Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 5, voert de leidinggevende op verzoek
van de ambtenaar tenminste eenmaal per jaar een voortgangsgesprek.
Bij voorkeur vindt dit gesprek halverwege de afgesproken termijn van
12 maanden plaats doch niet later dan 7 maanden na de datum waarop
het planningsgesprek heeft plaatsgevonden.
Bij de medewerker in tijdelijke dienst wordt in ieder geval een
voortgangsgesprek gehouden in de 6e maand na indiensttreding.
Het voortgangsgesprek heeft tot doel de realisering van de in het
formulier planningsgesprek vastgelegde afspraken te volgen en te
ondersteunen. Zo nodig worden de afspraken nader ingevuld, aangevuld
dan wel bijgesteld. Afspraken over nadere invulling, aanvulling of
bijstelling worden schriftelijk vastgelegd.
Artikel 2, lid 7 en 8, is voor zoveel mogelijk van
overeenkomstige toepassing.