Binnen een maand na afloop van de periode, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, voeren de leidinggevende en de
ambtenaar een resultaatgesprek. Zo nodig wordt dit gesprek, al dan
niet op aanvraag van de ambtenaar, eerder gevoerd of vinden extra
gesprekken plaats.
Voor de ambtenaar in tijdelijke dienst bij wijze van proef zal het
resultaatgesprek tenminste 1 maand voor het verstrijken van de
tijdelijke aanstelling zijn gehouden.
De leidinggevende en de ambtenaar kunnen afspreken, dat een
informant bij het resultaatgesprek aanwezig is.
In het resultaatgesprek evalueren de leidinggevende en de ambtenaar
of en in welke mate de –in een voortgangsgesprek eventueel nader
ingevulde, aangevulde of bijgestelde- afspraken die in het
planningsgesprek zijn gemaakt, zijn gerealiseerd en welke bijzondere
omstandigheden daarbij een rol hebben gespeeld. Daarbij wordt
aandacht besteed aan de wijze van functioneren, het gedrag, de
vaardigheden, de persoonlijke ontwikkeling, de opleiding, de
loopbaanperspectieven, de werktijden, de beloning en de
arbeidsomstandigheden van de ambtenaar.
In het resultaatgesprek wordt door de leidinggevende tevens een
oordeel uitgesproken over de geleverde prestaties en over de
invulling van de in het planningsgesprek aangegeven algemene en
specifieke functiegerichte competenties.
De leidinggevende kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ten
behoeve van het resultaatgesprek, inlichtingen van derden inwinnen.
Hij deelt de ambtenaar mede wie de informant(en) is (zijn) en welke
informatie hij van deze derden heeft ontvangen.
Het resultaatgesprek zal voorts worden gebruikt voor een nieuw
planningsgesprek als bedoeld in artikel 2 voor de volgende periode van 12
maanden.
De in het vierde en zevende lid bedoelde afspraken worden
schriftelijk vastgelegd en door de leidinggevende en de ambtenaar
voor akkoord ondertekend.
Als de leidinggevende en de ambtenaar het niet eens worden over de
te maken afspraken beslist de leidinggevende en kan de ambtenaar
zijn zienswijze vermelden op het gespreksformulier. In dat geval
tekent de ambtenaar voor gezien.
Het op grond van lid 5 uitgebrachte oordeel wordt afzonderlijk
schriftelijk vastgelegd. De ambtenaar tekent dit formulier voor
gezien. Desgewenst kan hij binnen twee weken na het gehouden
resultaatgesprek eventuele bedenkingen omtrent het door zijn
leidinggevende uitgebrachte oordeel gemotiveerd kenbaar maken aan de
directeur.
De directeur stelt namens het college de beoordeling als bedoeld in
lid 10 –al dan niet gewijzigd- definitief vast.