De houder/gebruiker van een inzamelvoorziening die huishoudelijk restafval aan de inzamelaar aanbiedt, doet dit ordelijk door plaatsing van de inzamelvoorziening zo dicht mogelijk bij de rijroute van het inzamelvoertuig. De plaatsing wordt zodanig gedaan dat het verkeer, voetgangers daaronder begrepen, zo min mogelijk hinder daarvan ondervindt.