1.. Een vergoeding van immateriële schade, anders dan bedoeld in artikel 31, tweede lid , onderdeel l, van de wet, wordt voor 1/3 – deel vrij gelaten en voor 2/3 deel als vermogen in aanmerking genomen;

2.. De in het eerste lid bedoelde vergoeding van immateriële schade wordt geheel vrijgelaten als deze verband houdt met blijvend lichamelijk of psychisch letsel én het op basis van de statistisch te verwachten resterende levensduur herleide maandbedrag van de vergoeding lager is dan 10% van de geldende bijstandsnorm of € 125,-;

3.. Een schadevergoeding in verband met loonderving wordt in aanmerking genomen

  • - als inkomen tot een op maandbasis herleid bedrag met betrekking tot de periode waarover bijstand is of zal worden verleend en;
  • - als vermogen in overige gevallen;

4.. Een vergoeding van materiële schade, anders dan bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel l, van de wet, wordt vrijgelaten tenzij:

  • - met hetzelfde doel bijstand is verstrekt en/of
  • - betrokkene de ontvangen vergoeding niet besteed heeft voor het wegnemen van de geleden schade.