leidend:
- - Inzake herstel
- - 1a. Is herstel mogelijk? Zo ja, dan is in elk geval bestuursrechtelijk optreden aangewezen en is de vervolgvraag:
- - 1b. Welke bestuursrechtelijke interventie is in dit geval het meest geschikt?
- - Inzake bestraffing
- - 2a. Is er aanleiding voor bestraffing? Zo ja, dan is de vervolgvraag:
- - 2b. Welke weg (bestuursrechtelijk of strafrechtelijk) is het meest passend?
Stappenplan
De LHSO bevat een basisinterventiematrix en een bijbehorend stappenplan om te komen tot een passende sanctie. Het stappenplan is een hulpmiddel om de juiste afwegingen te maken en wordt gezien als een richtlijn. Het is geen vaste beslisboom die in elk geval strak gebruikt kan worden.
Vaststellen van de sanctie via het stappenplan en de interventiematrix
Bij het constateren van een overtreding, bijvoorbeeld naar aanleiding van een reguliere controle, een klacht of een verzoek om handhaving, is de interventiematrix uit de LHSO leidend. Als de toezichthouder een overtreding heeft geconstateerd wordt met behulp van de interventie-matrix de sanctie vastgesteld. Daarbij zijn de volgende stappen aan de orde:
- - Positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix.
- - De handhaver bepaalt in welk segment van de interventiematrix de bevinding gepositioneerd kan worden door:
- - Het beoordelen van de gevolgen van de bevinding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie en
- - Het typeren van de overtreder.
- - Bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing.
- - De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven.
- - Optreden aan de hand van de algemene of domeinspecifieke interventiematrix. De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap 2).
- - Bepalen of afstemmingsoverleg nodig is.
- - De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van de interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 heeft gepositioneerd. Vervolgens kiest de handhaver voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. De interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van beneden naar bovenop in zwaarte.
- - Vastleggen stappen en beslissingen. De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden volgens de geldende procedure(s) vastgelegd.
Hieronder worden een aantal stappen verder uitgewerkt.
Basisinterventiematrix
De sanctie is afhankelijk van de (mogelijke) gevolgen van de bevinding (categorie 1-4) en het gedrag van de overtreder (categorie A-D). Daarbij worden ook eventuele verzwarende (of verlichtende) aspecten meegewogen. De strategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met interveniëren, gericht op herstel en het vervolgens inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. Daarnaast is overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geregeld.
Figuur 1: Basisinterventiematrix voor het positioneren van de overtreding naar gevolgen en typering overtreder
| 4. Aanzienlijk en / of onomkeerbaar | A4 | B4 | C4 | D4 |
| 3. Van belang | A3 | B3 | C3 | D3 |
| 2. Beperkt | A2 | B2 | C2 | D2 |
| 1. (Vrijwel) nihil | A1 | B1 | C1 | D1 |
| (gevolgen ↑ / overtreder →) | A. Goedwillend | B. Neutraal/ Onverschillig | C. Calculerend/ opportunistisch | D. Notoir/crimineel |
Het typeren van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving (categorie 1-4)
De handhaver beoordeelt de gevolgen van de geconstateerde overtreding voor de fysieke leefomgeving als:
- - (vrijwel) nihil; of
- - beperkt; of
- - van belang; of
- - aanzienlijk en/of onomkeerbaar
In zijn algemeenheid gaat het bij categorie 1 en 2 om lichte overtredingen. Het onderscheid tussen gevolgen van belang (categorie 3) en aanzienlijke gevolgen (categorie 4) zit vooral in de ernst en omvang van de (dreigende) schade. Schade van enige omvang die onomkeerbaar is, wordt in beginsel ingedeeld in categorie 4.
Het typeren van de overtreder (A-D)
De handhaver typeert de overtreder aan de hand van zijn gedrag als:
- - Goedwillend (indien de overtreder proactief is, geneigd is om de regels te volgen en/of de overtreding het gevolg is van onbedoeld handelen); of
- - Neutraal/onverschillig (indien de overtreder passief of reactief is, een houding van ‘moet kunnen’ heeft en/of de bevinding en de gevolgen van zijn handelen hem koud laten); of
- - Calculerend/opportunistisch (indien de overtreder wist of moest weten wat de gevolgen van de bevinding zouden zijn en die op de koop toe neemt, alleen tot normconform gedrag overgaat indien de toezichthouder daar uitdrukkelijk op wijst (of daarvoor een sanctie laat opleggen of oplegt), bewust risico(’s) op overtreding neemt); of
- - Notoir/crimineel (indien de overtreder bewust en structureel de regels overtreedt, controle bewust belemmert, criminele activiteiten ontplooit en/of deel uitmaakt van een criminele organisatie, sprake is van fraude, oplichting of witwassen.
Verzwarende aspecten
De toezichthouder of handhavingsjurist bepaalt of er verzwarende aspecten aanwezig zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk op te treden. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om ook strafrechtelijk op te treden.
De volgende verzwarende aspecten worden afgewogen:
- - Onomkeerbare gevolgen/geen herstelsanctie mogelijk;
- - Recidive;
- - Verkregen financieel voordeel (winst of besparing);
- - Combinatie met andere relevante strafbare feiten;
- - Medewerking van malafide deskundigen (“facilitators”);
- - Waarheidsvinding;
Hoogte dwangsom
De typering wordt gebruikt om de hoogte van de dwangsom te bepalen. Dat wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.4 van deze strategie.
4.3 Bestuursrechtelijk optreden
Uitgangspunt
Het uitgangspunt voor het handhavend optreden is dat het gebruiken van sanctiemiddelen het sluitstuk is van het handhavingsproces. In het voorliggende traject (informele handhavingstraject) is in overleg met de overtreder gezocht naar mogelijke oplossingen voor de ontstane situatie. Ook heeft er een legalisatieonderzoek plaatsgevonden, dat uiteindelijk niet heeft geleid tot een oplossing voor de situatie.
Rollen voortraject
De toezichthouders, BOA’s en de handhavingsjuristen hebben in het voortraject een actieve rol:
- - Zij treden in overleg met de overtreder.
- - Zij stellen de waarschuwingsbrief op.
- - Zij sturen de zogenaamde vooraankondiging/ voornemen tot het opleggen van een last (of bestuurlijke boete) op.
Hiermee kondigen wij aan dat wij van plan zijn een last onder dwangsom/ bestuursdwang op te leggen vanwege een door ons geconstateerde overtreding. De overtreder wordt hiermee ook altijd in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze op dit voornemen kenbaar te maken. Mede op basis van deze zienswijze kunnen wij vervolgens de afweging maken om al dan niet over te gaan tot het daadwerkelijk opleggen van de last. In spoedeisende situaties kan worden afgezien van het geven van een zienswijzemogelijkheid. Denk bijvoorbeeld aan een bouw- of sloopstop, waarbij direct gelast wordt om de werkzaamheden te staken.
Na voortraject een formeel handhavingstraject
In de gevallen dat in het informele voortraject niet tot de gewenste oplossing wordt gekomen en/of de overtreder niet bereid is om mee te werken aan een mogelijke oplossing, wordt overgegaan tot het formele handhavingstraject. Hierbij vindt de besluitvorming tot het feitelijk opleggen van de last plaats. Uiteraard kan het ook in spoedeisende gevallen noodzakelijk zijn direct het formele handhavingstraject in te zetten.
Sanctiemiddelen
Wij kunnen tegen overtreders met meerdere verschillende sanctiemiddelen, al dan niet gelijktijdig, optreden. Deze sanctiemiddelen kunnen bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk zijn. Privaatrechtelijk optreden valt niet binnen het kader van dit plan.
Voor de bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke voorschriften staan de volgende sanctiemiddelen ter beschikking:
- - De oplegging van een last onder bestuursdwang (art. 5:21 e.v. Awb);
- - De oplegging van een last onder dwangsom (art. 5:32 Awb);
- - De intrekking van een vergunning/ontheffing (intrekkingsbesluit);
- - De bestuurlijke boete;
- - De bestuurlijke strafbeschikking.
Ad. 1 Last onder bestuursdwang
Onder het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt volgens artikel 5:21 (Awb) verstaan: een herstelsanctie, inhoudende:
- - Een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
- - De bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang op grond van artikel 125 lid 1 Gemeentewet. Ook de burgemeester kan op grond van artikel 125 lid 3 Gemeentewet bestuursdwang toepassen, wanneer de overtreding ziet op een VTH-taak waarvoor de burgemeester bevoegd gezag is.
Herstelsanctie
Het opleggen van een last onder bestuursdwang is een zogeheten reparatoire sanctie (herstelsanctie). Hiermee wordt slechts het feitelijk bewerkstelligen van een legale situatie (herstel) beoogd. Het opleggen van een last onder bestuursdwang is bij uitstek geschikt voor het ongedaan maken van overtredingen in die gevallen waarbij bijvoorbeeld een snelle beëindiging van de overtreding noodzakelijk is. En/of waarbij het opleggen van de last onder dwangsom niet tot beëindiging van de overtreding heeft geleid. Door bestuursdwang toe te passen, worden de gevolgen van de begane overtreding door ons ongedaan gemaakt op kosten van de overtreder.
Last onder bestuursdwang opleggen
Een last onder bestuursdwang kan niet alleen aan de overtreder worden opgelegd, maar aan een ieder die het (feitelijk en juridisch) in zijn macht heeft om de overtreding ongedaan te maken.
De kosten van het toepassen van bestuursdwang kunnen echter alleen op de overtreder worden verhaald. Deze kosten dienen met een kostenbeschikking te worden vastgesteld en bekendgemaakt aan de overtreder (artikel 5: 25 Awb).
Rechtsopvolgers
Het is mogelijk om de last onder bestuursdwang, evenals een last onder dwangsom, ook te laten gelden voor de rechtsopvolger(s) van degene die de last opgelegd heeft gekregen. Dit betekent dat de opgelegde last ook volledige werking heeft tegen de mogelijke rechtsopvolger(s), inclusief de tenuitvoerlegging en de invorderingsmogelijkheden. Daarvoor is het noodzakelijk om de last in te schrijven in het beperkingenregister (kan overigens niet voor alle beschikkingen).
Voordelen en nadelen bestuursdwang
Eén van de voordelen van het opleggen van een last onder bestuursdwang is dat er snel een einde kan worden gemaakt aan de overtreding. Een nadeel is dat het opleggen van een last onder bestuursdwang en uitvoeren van de bestuursdwang vaak een grote organisatorische en administratieve last met zich meebrengt voor ons. We moeten dan de kosten bijvoorbeeld voorschieten. Sommige overtredingen lenen zich niet zo voor bestuursdwang.
Ad. 2 Last onder dwangsom
In artikel 5:32 Awb is bepaald dat wij bevoegd zijn om in plaats van een last onder bestuursdwang een last onder dwangsom op te leggen.
Onder een last onder dwangsom wordt verstaan: een herstelsanctie, inhoudende:
- - Een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en;
- - De verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Ook de last onder dwangsom is dus een reparatoire sanctie (herstelsanctie). Een last onder dwangsom kan niet alleen aan de overtreder worden opgelegd, maar aan een ieder die het (feitelijk en juridisch) in zijn macht heeft om de overtreding ongedaan te maken.
Inhoud van de last onder dwangsom
Als de opgelegde last niet binnen de in het besluit opgenomen termijn (begunstigingstermijn) wordt uitgevoerd, verbeurt de overtreder van rechtswege de in het besluit genoemde dwangsom(men). Deze dwangsom kan vastgesteld worden op een bedrag ineens, een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel een bedrag per overtreding van de last. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald op een maximum te verbeuren bedrag, dat in redelijke verhouding dient te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.
Jurisprudentie
Een last onder dwangsom is ten opzichte van bestuursdwang meer geschikt om herhaling van een overtreding te voorkomen. Uit de jurisprudentie blijkt dat de gemeente een grote beleidsvrijheid heeft bij de keuze tussen een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom. Er geldt geen plicht om de keuze afzonderlijk te motiveren.
Keuze last onder dwangsom
Het uitgangspunt voor ons is om primair voor het opleggen van een last onder dwangsom te kiezen in plaats van het opleggen van een last onder bestuursdwang. In bepaalde situaties kan hiervan worden afgeweken. Ook zijn er situaties denkbaar dat beide sancties worden opgelegd, bijvoorbeeld het stilleggen van de bouw in combinatie met het opleggen van een last onder dwangsom om het verder bouwen te voorkomen.
De uiteindelijke keuze voor het sanctiemiddel doen we door het toepassen van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).
Verbeuring van rechtswege
De verbeuring van een last onder dwangsom geschiedt van rechtswege. Dit betekent dat na verloop van de begunstigingstermijn die in de lastgeving is gesteld de dwangsom automatisch verbeurt, indien de overtreding niet is beëindigd en/of beëindigd wordt gehouden. De verbeurde dwangsom dient binnen 6 weken nadat deze is verbeurd door de overtreder te worden betaald.
Invordering van verbeurde dwangsommen
Na verbeuring van de dwangsom hebben wij de bevoegdheid de dwangsom feitelijk in te vorderen. Hiertoe wordt eerst een voornemen tot invorderen verstuurd waarop een zienswijze gegeven kan worden. Daarna volgt het besluit om al dan niet over te gaan tot het nemen van een invorderingsbeschikking op grond van artikel 5:37 Awb. Als betaling hierna ook nog uitblijft, vorderen wij, na aanmaning, de verbeurde dwangsom in per dwangbevel volgens artikel 5:10 lid 2 Awb.
Wij gaan op het moment dat er sprake is van verbeurde dwangsommen altijd over tot de invordering daarvan. Slechts onder bijzondere omstandigheden, te bepalen per individueel geval, wordt hiervan afgeweken. Deze beleidskeuze heeft te maken met het feit dat de bestuursrechtelijke handhaving het sluitstuk is van een uitgebreid handhavingsproces. In de fase voor het opleggen van een last onder dwangsom is veel tijd en energie gestoken. En in het maken van goede afspraken in overleg met de overtreder om te komen tot een tijdige beëindiging van de overtreding.
Rechtsopvolgers
Het is op grond van artikel 18.4a van de Omgevingswet mogelijk om de last onder dwangsom, evenals een last onder bestuursdwang, ook te laten gelden voor de mogelijke rechtsopvolger(s) van degene die de last opgelegd heeft gekregen.
Dit betekent concreet dat de opgelegde last ook volledig werking heeft tegen de mogelijke rechtsopvolger(s), inclusief de tenuitvoerlegging en de invorderingsmogelijkheden. Daarvoor is het noodzakelijk om de last in te schrijven in het beperkingenregister (kan overigens niet voor alle beschikkingen).
Ad. 3 Intrekking van de vergunning/ ontheffing
Wij kunnen een eerder verleende vergunning/ontheffing, ook wel een begunstigende beschikking genoemd, intrekken als bestuurlijke sanctie op onrechtmatig gedrag van de houder van de beschikking.
Dit kan bijvoorbeeld als:
- - de vergunning/ ontheffing op grond van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
- - er niet overeenkomstig de vergunning/ontheffing wordt gehandeld;
- - de aan de vergunning/ ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd;
- - de voor de houder van de vergunning/ ontheffing als zodanig geldende algemene regels niet zijn of worden nageleefd.
Intrekking vergunning/ontheffing
Er wordt pas tot intrekking van de vergunning/ontheffing overgegaan nadat de betrokkene in de gelegenheid is gesteld om binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de (voorschriften van de) vergunning/ontheffing. Dit betekent dat de betrokkene altijd eerst de kans krijgt om binnen een bepaalde termijn de situatie weer overeenkomstig de vergunning/ontheffing te brengen. In sommige gevallen wordt de betrokkene deze mogelijkheid niet gegeven.
Reparatoir of punitief karakter
De intrekking van een begunstigende beschikking kan zowel een reparatoir (herstel), als een punitief (bestraffend) karakter hebben. Dit onderscheid is van belang, omdat punitieve bestuurlijke sancties op grond van het legaliteitsbeginsel een wettelijke grondslag behoeven en onder meer moeten voldoen aan de eisen van artikel 6 EVRM.
Ad. 4 Bestuurlijke boete
Onder bestuurlijke boete wordt verstaan: de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom.
Bevoegdheid
De toezichthouder stelt een boeterapport op. Dit is geen aankondiging van een boete en wordt ook niet uitgereikt aan overtreder. Wel wordt de overtreder gehoord, waarbij cautie wordt gegeven. Vervolgens volgt een voornemen voor een bestuurlijke boete (met toezending boeterapport), een zienswijzemogelijkheid en het definitief besluit.
Ad. 5 Bestuurlijke strafbeschikking (strafrecht)
De bestuurlijke strafbeschikking houdt in dat wanneer een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) een overtreding constateert, hij direct op straat een bestuurlijke strafbeschikking kan aankondigen aan de overtreder. Dit gebeurt door een zogeheten gestandaardiseerde (combi-)bon te maken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een speciaal ontwikkeld boekje met feiten (overtredingen) en feitcodes die de BOA ter beschikking staat.
Waarschuwing of sanctioneren
Daarnaast wordt bekeken aan de hand van de interventiematrix van de LHSO wat de ernst van de situatie is en wat de overtreder voor gedrag vertoond. Aan de hand hiervan wordt besloten eerst een waarschuwing te geven of meteen over te gaan tot het schrijven van een bon.
Combi-bon
Op basis van de doorslag van de combi-bon kan de Boa het proces-verbaal rechtstreeks (laten) invoeren in een computersysteem van justitie. Dit systeem staat in verbinding met het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat de incasso voor zijn rekening neemt.
Verzet
De overtreder wordt verondersteld schuldig te zijn en de strafbeschikking kan in beginsel worden geëffectueerd zonder rechterlijke tussenkomst. Indien de overtreder niet wenst te betalen, kan hij in verzet gaan. Het Openbaar Ministerie kan het verzet gegrond achten en de strafbeschikking intrekken. Indien het laatste niet het geval is, wordt door middel van dagvaarding de zaak naar een zitting bij de kantonrechter gebracht. Deze strafrechter oordeelt dan integraal over de zaak zonder daarbij op enigerlei wijze gebonden te zijn aan de eerdere strafbeschikking. De strafrechter blijft immers bevoegd geheel zelfstandig opnieuw de schuldvraag te beoordelen. Hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof. De juridische afwikkeling en incasso geschiedt in principe geheel buiten de gemeente om.
4.3 Samenloop van strafrechtelijke- en bestuursrechtelijke sanctiemiddelen
Veel overtredingen van de regelgeving waarvoor het college het bevoegde gezag is, leveren ook een strafbaar feit op ingevolge de Wet op de economische delicten (Wed). Strafrechtelijke handhaving is het instellen van strafvervolging na het opmaken van een proces-verbaal (door een daartoe aangewezen ambtenaar: bijzondere opsporingsambtenaar en/of politie). In gevallen dat een proces-verbaal is opgemaakt, wordt aan de hand van de ernst (en bewijsbaarheid) van de overtreding door het Openbaar Ministerie (OM) strafrechtelijke sanctie toegepast. Dit kan leiden tot:
- - Een (voorwaardelijk) sepot. Dit betekent dat het OM al dan niet onder voorwaarden afziet van strafvervolging.
- - Een transactie.
- - Door betaling van een geldsom wordt door het OM afgezien van verdere strafvervolging.
- - Strafrechtelijke vervolging.
- - Het OM legt de overtreding middels een dagvaarding voor aan de strafrechter, zodat de op te leggen straf door de rechter bepaald wordt.
Flankerend beleid
Aangezien het strafrecht een punitief (bestraffend) karakter en het bestuursrecht een reparatoir (herstellend) karakter heeft, is samenloop van beide sanctiemiddelen mogelijk. Hierbij kunnen strafrechtelijke instrumenten vaak bijzonder effectief in aanvulling op een bestuurlijke handhaving worden toegepast. Dit wordt ook wel ‘flankerend beleid’ genoemd. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarbij er door het begaan van de overtreding een onomkeerbare situatie is ontstaan en feitelijk herstel van de overtreding niet (meer) mogelijk is.
Una via-beginsel
Anders ligt dit in het geval de inzet van een bestuurlijk instrument dat – evenals het strafrecht – een bestraffend karakter heeft. Zoals bij het opleggen van een bestuurlijke boete. Op grond van het ‘una via-beginsel’ is het namelijk niet mogelijk twee ‘bestraffende’ sancties voor dezelfde overtreding toe te passen. Dit beginsel vereist afstemming met het OM over welke zaken bestuursrechtelijk en welke zaken strafrechtelijk aangepakt gaan worden.
4.4 Hoogte dwangsommen en begunstigingstermijnen
Na het bepalen van de sanctie moet gemotiveerd besloten worden wat de hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn wordt. Dit wordt per geval bekeken aan de hand van het LHSO (Bijlage 8), de “Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen” en de door ons vastgestelde richtlijn (zie bijlage 11). De leidraad en ons vastgestelde richtlijn benoemen veel voorkomende overtredingen en geven standaard begunstigingstermijnen en standaard dwangsombedragen. Deze gegevens moeten gezien worden als een richtlijn, we kunnen daar, per geval, gemotiveerd van afwijken.
In de richtlijn zijn de volgende onderdelen beschreven:
- - Overtreding; wat is precies de overtreding?
- - Typering LHSO; is er sprake van een overtreding met gevolgen die vrijwel nihil; of beperkt; of van belang of aanzienlijk zijn.
- - Sanctie; welke sancties kunnen in overeenstemming met de LHSO worden opgelegd. Bij overtredingen die aanzienlijk zijn en waarbij de mogelijkheid van het opleggen van een bestuurlijke boete bestaat is afstemming met strafrecht gewenst.
- - Hoogte dwangsom; de hoogte van het bedrag per overtreding/ per keer.
- - Aantal verbeuringen; het aantal verbeuringen per last onder dwangsom.
- - Begunstigingstermijn; de te hanteren begunstigingstermijn.
Typering LHSO
De hoogte van de dwangsom is gerelateerd aan de typering volgens de LHSO, zoals we hebben opgenomen in hoofdstuk 4.2 van deze strategie. Als dezelfde overtreding plaats vindt maar sprake is van een andere LHSO-typering dan is genoemd in de richtlijn kan het dwangsombedrag omgerekend worden met de factor 0,25 voor overtreding ‘vrijwel nihil’ en ‘beperkt’. Factor 0,5 voor overtredingen met typering ‘van belang’ en factor 1 met typering ‘aanzienlijk’.

Voorbeeld ’ het aanleggen van een inrit zonder of in afwijking van de melding’ is benoemd als een overtreding met een dwangsom van €500,- per week uitgaande van de typering ‘van belang’. Als de melding betrekking heeft op een overtreding die aangemerkt kan worden als ‘aanzienlijk’, kan het richtbedrag vermenigvuldig worden met 2 (wijziging van factor 0,5 naar 1). In zo’n situatie kan een dwangsom opgelegd worden van €1000,- per week. Bij overtredingen die lichter worden ingeschaald ten opzichte van de typering opgenomen in de leidraad is omrekening in dezelfde methodiek mogelijk.
Niet genoemde overtreding
Indien er een overtreding wordt begaan die niet is opgenomen in Bijlage 11 “Richtlijn Dwangsommen en begunstigingstermijnen” wordt de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn per specifieke situatie nader bepaald.
Vervolgens wordt gemotiveerd waarom voor dat bedrag of die termijn is gekozen.
4.5. Handhavingsstrategie WKB
Tijdens het beoordelen van bouwmeldingen en gereedmeldingen, of tijdens de bouw in gevolgklasse 1, kunnen er strijdigheden ontstaan. Bij strijdigheden informeert de kwaliteitsborger de aannemer en de opdrachtgever. Ontstaan problemen die onopgelost blijven? Dan moet de kwaliteitsborger ook de gemeente informeren. Het college van B&W is het bevoegd gezag voor de handhaving. Als er gekozen wordt om handhavend op te treden, zal in het algemeen gebruik worden gemaakt van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang.
In deze paragraaf staan de – naar verwachting – meest voorkomende strijdigheden daarbij aangegeven hoe het college verwacht te handelen.
Vóór de bouw
Indien de bouwmelding onvolledig is doordat er stukken missen, verklaren we de bouwmelding onvolledig en moet er een nieuwe bouwmelding worden ingediend. Twee weken voor de start bouw moet er een volledige bouwmelding zijn ingediend.
Tijdens de bouw
Tijdens de bouw voert de kwaliteitsborger het borgingsplan uit. Bij strijdigheden informeert de kwaliteitsborger de aannemer en de opdrachtgever. Ontstaan er problemen die niet worden opgelost, dan moet de kwaliteitsborger ook de gemeente informeren. De zogeheten informatieplicht. Dat moet worden gedaan middels de activiteit strijdigheid BBL via het Omgevingsloket.
Het bevoegd gezag heeft een beginselplicht om te handhaven. Maar in specifieke situaties kan worden afgezien van handhaving en kan het bevoegd gezag het bouwwerk tóch in gebruik laten nemen als een goedkeurende verklaring van de kwaliteitsborger ontbreekt, of bij het ontbreken van andere zaken.
Hieronder benoemen we de strijdigheden tijdens de bouw en hoe wij verwachten te handelen:
Signaal van de kwaliteitsborger aan het bevoegd gezag m.b.t. bouwtechnische zaken
Via het omgevingsloket informeert de kwaliteitsborger tijdig dat sprake is van een strijdigheid die aan het verstrekken van een verklaring in de weg staat. In de verklaring komen 1 of meerdere vinkjes op oranje of rood. Wij controleren om welke strijdheden het gaat. Wij treden in beginsel handhavend op indien de strijdigheid te maken heeft met:
- - Veiligheid (constructieve veiligheid en brandveiligheid)
- - Gezondheid (o.a. ventilatie)
Bij het besluit om handhavend op te treden stellen we onszelf de volgende vragen:
- - Is er sprake van een klein verschil?
- - Is het verschil niet of nauwelijks met het blote oog waarneembaar?
- - Worden derden niet in hun belangen geschaad?
- - Brengt het ongedaan maken van de overtreding buitenproportioneel hoge kosten met zich mee of zou het onevenredig zijn jegens de overtreder?
Is er sprake van 1 van deze gevallen? Dan wordt op managementniveau bepaald of er toezicht gehouden wordt en handhavend wordt opgetreden of niet. Als wordt bepaald dat we op dat moment niet handhavend optreden kan de initiatiefnemer verder met de bouw. Als bij het beoordelen van de gereedmelding dan nog steeds sprake is van dezelfde overtreding(en) gaan we op dat moment niet over tot handhavend optreden op dat aspect en kan het bouwwerk in gebruik genomen worden.
Signaal van de kwaliteitsborger dat het bouwwerk niet (meer) binnen gevolgklasse 1 past
Indien we het signaal krijgen dat een bouwwerk niet meer binnen gevolgklasse 1 past brengen we de opdrachtgever ervan op de hoogte dat het bouwwerk vergunningplichtig is (technische bouwactiviteit). De kwaliteitsborger moet hierover het bevoegd gezag informeren indien zij dit constateert. De bouwactiviteit mag niet verder worden uitgevoerd. De opdrachtgever zal een omgevingsvergunning voor een bouwtechnische activiteit moeten aanvragen of de werkzaamheden in overeenstemming moeten brengen met gevolgklasse 1. Het is verder aan de gemeente om een in te dienen aanvraag om omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te toetsen aan de bouwtechnische regels en toe te zien op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. Pas nadat de omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit en eventuele andere benodigde vergunningen die nodig zijn alvorens men mag bouwen, zijn verleend of als de activiteit - eventueel na een benodigde nieuwe bouwmelding - is aangepast, mag de bouw worden hervat.
Beëindiging opdracht Kwaliteitsborger
Als de kwaliteitsborger de opdracht voortijdig beëindigt, stopt ook het bouwproces. In de Wkb is opgenomen dat er voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 altijd een kwaliteitsborger tijdens het bouwproces betrokken moet zijn. De aannemer moet de strijdigheid melden via het Omgevingsloket en de bouw wordt stilgelegd.
De bouwwerkzaamheden kunnen verder zodra een andere kwaliteitsborger bij het project is betrokken. De initiatiefnemer of gemachtigde (bijvoorbeeld aannemer of architect) moet eerst een nieuwe bouwmelding indienen. Het proces (inclusief controleren nieuwe bouwmelding) begint weer van vooraf aan.
Signaal/verzoek om handhaving van de omgeving m.b.t. bouwtechnische zaken
Dit betreft de bevoegdheid van het bevoegd gezag. De bouwinspecteur vraagt in dat geval allereerst informatie op bij de opdrachtgever m.b.t. het ontvangen signaal. Afhankelijk van de verkregen informatie volgt nader onderzoek. De bouwinspecteur verricht nader onderzoek indien de melding daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt.
Het onderzoek wordt inhoudelijk met voldoende zorgvuldigheid gedaan en richt zich enkel op de overtredingen waar het signaal over gaat. Afhankelijk van de ernst van de overtreding leggen we een bouwstop op. Indien de overtreding is weggenomen wordt de bouwstop opgeheven. De klager krijgt een terugkoppeling.
Als we niet overgaan tot een bouwstop, wijst de bouwinspecteur de opdrachtgever op het feit dat de overtreding moet zijn opgelost op het moment dat de gereedmelding is ingediend.
Wanneer er een signaal wordt ingediend maar daaruit blijkt geen overtreding, wordt het verzoek om handhaving afgewezen.
Bouw gaat verder zonder kwaliteitsborger of geaccepteerde bouwmelding
Indien de bouw niet wordt stilgelegd bij een strijdigheid waar wij op besluiten te handhaven, houden we toezicht ter plaatse en wordt handhavend opgetreden.
5.Gedoogstrategie
Slechts in bepaalde bijzondere situaties wordt van handhavend optreden afgezien. In de gedoogstrategie wordt omschreven in welke bijzondere situaties en onder welke voorwaarden wij van handhavend optreden afzien.
Definitie
Gedogen is het bewust schriftelijk en onder voorwaarden niet handhavend optreden tegen overtredingen van wet- en regelgeving door het bevoegde bestuursorgaan. Van bewust niet handhavend optreden kan alleen sprake zijn als wij bekend zijn met een bepaalde overtreding.
Jurisprudentie
In de jurisprudentie wordt een aantal eisen aan het gedogen gesteld, namelijk:
- - Uitdrukkelijk schriftelijk gedogen
- - Tijdelijk karakter (bij voorkeur vooruitlopend op vergunningverlening);
- - Verbonden aan voorwaarden;
- - Betrokkenheid van belanghebbenden (hoorplicht van art. 4.7 en 4.8 Awb).
Gedoogsituaties
Het gedogen van overtredingen van wet- en regelgeving is aan strenge voorwaarden gebonden. Immers, om onder de eerdergenoemde beginselplicht tot handhaving uit te komen, moet er sprake zijn van bijzondere situaties en/of omstandigheden. Hierbij sluiten wij voor wat betreft (de voorwaarden van) gedogen aan bij de landelijke beginselen van gedogen, zoals beschreven in o.a. de regeringsnota ‘Grenzen aan gedogen’.
Wij onderscheiden de volgende situaties die voor gedogen in aanmerking komen:
- - Overgangssituaties
- - Belang van het afzien van handhaving weegt zwaarder dan de te beschermen norm
- - Overmachtssituaties
Ad 1. Overgangssituaties
In overgangssituaties kan gedogen aanvaardbaar zijn als de consequenties van handhaving niet in redelijke verhouding staan tot de belangen die met (onmiddellijke) handhaving gemoeid zouden zijn.
Bij een overgangssituatie kan het bijvoorbeeld gaan om:
- - Zicht op legalisatie: De situatie waarin nieuwe regelgeving in voorbereiding is en redelijkerwijs mag worden verwacht dat daarmee de overtreding spoedig wordt gelegaliseerd.
- - Situaties waarin een overtreding voortvloeit uit een uitspraak van de bestuursrechter, waarbij een verleende vergunning door de bestuursrechter is vernietigd op formele gronden, terwijl de activiteit redelijkerwijs alsnog (ten volle) vergunbaar moet worden geacht.
- - Situaties bij (zeer) kortdurende activiteiten en eenmalige proeven.
Ad. 2 belang van het afzien van handhaving weegt zwaarder dan de te beschermen norm
Gedogen kan aanvaardbaar zijn als het achterliggende belang in uitzonderingsgevallen die de wetgever niet heeft voorzien, beter gediend is met (tijdelijk), al dan niet onder voorwaarden, afzien van handhaving. Ook kan een zwaarder wegend belang gedogen soms rechtvaardigen.
Rechtsbeginselen kunnen ertoe leiden dat ook andere belangen dan het door de norm te beschermen belang moeten worden meegenomen in de afweging. Voor al deze omstandigheden geldt dat zij slechts in uitzonderingsgevallen en onder zorgvuldige belangenafweging kunnen worden toegepast. Mits het gedogen zoveel mogelijk in omvang en tijd beperkt is.
Ad. 3 Overmachtssituaties
Van een overmachtssituatie is bijvoorbeeld sprake bij werkzaamheden die direct voortvloeien uit calamiteiten. Als de te handhaven voorschriften technisch niet kunnen worden nageleefd en moeten worden aangepast. Of in gevallen waarin onderzocht moet worden hoe een overtreding van voorschriften kan worden beëindigd en waarvoor het nodig is de handeling nog enige tijd uit te voeren.
5.1 Voorwaarden van gedogen
Gedogen is altijd tijdelijk
Gedogen is slechts aanvaardbaar zolang en voor zover zich de betreffende uitzonderingssituatie voordoet. Zodra de formele gedoogtermijn is verstreken, of er andere omstandigheden zijn die de gedoogsituatie doen beëindigen, wordt overgegaan tot handhaving. Ook kan de noodzaak om te gedogen weggenomen worden door de situatie te legaliseren. Is (tijdelijke) legalisering van de overtreding mogelijk, dan verdient dit altijd de voorkeur boven gedogen.
Gedogen expliciet en na zorgvuldige en kenbare belangenafweging
Gedogen moet altijd in de vorm van een beschikking. Een gedoogbeschikking moet expliciet en na zorgvuldige en kenbare belangenafweging worden genomen. Ook moet de gedoogbeschikking uiteraard voldoen aan de overige eisen die de Awb aan besluiten stelt.
Alleen als gedoogbeschikkingen expliciet en dus ook schriftelijk zijn genomen en tevens van een zorgvuldige en kenbare motivering zijn voorzien, zijn ze ook daadwerkelijk onderworpen aan de mogelijkheid van controle. Het besluit zal ook duidelijk moeten zijn over de gedragingen die gedoogd worden en over de (eind)termijnen en de voorwaarden die aan het gedogen gesteld worden.
Ook moet in de beschikking een verwijzing staan dat derden alsnog tegen de toestemming bezwaar kunnen maken.
Gedoogsituaties worden afgestemd met de handhavingspartners
Een (voorgenomen) gedoogbeschikking wordt altijd afgestemd met de interne en externe samenwerkingspartners.
5.2 Optreden tegen eigen overheid of andere overheden
Wij verwachten dat de gemeente zich houdt aan alle regelgeving. De gemeente heeft tenslotte een voorbeeldfunctie en zou kennis moeten hebben van de regelgeving. Vanuit VTH maken wij gebruik van onze signalerende taak om een afdeling te wijzen op een overtreding of een overtreding die mogelijk plaats kan vinden. Dit geldt ook binnen de eigen afdeling. Mocht daardoor de overtreding niet beëindigd worden, zal handhavend opgetreden worden.
In eerste instantie kiezen wij voor korte interne routes om tot een snel resultaat (beëindiging overtreding) te komen. Indien daar aanleiding toe is kan gekozen worden voor de bestuurlijke route.
In de tabel hieronder wordt aangegeven hoe de route in de basis loopt.
| Volgnummer | Omschrijving actie | Product | Bijzonderheden |
| 0 | Constateren overtreding | Controle | |
| 1 | Waarschuwen en afspreken vervolgstappen | Constateringsbrief met beschrijving overtreding, eventuele legalisatiemogelijkheden en begunstigingstermijn | De brief en het contact wordt gericht aan de teamleider of manager van de afdeling |
| 2 | Uitvoeren hercontrole | Controleren of de overtreding is beëindigd | |
| 3 | Opnieuw afspreken | Tweede constateringsbrief met de mogelijkheid om een zienswijze te geven | |
| 4 | Zienswijze horen | Zienswijze | Door betreffende teamleider of afdelingsmanager |
| 5 | Opstellen definitieve brief | Derde brief met reactie op de zienswijze | |
| 6 | Uitvoeren hercontrole | Controleren of de overtreding is beëindigd | |
| 7 | Rapporteren bevindingen aan gemeentesecretaris | Rapportage, informatiegesprek en vervolgstap bespreken | |
| 8 | Informeren college van B&W | Rapportage | |