**1..** De maatregel bij gedragingen zoals bedoeld in artikel 9 van deze verordening worden vastgesteld op:
10% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
50% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
**2..** In afwijking van het eerste lid volstaat het college, als er sprake is van een gedraging zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder i, van deze verordening, met een schriftelijke waarschuwing, tenzij deze maatregelwaardige gedraging plaatsvindt binnen twee jaar na dagtekening van de beschikking waarmee een eerdere schriftelijke waarschuwing is gegeven.
**3..** Het geven van een schriftelijke waarschuwing wordt niet gelijkgesteld met een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd.
**4..** Indien de belanghebbende zich binnen een periode van 12 maanden na de bekendmaking van een maatregelbesluit opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie dan wordt de maatregel als volgt vastgesteld:
eerste categorie: bij eerste recidive 30% van de grondslag gedurende één maand. Bij een tweede recidive binnen 12 maanden na het laatste maatregelbesluit 50% gedurende één maand. Bij een derde of volgende recidive binnen 12 maanden na het laatste besluit is dit 100% gedurende één maand.
tweede categorie: bij de eerste recidive 100% van de grondslag gedurende één maand. Bij de tweede en volgende recidive 100% van de grondslag gedurende twee maanden.
erde categorie: bij de eerste recidive 100% van de grondslag gedurende twee maanden. Bij de tweede en volgende recidive 100% van de grondslag gedurende drie maanden.
Hoofdstuk 2:
Artikel 10:
Hoogte en duur van de maatregel bij het schenden van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9.
Onderdeel van Maatregelverordening IOAW en IOAZ gemeente Delft 2024