1.. Voor het innemen van een standplaats of voor het venten is een vergunning van het college vereist.

2.. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt ingenomen.

3.. Een standplaats kan aan meer dan één standplaatshouder worden vergund op niet gelijk vallende dagen of dagdelen.

4.. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

5.. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een door de gemeente ingestelde markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2:25. APV of voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel 5:22 APV.

6.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet Beheer Rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Provincie Noord Brabant van toepassing is.

7.. Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag tevens een activiteit betreft die valt onder Wet Milieubeheer, tot de dag waarop de beslissing over deze aanvraag is genomen.