De leidinggevende voert eenmaal per 12 maanden een planningsgesprek
met alle individuele ambtenaren van zijn afdeling/cluster.
De leidinggevende stelt in de maand januari van ieder kalenderjaar
een jaarprogramma op van alle te houden plannings-, voortgangs- en
resultaatgesprekken.
Bij de ambtenaar in tijdelijke dienst bij wijze van proef wordt het
planningsgesprek in ieder geval gehouden binnen 4 weken na
indiensttreding.
Het planningsgesprek wordt gevoerd aan de hand van de voor de
ambtenaar geldende functiebeschrijving c.q. het functieprofiel.
De leidinggevende en de ambtenaar maken in het planningsgesprek voor
een periode van in de regel 12 maanden afspraken over de te leveren
kwalitatieve en kwantitatieve prestaties, de te bereiken resultaten,
de te houden voortgangsgesprekken alsmede over de vereiste
competenties, de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar die
daarvoor nodig is en over de eventuele daartoe benodigde middelen en
faciliteiten.
De leidinggevende en de ambtenaar kunnen in het planningsgesprek ook
andere afspraken maken aangaande de eisen en verwachtingen ten
aanzien van het functioneren.
De in het vijfde en zesde lid bedoelde afspraken worden schriftelijk
vastgelegd en door de leidinggevende en de ambtenaar voor akkoord
ondertekend.
Als de leidinggevende en de ambtenaar het niet eens worden over de
te maken afspraken beslist de leidinggevende en kan de ambtenaar
zijn zienswijze vermelden op het gespreksformulier. In dat geval
tekent de ambtenaar voor gezien.
De leidinggevende is er verantwoordelijk voor dat het
planningsgesprek jaarlijks wordt opgemaakt.
De in het planningsgesprek gemaakte afspraken kunnen dienen als
basis voor het opmaken van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan.