In deze verordening wordt verstaan onder:
- - college: het college van burgemeester en wethouders;
- - levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring van beiden;
- - standplaats: een in de open lucht en op of direct aan de openbare weg grenzende ruimte of plaats, door het college aangewezen, waar in de uitoefening van handel goederen te koop worden aangeboden dan wel diensten worden aangeboden met een maximum oppervlakte van 24 vierkante meter;
- - standplaatshouder: degene aan wie door het college een standplaats is toegewezen;
- - vaste standplaats: standplaats die voor een of meer dagdelen voor onbepaalde tijd wordt toegewezen;
- - seizoensstandplaats: standplaats die voor ten hoogste 3 achtereenvolgende maanden wordt toegewezen;
- - tijdelijke standplaats: standplaats die voor ten hoogste 1 week wordt toegewezen;
- - ideële standplaats: de standplaats die voor een door het college nader vast te stellen periode van maximaal één jaar voor één of meer dagdelen ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder uitsluitend voor het uitdragen van ideële en/of levensbeschouwelijke gedachten;
- - venten: het door een natuurlijke persoon, in de uitoefening van de kleinhandel op of aan de weg of aan een openbaar water, aan huis danwel op een andere – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats goederen te koop aanbieden, te verkopen of af te geven. Onder venten wordt niet begrepen:
- - het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet;
- - het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van goederen door – of door huisgenoten of personeel van – hem die dit mede ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet 1996 is toegestaan;
- - het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats of op markt, braderie en dergelijke;
- - weg: datgene wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Waar in deze verordening hierna wordt gesproken over "standplaats(en)" dienen zowel te worden verstaan vaste, seizoens- als tijdelijke standplaatsen, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Onder standplaats wordt niet verstaan standplaats op evenementen als bedoeld in artikel 2:25 APV;
- - toezichthouder; de als zodanig door het college aangewezen ambtenaar